Lomp

Bestemmingsplannen en welstandscommissies verhinderen niet dat op tal van plekken monsterlijk wordt gebouwd. De Achterpagina brengt Lelijk Nederland in kaart. Vandaag de perverse logica van het bedrijventerrein.

Bedrijventerreinen zijn de treurigste oorden in Nederland. De verzamelingen vrijstaande bedrijfsgebouwen, vaak omgeven door afgesloten parkeerterreinen, vormen overal in Nederland deprimerende omgevingen. De strookjes groen die je er nog wel eens tegenkomt zijn te iel voor zinnig gebruik. Er zijn trouwens ook geen mogelijke gebruikers. Niemand loopt hier voor zijn plezier op straat, laat staan dat hij in een perkje gaat zitten.

De gebouwen op de bedrijventerreinen zijn, op een doodenkele uitzondering na, al even armzalig. Ze zijn het architectonische equivalent van fastfood, snel gemaakt en snel geconsumeerd. De meeste kantoren zijn niet voor de eeuwigheid bedoeld en hebben een afschrijftijd van een jaar of twintig – dat is in ieder geval een troost.

Dat al het geklaag niet helpt komt doordat de bedrijventerreinen en de gebouwen een eigen, onontkoombare logica hebben. Alles in deze barre oorden heeft een goede reden. Dat begint al met de gronduitgifte van de bedrijfsterreinen: gemeentes verdienen er goud geld aan. De parkeerterreinen rondom de bedrijfsgebouwen zijn natuurlijk nodig omdat iedere werknemer met de lease-auto komt en naast de deur wil parkeren. Dat meestal wordt geparkeerd op terreinen en in niet in garages, komt weer door de internationaal gezien lage grondprijzen in Nederland. Die zorgen er trouwens ook voor dat de kantoorbouwers zelden hoog hoeven te bouwen om een rendabel kantoor neer te zetten. Een extra reden voor de relatief kleine kantoorgebouwen is dat deze gemakkelijker te verhuren zijn aan middelgrote bedrijven dan kantoorkolossen. Bedrijven willen toch liever een eigen kantoor met hun logo erop dan een paar etages in een wolkenkrabber. Het modieuze voorkomen van de meeste gebouwen komt voort uit de eis van eigentijdsheid – er zijn maar weinig bedrijven die als ouderwets te boek willen staan – en de noodzaak om aandacht te trekken. De standaardinterieurs van de kantoren zijn het gevolg van de wens tot flexibel gebruik. Meestal weet de projectontwikkelaar niet wie de huurder wordt en dus bouwt hij iets waarmee de gemiddelde gebruiker wel uit te voeten kan. Enzovoorts, enzovoorts.

Maar alle logische en economische beslissingen waartoe de tucht van de markt de kantoorbouw noodzaakt zorgen tezamen voor een armzalig en zelfs absurd resultaat. Terwijl bijna alle Nederlanders tegenwoordig – ten onrechte overigens – vinden dat Nederland vol is, zijn er het laatste decennium in Nederland langs vele snelwegen treurige bedrijventerreinen verschenen waarvan het grondoppervlak voor gemiddeld slechts 45 procent is bebouwd. Zo zijn deze terreinen het Absurdistan van Nederland geworden, het zoveelste bewijs dat de markt ook kan zorgen voor publieke armoede.

Hoofdstad van Absurdistan is natuurlijk Rotterdam, waar alles groter en hoger moet worden dan in de rest van Nederland. Hier bevindt zich vlak bij de Van Brienenoordbrug het bedrijventerrein Rivium, waar de grond blijkbaar zo duur is dat er pal langs de snelweg toch enkele kantoortorens staan. Het zijn weliswaar armetierige, vereenvoudigde, hedendaagse versies van Amerikaanse wolkenkrabbers uit de jaren dertig, maar hun klassieke opbouw met basis, middenstuk en bekroning zorgt ervoor dat ze niet al te zeer storen. Dit kan niet worden gezegd van het van verre zichtbare baken van Rivium, het Rivium Crystal Building van Groep 5 van der Ven architecten. Dit gebouw heeft alles wat kantoorgebouwen zo verschrikkelijk kan maken. Een opvallende, maar grove, lompe vorm moet de aandacht trekken, en doet dat ook: het Rivium Crystal Building bestaat uit twee aanstellerige skischansvormige delen, een grote en een kleine. Beide skischansen zijn op nadrukkelijke wijze voorzien van vooroverhangende façades, hét mode-attribuut van de hedendaagse architectuur. Net zo gemakzuchtig modieus zijn de twee scheve doosjes die op de grond zijn gezet als ingangen. De gevels van gladde kunststof platen, afgewisseld met glazen ramen, zijn zo monotoon, dat ze ongetwijfeld niet meer dan een uurtje ontwerpen hebben gevergd.

Ook de omgeving biedt, zoals het hoort in een bedrijvenpark, geen enkele reden tot vreugde. Het karige groengebiedje om het Rivium Crystal Building is weliswaar zichtbaar door een landschapsarchitect volgezet met bamboe en rotsen, maar het is lachwekkend klein. Iets verderop staan, langs de brede autoweg die het Rivium Crystal Building doorsnijdt, twee ronde bouwwerkjes waarin restaurants zijn ondergebracht. Ze lijken nog het meest op flodderige Teletubbiehuizen.