Koeweit laat weinig merken van spanningen

In Koeweit, zuidelijke buur van Irak, zorgt de regering ervoor dat van oorlogsvoorbereidingen nog weinig te merken is. Tegelijk gaat de Amerikaanse troepenopbouw door.

Een grote pijl met daaronder het woord `openbare schuilkelder'. Dat is zo ongeveer het eerste dat de bezoeker ziet bij aankomst op de luchthaven van Koeweit. Dan wacht een grondige paspoortcontrole en moet alle bagage door de scanner om te controleren of je geen alcohol of wapentuig bij je hebt. Uiteindelijk rij je naar de enige echte stad van het woestijnstaatje, en merk je opeens verrassend weinig meer van de dreiging dat Saddam Hussein bij een eventuele Amerikaanse aanval terugslaat met een chemische of biologische raket op de zuiderbuur. Of van de mogelijkheid van een nieuwe aanslag door een Koeweitse aanhanger van Osama bin Laden op een van de inmiddels tienduizenden Amerikaanse militairen – zoals de afgelopen maanden al drie keer gebeurde. En ook de conservatieve interpretatie van de islam in Koeweit vertaalt zich anders dan je zou verwachten in een land met zware straffen op de import van drank. Anders dan in Saoedi-Arabië mogen vrouwen in Koeweit wel autorijden, werken, scheiden, en over straat zonder mannelijke begeleiding of een hoofddoek. Sterker nog, Koeweit heeft behalve tien procent van de bewezen wereldoliereserves ook een naar Arabische begrippen redelijk vrije politieke cultuur, al mogen vrouwen niet stemmen. Veel mensen zijn bereid te vertellen wat ze denken van de Amerikaanse troepen die in het noorden klaarstaan om Irak binnen te vallen.

Opiniepeilingen worden in Koeweit niet gehouden, dus alle inschattingen van de stemming van het land zijn gebaseerd op meningen van experts en informele gesprekken. In het algemeen lijken de meeste Koeweiti's voorstander van de verwijdering van Saddam Hussein, hoewel ze vrezen voor een laatste wraakactie van `de bruut uit Bagdad'. Met name de jongere generatie – 60 procent is onder de 25 jaar – staat diep wantrouwend tegenover de Amerikaanse drijfveren voor een oorlog. ,,Ze komen ons helpen, maar tegelijkertijd zien we iedere dag op televisie hoe Israël met Amerikaanse wapens de Palestijnen onderdrukt. Dat zit niet lekker'', verzucht een rijke zakenman die naar eigen zeggen niet kan wachten totdat ,,het Iraakse volk net als wij in 1991 wordt bevrijd van Saddam Hussein''. Evenmin voelt het goed dat Koeweit dag in dag uit op de Arabische satellietzenders wordt uitgekotst omdat het samenwerkt met Amerika.

Duidelijk is dat de Koeweitse overheid de bevolking zo min mogelijk wil laten merken van de oplopende spanningen in de regio en de troepenopbouw. Bij de hotels in het centrum waar de Amerikaanse televisieploegen logeren, hangt een enkel spandoek met daarop in het Engels: ,,God zegene de Amerikaanse troepen''. En: ,,Het Koeweitse volk verwelkomt de Amerikaanse bevrijders. Maar waar zijn onze krijgsgevangenen?''

Dat laatste is een verwijzing naar de 605 Koeweitse mannen die tijdens de Iraakse bezetting zijn afgevoerd naar Irak en nog altijd worden vermist. Saddam Hussein weigert te vertellen of hij ze heeft vermoord. De kwestie van de krijgsgevangenen is een open wond en nog altijd vrijwel dagelijks voorpaginanieuws, niet verwonderlijk als je bedenkt dat Koeweit maar 800.000 autochtone inwoners heeft – stel dat Amerika met zijn kwart miljard inwoners op dezelfde schaal was getroffen, dan zou het gaan om bijna 200.000 vermisten.

