Column

Schuilstadion

Wat een raar stadion dat Highbury. Letterlijk verscholen tussen de huizen. Alsof niemand mag weten dat er gevoetbald wordt. Wat oude trappen op, langs een luik met de smerigste koffie ooit en opeens sta je op de tribune. Als je naar de eerste rij loopt kan je het gras aaien als je wilt. En dit gaan ze dus afbreken. Het protest in mijn hoofd, ik kan het niet geloven. Als ze er maar geen Arena voor terug krijgen, bid ik zachtjes, wat een mooi stadion. Dit moet ik mijn zoon laten zien. Hier moet hij een potje meemaken. Zo heeft God het kijken naar voetbal bedoeld. In mijn hand rust een dik programmaboekje met mooie foto`s, waarop de Gunners zich ferm op de borst trommelen. Ik ben ouderwets geladen, kinderlijk nerveus zelfs. Highbury, Arsenal, weerzien met Bergkamp, voor het eerst Henry, Wiltord, Vieira, Pires en die rare Seaman natuurlijk. Ik droom de droom van Nigel de Jong. Zo jong en dan al hier spelen. Vier jaar geleden nog op een stenen voetbalveldje in Amsterdam-West en nu hier op de heilige grond aan de Avenell Road. Het is prettig koud voetbalweer.

In het begin wordt Ajax weggewerveld. Een magistraal Arsenal laat de jongens alle hoeken van het veld zien. Binnen vijf minuten is het 1-0. Ik word getuige van een afdroogpartij. Maar het valt mee, sterker nog: Ajax krijgt meer vat op het spel en Nigel krijgt zowaar een klein kansje, dat meedogenloos benut. 1-1. Twee rijen achter mij staat zijn beeldschone zusje uitzinnig te juichen. Wat zou ik trots zijn als mijn broertje in zo’n stadion in zo’n wedstrijd zo’n doelpunt scoort. De rest van de wedstrijd houdt Ajax stand. Lobont redt, Chivu redt nog vaker en de paal helpt ook nog een keer mee. Mijn bloed stolt, mijn bril beslaat, mijn hart bonkt en regelmatig durf ik niet te kijken. Ik ben aan nieuwe schoenen toe. Het blijft gelijk. Heerlijk avondje. Ook Kanu nog even terug gezien. Het Engelse publiek mort ontevreden naar huis, de Amsterdammers zijn gelukkig. Volgende week koop ik het stadion en verhuis het steen voor steen naar Amsterdam.