Sober minimalisme van Kiarostami

Filmregisseurs maken voortdurend (stilistische) keuzes. Soms worden die geëxpliciteerd, zoals het uit tien regels bestaande Dogmamanifest van enkele jaren geleden. De Deense pastiche op de Tien Geboden was mogelijk door de toegenomen technische kwaliteit van de digitale camera, waardoor bijvoorbeeld met natuurlijk licht gefilmd kon worden. Dogmafilms stonden al snel bekend om hun rauwe inhoud en zwiepende camera. Dat het ook anders kan, bewijst Abbas Kiarostami, die met een digitale camera weer heel andere keuzes maakt. Zo monteert hij de camera op het dashboard van een auto en filmt twee posities: de chauffeur en de bijrijder. Verder is er geen muziek (alleen bij de aftiteling) en nauwelijks montage binnen de weinige shots die Ten telt.

Door dit filmisch minimalisme komt de aandacht volledig te liggen bij de (niet-professionele) acteurs en het scenario. En net als bij veel andere Kiarostami-films draait het om de vraag of het gefilmde documentair is of fictie. Waar kijken we precies naar?

Hoe meer je van het maakproces van Ten weet, hoe minder spannend die kwestie wordt. Interessanter dan die vraag is de inhoud. In tien hoofdstukken, die aftellen van 10 naar 1, kijken we naar de diverse gesprekken die een naamloze vrouw in haar auto voert. In de vijftien minuten durende eerste scène zien we haar pas op het eind. De camera staat voortdurend gericht op haar zoontje Amin. In een constante discussie blijkt onder meer dat zij van haar man gescheiden is, een nieuwe vriend heeft en blij is dat zij niet meer het bezit van iemand is. Amin verwijt haar dat zij gebruik heeft gemaakt van leugens om te kunnen scheiden. Zij beaamt dat, maar verdedigt zichzelf door te zeggen dat de strikte echtscheidingswetten in Iran haar geen andere keuze lieten. Deze eerste scène zet de toon van de film. Zij betoont zich een onafhankelijke, zelfstandig denkende vrouw en Amin ontpopt zich al snel als jonge variant van de bezitterige, intolerante patriarch. Alhoewel die verhouding niet vastligt – sympathieën verschuiven per dialoog – kiest de film duidelijk voor het standpunt van de vrouw, waardoor de film aansluit bij andere recente Iraanse films over de rol van vrouwen in de Iraanse samenleving.

De onzichtbaarheid van de bestuurster in de eerste scène symboliseert die thematiek krachtig. Verrassend is Ten hierdoor niet. Wel boeiend is wat er besproken wordt in elke scène, en hoe delen van deze dialogen terugkeren in de andere hoofdstukken en zo de ontwikkeling van de hoofdpersoon tot zelfbewuste vrouw markeren. Zo spreekt ze met een prostituee die haar meedeelt dat Iraanse vrouwen veel te afhankelijk zijn van hun man, een oordeel dat later terugkomt als de vrouw haar snikkende zus toespreekt, die zojuist door haar man is verlaten. Een oude vrouw maant haar tot bidden, iets wat ze pas veel later doet, niet zozeer om religieuze redenen, maar om rustig te worden.

De spanning en kwaliteit van Ten zit in deze subtiel opgebouwde karakterschetsen, en het idee dat alles wat in de auto verteld wordt, in de Iraanse buitenwereld veelal als subversief geldt.

Ten (10). Regie: Abbas Kiarostami. Met: Mania Akbari, Amin Maher, Roya Arabshahi, Katayoun Taleidzadeh, Mandana Sharbaf. In: Rialto, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis; 't Hoogt, Utrecht; Plaza Futura, Eindhoven; Lux, Nijmegen.