Voor veel Koeweiti's is Saddam Husseins weigering om het lot van de 605 op te helderen, het duidelijkste bewijs dat hij absoluut niet is veranderd. Voor wie het zou vergeten of te jong is om het te hebben meegemaakt, hangen in veel publieke gelegenheden foto's van de ravage die de Iraakse troepen aanrichtten voordat ze in 1991 voor de geallieerde troepen op de vlucht sloegen. Bij hun aftocht uit Koeweit staken de Irakezen alle oliebronnen in brand en de zwarte neerslag daarvan zit nog steeds in de lucht.

Waarnemers en Koeweitse zakenlui wier bedrijven leveren aan het Amerikaanse leger zeggen er niet aan te twijfelen dat de oorlog er komt. Een aftocht nu zou een kolossale overwinning voor Saddam Hussein betekenen en zo'n vernedering kan Amerika na de aanslagen van 11 september 2001 niet aan, zo luidt de redenering. Volgens een diplomaat uit een land dat zich achter de VS heeft geschaard, is alles uitgesteld tot medio maart, wat lijkt te worden bevestigd door de ontspannen houding van de Koeweitse overheid. Oorspronkelijk zou het hele noorden van Koeweit, een derde van het land, vanaf afgelopen zaterdag gesloten zijn voor iedereen behalve militairen. Maar dinsdag werd de tijdslimiet met een week verlengd omdat sommige eigenaren van land in het noorden de afgelopen maand op bedevaart naar Mekka waren en dus hun spullen niet konden weghalen. Ook de aanschaf van gasmaskers verloopt tergend traag.

Niettemin gaat de troepenopbouw onverminderd door, vredesdemonstraties in Europa of niet. Vijfentachtig procent van de capaciteit van de twee havens van Koeweit wordt nu gebruikt door de Amerikanen. Het telefoonnetwerk ligt regelmatig plat omdat de soldaten massaal naar huis bellen, een auto huren kun je vergeten. CNN heeft zojuist een tweede hotel geheel afgehuurd. Ze hebben 20 terreinwagens gehuurd en zelfs twee humvees, voertuigen waarmee je door de woestijn kunt crossen. Op dit moment leren de 70 man CNN-personeel erin rijden. De prijzen op de zwarte markt voor alcohol zijn verdrievoudigd.

Vooralsnog staan slechts op een paar kruispunten Koeweitse pantserwagens opgesteld en de Amerikaanse soldaten zijn in het straatleven enkel te zien als ze in konvooi van de haven naar hun kampen in het noorden racen, vinger aan de trekker van hun wapen. Diplomaten vertellen dat er heel discreet wel degelijk op grote schaal identiteitscontroles worden gehouden, maar op het oog gaat het leven in Koeweit in opvallend hoge mate zijn gewone gang. Het duidt erop dat de emir en zijn entourage zich vooralsnog niet bedreigd voelen.

Dat kan natuurlijk veranderen als een Amerikaanse inval dramatisch misloopt en Irak wegzakt in een burgeroorlog-cum-massavernietigingswapens. In het redelijk machtige Koeweitse parlement beheerst het fundamentalistische blok (partijen zijn verboden) nu ongeveer een derde van de zetels. In de zomer zijn nieuwe verkiezingen en die zullen duidelijk maken of de emir er goed aan heeft gedaan om de Amerikaanse satan binnen te halen, teneinde de Iraakse duivel uit te drijven. ,,Koeweit bestaat pas 42 jaar'', zegt een Libanese die al 15 jaar in Koeweit woont. ,,We kregen de Iran-Irak oorlog, de Iraakse invasie en nu dan deze oorlog. Zo'n jong land en dan al zoveel cynisme gezien. Hoe moet de jeugd dat allemaal recht breien? Wie is nu de vijand, het islamitische Irak of het christelijke Amerika? Dit land hangt van tegenstrijdigheden aan elkaar en ooit komt dat boven.''

Maar eerst wordt het oorlog.