Pleeghulp illegaal kind ongewenst

De Bureaus Jeugdzorg moeten zich in de eerste plaats houden aan het vreemdelingenrecht. Dat recht gaat boven hun wettelijke taak kinderen te beschermen.

Dat heeft het ministerie van Justitie gisteren laten weten in antwoord op een brief van Bureau Jeugdzorg in Utrecht. De jeugdhulpverleners, die steeds vaker illegale kinderen onder hun bescherming hebben, hadden Justitie eind vorig jaar gevraagd om een uitspraak over de `wettelijke spagaat' waarin ze terecht gekomen zijn. Ze moeten kinderen beschermen, maar zich ook houden aan de regels van de vreemdelingenwet.

Aanleiding voor hun brief was de dreigende uitzetting van twee illegale Marokkaanse kinderen van drie en vijf jaar. Een van hen woonde in een Nederlandse pleeggezin, het andere kind werd in een inrichting behandeld voor een gedragsstoornis. De twee kregen uiteindelijk een verblijfsvergunning, voorlopig voor een jaar, omdat Justitie vond dat ze toch wel erg jong waren en omdat niet zeker was dat ze in Marokko konden worden opgevangen.

Maar die overwegingen betekenen niet dat Justitie de belangen van het kind stelt boven het vreemdelingenrecht. Dat recht gaat voor, aldus de brief: ,,Uitgangspunt is dat een kinderbeschermingsmaatregel geen statusverlenend karakter heeft.'' In de brief van Justitie staat verder dat illegale kinderen volgens de wet ook geen recht hebben op jeugdzorg.

Bureau Jeugdzorg in Utrecht is teleurgesteld over het antwoord van het ministerie. ,,Het is nooit onze bedoeling geweest dat iedere maatregel van kinderbescherming zou leiden tot een verblijfsvergunning'', zegt H. van den Bosch van de afdeling Jeugdbescherming. ,,Maar wij vinden dat je als overheid je verantwoordelijkheid moet nemen als een kind niet meer thuis kan wonen.'' Van den Bosch stoort zich vooral aan de laatste zin van de brief waarin staat dat kinderbeschermingsmaatregelen ,,slechts in uitzonderingsgevallen'' moeten worden genomen. Van den Bosch: ,,Alsof maatregelen, die altijd door de rechter worden getoetst, zomaar worden getroffen.'' Van den Bosch en zijn collega's uit Amsterdam en Den Haag hebben volgende week een gesprek over dat onderwerp met de Raad voor de Kinderbescherming, met ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de directie Jeugd en Criminaliteitspreventie van het ministerie. Van den Bosch: ,,Als Justitie bedoelt dat er een uitzondering kan worden gemaakt voor kinderen die niet meer thuis kunnen wonen, komen we er wel uit. Maar dat staat er nu niet.''