Onderwijsfraude

HET MINISTERIE van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is een organisatie waar activiteiten worden ontplooid die wel tot inzicht, maar zelden tot een concreet resultaat leiden. Aldus de Algemene Rekenkamer vandaag in een rapport over de wijze waarop het ministerie van OCenW is omgegaan met wat bekend is komen te staan als de `hbo-fraude'. Het beeld dat de Rekenkamer van het ministerie en de daar heersende cultuur schetst, is onthutsend. Het oordeel is hard: het ministerie wist dat het niet deugde en het ontbrak aan regie om er iets aan te doen.

De onderwijsfraude draait om het systeem van bekostiging van het wetenschappelijk onderwijs, het hoger beroepsonderwijs, het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. De instellingen proberen zoveel mogelijk geld naar zich toe te halen en bleken daarin, door de ruime interpretatiemogelijkheden van de regels van het ministerie, bijzonder creatief. Slimmigheidjes zijn op en over de rand van het toelaatbare. Zo is sprake van spookstudenten, van studenten die eindeloos in het buitenland op stage zijn, van hordes buitenlandse studenten die door de instellingen worden in- en uitgeschreven, van prikkels die misbruik aanmoedigen zoals snel een diploma halen of juist de snelle verwijdering van afvallers. Met de kwaliteit van het onderwijs heeft dit uiteraard niets te maken.

Vorig jaar besloot het ministerie van Onderwijs, aangespoord door perspublicaties, tot een onderzoek. Dit resulteerde in december in het rapport `Ruimte voor rekenschap' waarvan de strekking was dat er inderdaad het een en ander mis was, maar dat het wel meeviel. De Rekenkamer was intussen verzocht om het verloop van dit onderzoek kritisch tegen het licht te houden en de Tweede Kamer vroeg de Rekenkamer ook nog eens om een rapport waarbij vooral de `cultuur' van het ministerie moest worden betrokken. In een dubbelslag heeft de Rekenkamer zich van deze twee taken gekweten.

DE CONCLUSIE die in het rapport bovenkomt, is dat het ministerie zich in ontoegankelijk onderwijsjargon slechts één doel stelt: verhullen, bagatelliseren en vergoelijken. Zelfs de onderzoekers van de Rekenkamer hebben geen vinger achter de omvang van de fraude gekregen. Het ministerie heeft een bedrag berekend van 77 miljoen euro voor de hele sector, waarvan het hbo het grootste deel voor zijn rekening neemt. De Rekenkamer stelt vast dat dit bedrag niet te verifiëren valt en dat de onzekerheden ,,dermate groot zijn dat het zelfs niet als een schatting van een minimumpositie van de gebleken onregelmatigheden kan worden gepresenteerd''. Zo heeft het ministerie alle twijfelgevallen positief beoordeeld en bij schendingen van de regels een onderscheid gemaakt naar een beetje tot een beetje veel fraude, zodat het uiteindelijke aantal overtredingen dat wordt erkend ogenschijnlijk meevalt.

De Rekenkamer veegt met dit soort onderzoek terecht de vloer aan. Het werk is niet af, de weergave van de resultaten is niet in overeenstemming met wat is toegezegd, de Kamer kan de aard en omvang van de onregelmatigheden niet beoordelen, de minister neemt haar verantwoordelijkheid niet. Onduidelijke regels blijven voortbestaan, het ministerie is onvoldoende doortastend. Men wist ervan en keek de andere kant op. Het gaat, voor de goede orde, om de besteding van 6,6 miljard euro gemeenschapsgeld waaraan geen privatisering of liberalisering te pas komt. Het is Kafka in Zoetermeer.