Stemplan ECB kan precedent zijn voor EU

Om onwerkbaarheid bij een uitdijende eurozone te voorkomen wil de Europese Centrale Bank het nationale stemrecht laten rouleren.

De besluitvorming in de EU dreigt onwerkbaar te worden als er in de toekomst twaalf nieuwe landen toetreden. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in dit verband voorgesteld de overlegstructuur drastisch te wijzigen als het aantal aangesloten landen bij de euro te groot wordt. De EU-ministers van Financiën spraken gisteren voor het eerst over het voorstel.

Kern daarvan is de beperking van het aantal stemmen in de raad van bestuur van de ECB tot maximaal 21. Op dit moment hebben de zes vaste directieleden, onder voorzitterschap van president Duisenberg, ieder een stem. Ook de presidenten van de nationale banken van de twaalf huidige euro-landen stemmen allen mee. Als de EU-lidstaten het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden alsnog aan de euro meedoen komt het aantal stemmen op 21.

Zodra een zestiende land aansluit, treedt het ECB-plan in werking. Volgens dat plan krijgen de vijf grootste euro-landen samen vier stemmen. Over een periode van vijf jaar hebben zij elk vier jaar stemrecht. Dan volgt er een groep van maximaal veertien middelgrote en kleinere landen, die elk 2,86 jaar van de vijf jaar stemrecht krijgen. Wordt het aantal euro-landen nog groter, dan komt er een restgroep van de kleinste landen, die 1,86 jaar van elke vijf jaar stemrecht hebben.

Nederland hoort nu nog tot de vijf grote eurolanden, zolang Groot-Brittannië niet aan de euro meedoet. Na een Britse toetreding tot de monetaire unie zakt Nederland naar de tweede groep. De landen zijn gerangschikt op basis van de omvang van hun economie en van hun banksector, waarbij de eerste factor verreweg het zwaarst telt. ,,Het verdient misschien niet allemaal de schoonheidsprijs'', erkende demissionair minister van Financiën Hoogervorst gisteren. Toch wil hij het in de ECB uitgedachte plan ,,positief'' aan de Tweede Kamer voorleggen. ,,Het is in zoverre een evenwichtig voorstel dat geen enkel land permanent stemrecht heeft. Ook de grote landen niet.'' Grootste dwarsligger is het Finse parlement dat een permanent stemrecht wenst voor de Finse centrale bank. De Ecofin-ministers kunnen alleen met unanimiteit een voorstel doen aan de regeringsleiders, die er dan eind volgende maand op de top in Brussel hun fiat aan kunnen geven.

Hoogervorst waarschuwde gisteren dat ,,de hele deal weg is'' indien de Tweede Kamer zou gaan dwarsliggen. Bij het uitblijven van unanimiteit schuift de kwestie door naar de zogenoemde Intergouvernementele Conferentie (IGC) in 2004, wanneer nog meer besluiten moeten vallen over een nieuwe structuur van de Europese Unie. ,,Ik weet niet of de uitkomst dan gunstiger voor Nederland is'', aldus Hoogervorst.

Met een afwijzing zou de Ecofin volgens een hoge functionaris bovendien de indruk wekken de onafhankelijkheid van de ECB aan te tasten. Aan de andere kant kan acceptatie van een roterend stemrecht een precedent scheppen voor de representatie in andere Europese organen, zoals de Europese Commissie, wat dan in het nadeel van Nederland kan werken. Al op de top van Nice eind 2000 leverde Nederland een hard gevecht om één stem meer in de EU te krijgen dan België.

De Belgische minister Reynders zei ,,te kunnen leven'' met het roterend stemrecht. Wel wil hij de samenstelling van de zes leden tellende directie (dagelijks bestuur) van de ECB ter discussie stellen. Volgens hem dreigt anders het gevaar van ,,gecumuleerde'' macht van grote lidstaten.