Randstad worstelt met zijn toekomst

Voor het uitzendwezen was 2002 een annus horribilis. Randstad, de nummer vier van de wereld, kromp. Het wil nu zijn grenzen verleggen. ,,Wij willen blijven horen bij de wereldtop.''

Net als politici blikken bestuursvoorzitters van ondernemingen graag vooruit als zij het verleden een beetje willen vergeten. Voor de uitzendbranche was 2002 een annus horribilis en ook Randstad, Nederlandse grootste uitzendketen en de nummer vier van de wereld, zag vorig jaar omzet en marges krimpen. Het was dan ook met een zekere gretigheid dat de nieuwe bestuursvoorzitter Ben Noteboom gisteren aan het einde van de presentatie van de jaarcijfers nog eens naar het spreekgestoelte liep om wat vergezichten te schetsen.

,,We willen blijven horen bij de wereldtop'', zei Noteboom. Binnen vier tot zes jaar moet er een ander Randstad zijn, een bedrijf dat nog maar 30 procent van zijn inkomsten binnenkrijgt in Nederland, waar nu nog 40 procent van de 5,44 miljard euro omzet wordt geboekt. Een bedrijf dat dan 30 procent van zijn inkomsten haalt (nu nog 20 procent) uit het plaatsen van gespecialiseerde, vaak hoogopgeleide mensen, omdat dit meer winst oplevert dan de bemiddeling van minder geschoold personeel. Een bedrijf dat mede daardoor een brutomarge haalt van 5 tot 6 procent, in plaats van de schamele 1,8 procent nu.

Juist deze kleurige toekomst geeft het beeld van de huidige gang van zaken een nogal grauw aanzien. Neem de uitzendmarkt in Nederland. Ooit werd hier als een van de eerste landen in Europa de bemiddeling van tijdelijke arbeidskrachten toegestaan, met een explosieve groei van de uitzendsector als gevolg. Inmiddels is de uitzendmarkt overvol en kent zij daardoor een zeer scherpe concurrentie tussen grote en kleine bureaus, die het zelfs in goede tijden moeilijk maakt om goed geld te verdienen. Laat staan in economisch barre tijden, zoals nu, wanneer bedrijven eerst de uitzendkrachten de deur wijzen voor ze verder gaan saneren.

Minder afhankelijk worden van Nederland, de bakermat en thuismarkt van Randstad, is dan ook een voorwaarde voor Randstad om op de lange termijn goed winstgevend te blijven. Vorig jaar is de afhankelijkheid van Nederland echter niet minder, zelfs een beetje groter geworden. Kwam in 2001 nog 48 procent van de bruto winst uit Nederland, in 2002 was dat precies de helft van de winst. Dat is ook positief uit te leggen, want Randstad wist in Nederland zijn marktaandeel op peil te houden.

Dat neemt niet weg dat Randstad er niet in slaagt om buiten Nederland echt voet aan de grond te krijgen. Duitsland is in de woorden van Noteboom een `slapende reus': de grootste economie van Europa waar de rigide arbeidswetgeving de bemiddeling van arbeidskrachten remt. Randstad – marktleider in Duitsland – wist in de tweede helft quitte te spelen dankzij reorganisaties, maar verloor wel wat marktaandeel.

Oppervlakkig bezien vormt Noord-Amerika de tweede thuismarkt, want deze regio is goed voor bijna een kwart van de omzet. Randstad blijft echter een kleine speler daar en volgens Noteboom doen grote bedrijven in de Verenigde Staten nu vooral zaken met uitzendreuzen als Manpower, Adecco en Kelly. ,,Die komen wij nauwelijks tegen. Wij zitten meer in het middensegment'', voegde financiële directeur Robert-Jan van de Kraats daaraan toe. Randstad maakt overzee verlies en het moment dat Randstad quitte speelt schuift steeds verder op in de tijd.

Voor de detachering van gespecialiseerd personeel heeft Randstad dochterbedrijf Yacht, dat mensen levert voor de financiële en zakelijke dienstverlening, ICT en andere technische sectoren. ,,Uit alle demografische analyses blijkt dat aan dit soort mensen op termijn een tekort zal zijn'', lichtte Noteboom toe. Op dit moment echter worden echter mensen in de ICT en de financiële dienstverlening eerder ontslagen dan aangenomen. Yacht maakt voorlopig nog verlies.

Het wachten is op economisch herstel, met een voor de uitzendmarkt bekend patroon. Eerst trekt de vraag naar industriepersoneel aan, gevolgd door de vraag naar administratief personeel en uiteindelijk de vraag naar gespecialiseerde mensen. Vooralsnog zijn er geen tekenen van een economische opleving. Alleen in België en Frankrijk zijn de eerste tekenen van herstel zichtbaar, maar volgens Randstad zijn die heel zwak.

Voor het verbeteren dan wel handhaven van de brutomarges is Randstad voorlopig aangewezen op een financieel stringent beleid. Dat heeft Randstad afgelopen jaar dan ook gedaan door de kosten met 12 procent terug te brengen (142 miljoen euro), waarbij onder meer kantoren werden gesloten. Klanten werd gevraagd om de rekening sneller te betalen, zodat het aantal dagen dat een rekening openstaat is teruggelopen van 57 naar 52 dagen. Ook werden enkele leegstaande kantoorpanden verkocht. Met het geld dat door deze maatregelen in kas kwam zijn de schulden gehalveerd.

Randstad kan nu bogen op een kortere maar ijzersterke balans; een solvabiliteit van 37 procent is ruim voor een uitzendketen. Met zo'n buffer kan Randstad makkelijk geld lenen voor overnames in Italië en het Verenigd Koninkrijk, landen die al langer op de verlanglijst staan. De toekomst moet een keer beginnen voor Randstad.