Nieuwe kieswet Indonesië

Indonesië heeft een nieuwe kieswet. Volgend jaar stemt de kiezer op een partij, maar ook op een persoon. Van de kandidaten moet eenderde vrouw zijn.

Het parlement van Indonesië heeft gisteravond laat gestemd, en dat is tamelijk ongewoon. De 500 volksvertegenwoordigers besloten bij zitten en opstaan en met wisselende meerderheden over enkele politiek gevoelige paragrafen van de nieuwe kieswet. Hiermee kwam een einde aan lang touwtrekken, dat al in juli vorig jaar begon. Indonesië gaat volgend jaar juni naar de stembus en zowel de Nationale Verkiezingscommissie als Binnenlandse Zaken had aangedrongen op besluiten.

Toen het overleg van de fractievoorzitters om zeven uur opnieuw vastliep en de plenaire vergadering werd uitgesteld, kon minister van Binnenlandse Zaken Hari Sabarno, een gepensioneerde generaal, zijn ongeduld niet langer bedwingen. ,,Vanavond moeten er knopen worden doorgehakt, het heeft al lang genoeg geduurd'', zei hij. Sabarno zag overigens heel goed waar de schoen wrong: ,,Deze parlementsleden zijn allemaal kandidaat-spelers. Zij maken bij elke ontwerpparagraaf een verlies- en winstrekening op en calculeren of die bij de komende verkiezingen in het voordeel werkt van hun eigen partij.''

De agendadwang noopte tot stemmen en dat doet het parlement niet graag. Sinds de dagen van potentaat Soeharto geeft men de voorkeur aan musyawarah, op consensus gericht overleg. Destijds golden tegenstemmers als rebellen, nu geldt verliezen vooral als gezichtsverlies voor de partij.

Als de gisteravond genomen besluiten worden uitgevoerd, zullen de verkiezingen van volgend jaar democratischer zijn dan die van 1999 en zal de nieuwe Kamer van Afgevaardigden een betere afspiegeling zijn van het volk en van de volkswil. Een krappe meerderheid van de afgevaardigden koos voor een nieuwe stemwijze, die afgevaardigden dwingt zich te verantwoorden voor de kiezers.

Indonesiërs stemmen al sinds mensenheugenis op een partijsymbool en niet op een persoon. Onder de Nieuwe Orde van generaal Soeharto (1967-1998) hadden zij de keuze uit drie symbolen. Zij stonden echter onder zware druk van dorpshoofd of bedrijfsleiding om te stemmen op regimepartij Golkar, het politieke vehikel van Soeharto. Sinds diens val is het aantal legale politieke partijen exponentieel toegenomen – in 1999 deden er 48 mee aan de verkiezingen – maar bleef de procedure ongewijzigd. De kiezers moesten nog steeds met een speciale pen een gaatje boren in het partijsymbool van hun keuze. Het was aan de partijbesturen om uit te maken wie de veroverde zetels mochten bezetten. Die partijbonzen hadden ook het recht om afgevaardigden te vervangen. Dat gaf hun veel macht en dwong eigenzinnige volksvertegenwoordigers in het gareel.

Parlementsleden vertegenwoordigen formeel een bepaald regentschap, maar de band tussen vertegenwoordiger en ressort is een louter administratieve. Menig afgevaardigde heeft het hem toegewezen regentschap nog nooit gezien, laat staan dat hij of zij zich bekommert om de noden van de bevolking. Die kon tot nu toe het vertrouwen opzeggen in een partij, niet in de man of vrouw die geacht werd haar belangen te behartigen.

Artikel 84 van de nieuwe kieswet bepaalt dat de kiezer voortaan zowel een partijlogo als de naam of het portret van een kandidaat perforeert. De nationalistische PDI-P van president Megawati, sinds 1999 de grootste partij, heeft zich lang verzet tegen deze hervorming, maar is gisteren gezwicht.

Een tweede winstpunt voor de democratie is de bepaling dat kandidatenlijsten alleen worden goedgekeurd als zij voor ten minste 30 procent uit vrouwen bestaan. Curieus genoeg was de PDI-P, die geleid wordt door de first lady van het land, hier tegen. Ze legde zich echter neer bij de meerderheid. In het huidige, in 1999 `gekozen' parlement is maar 9 procent vrouw.

Artikel 75 staat president en ministers toe campagne te voeren voor hun partij, maar dwingt hen onbetaald verlof te nemen en verbiedt hen gebruik te maken van overheidsfaciliteiten. Alle grote partijen hebben ministers in de regering-Megawati en willen die volgend jaar kunnen inzetten. Onder de Nieuwe Orde was Soeharto's Golkar de enige partij die ministers leverde en die mobiliseerde in verkiezingstijd het staatsapparaat. Een meerderheid wil dergelijk misbruik uitsluiten, maar realiseert zich kennelijk niet dat de president ook op verkiezingstournee haar lijfwacht nodig heeft. Volgens artikel 75 moet de presidentiële garde dan uit de partijkas worden betaald.