Kafka krijgt op Schiphol de ruimste baan

Het negatieve reisadvies door de marechaussee op Schiphol is onrechtmatig, vindt Peter Nicolaï.

Het probleem van de bolletjesslikkers is bekend: ze stappen in op Curaçao, worden al dan niet onwel in het vliegtuig, en zorgen vervolgens voor opstoppingen in de justitiële en penitentiaire kanalen in Nederland. Extra controles op de Antillen, het zo vroeg mogelijk oppakken van verdachte bolletjesslikkers op het vliegveld – het is een logische stap in de strijd tegen criminele praktijken.

Maar koeriers met ingeslikte bolletjes drugs die vanaf Schiphol richting de Antillen vertrekken? Die zijn er niet. Het optreden van de marechaussee en de medewerking van de KLM is ook niet gericht op het voorkomen van drugssmokkel in het vliegtuig waarvoor de passagier heeft geboekt. Het gaat alleen maar om afschrikking van de drugsbaronnen die wellicht vanuit Nederland personen ronselen. De actie op Schiphol is niet gericht op verdachten, maar op personen die zich wellicht – eenmaal gearriveerd op de plek van bestemming – zouden kunnen gaan gedragen als drugssmokkelaars.

Mag de overheid, en in haar kielzog de KLM, passagiers die niet in de justitiële of politieregisters voorkomen en tegen wie geen enkele concrete verdenking bestaat, op de enkele grond van een `profielschets' het reizen onmogelijk maken? Wie de rechtsstaat hoog houdt, zegt natuurlijk: neen.

Op Schiphol wordt daar anders over gedacht, getuige het samenraapsel van onbevoegd, onrechtmatig en onzorgvuldig handelen. Het begint al met het `verhoor' van de passagiers door de marechaussee. In strijd met de eisen van behoorlijk bestuur maken de ambtenaren (in burger!) zich niet bekend, vertellen niet wat het doel is van het onderzoek en evenmin dat de passagier daaraan geenszins verplicht is mee te werken. Ook de KLM laat na zijn klanten vooraf te informeren dat medewerking aan het onderzoek in het geheel niet verplicht is. Hoewel justitie desgevraagd toegeeft dat niemand verplicht is aan het onderzoek door de marechaussee mee te werken, wordt daarover zowel door de overheid als door de KLM het zwijgen bewaard. Het machtsvertoon ter afschrikking van de drugsbaronnen zou natuurlijk in één klap verschrompelen als iedere passagier de profielschetsambtenaar voorbij zou mogen lopen. Het op Schiphol uitgedeelde `negatieve reisadvies' wordt immers uitsluitend gebaseerd op de `bevraging' ter plaatse.

Nog ernstiger is dat de marechaussee een illegale inbreuk op het grondrecht van de persoonlijke levenssfeer maakt door aan de KLM op basis van de profielschetstest een negatief reisadvies te verstrekken. Justitie heeft bij deze afschrikoperatie op Schiphol kennelijk alleen nagegaan of de marechaussee bevoegd kon zijn om de profielschetstest uit te voeren. Daartoe werd een grondslag in artikel 2 van de Politiewet geconstrueerd waarin de algemene taak (en dus géén bevoegheid) van de politie is omschreven.

Op het moment dat de marechaussee de gegevens over de betrokkene aan de KLM verstrekt, maakt hij evident inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de passagier. Deze heeft niet ingestemd met de gegevensverstrekking en wordt in feite tot `verdachte' bestempeld. Bovendien wordt met de mededeling beoogd te bereiken dat de passagier niet zal worden vervoerd; dat was het doel van de marechaussee die immers – volgens justitie – handelt in het belang van het voorkomen van een strafbaar feit.

Overheidsorganen kunnen voor het verstrekken aan particulieren van gegevens over personen een bevoegdheid ontlenen aan de Wet bescherming persoonsgegevens. In artikel 8 van die wet zijn de belangrijkste gevallen aangegeven waarin die bevoegdheid bestaat. Justitie heeft echter over het hoofd gezien dat die wettelijke grondslag niet van toepassing is als het gaat om gegevensverstrekking door de marechaussee in het kader van de uitoefening van de politietaak.

Voor verstrekking van persoonsgegevens aan particulieren door de marechaussee geldt een aparte regeling in de Wet politieregisters, maar die is niet van toepassing op het verstrekken van de conclusies op grond van de profielschetstest; zij geldt namelijk alleen voor gegevensverstrekking uit de politieregisters. Omdat voor de inbreuk op het grondrecht van bescherming van de persoonlijke levenssfeer die de marechaussee pleegt bij het verstrekken van die informatie aan de KLM een wettelijke bevoegdheid ontbreekt, handelt zij onbevoegd, ongrondwettig en onrechtmatig.

Peter Nicolaï is hoogleraar bestuursrecht en advocaat te Amsterdam.