De chaos in zes punten

Het voorspel tot de oorlog bestaat, behalve uit de voortgezette opbouw van de troepenmacht in de Golf, uit de groeiende chaos van de heftiger wordende discussies binnen het bondgenootschap dat Saddam moet verslaan. Hoe heftiger, hoe meer chaos. Al zijn de maanden van de dictator geteld, het bezorgt hem een mooie levensavond. Ik doe een poging, enige orde in het debat aan te brengen.

1. Het transatlantisch schelden, als uiterste vereenvoudiging. In Europa stonden de president en zijn omgeving al bekend als `cowboys'. Een bloemlezing uit de spandoeken van de recente demonstratie leert dat dit de vriendelijkste benaming is. In belligerente Amerikaanse en Britse kringen worden Europeanen euroweenies of gewoon lafaards genoemd, en de Fransen in het bijzonder `stinkende kaasvreters'. Het zat er al lang in. ,,Europenanen zijn laf, lui en zelfgenoegzaam. Een zootje roje rakkers, dat op staatskosten aan het strand ligt te bakken terwijl die cowboys het vuile werk opknappen'', schreef de voormalig directeur van de CIA, R.James Woolsey in deze krant op 24 februari 2002. We zouden nog veel verder kunnen teruggaan, bijvoorbeeld tot Dwight Eisenhower die het grote aantal zelfmoorden in Zweden toeschreef aan de voorbeeldige verzorgingsstaat. Maar blijven we in deze eeuw. Robert Kagan heeft in zijn essay The Power Divide een politiek-filosofische grondslag aan de tegenstelling gegeven: die tussen Venus en Mars en het uiteenlopende wereldbeeld van deze goden. De vulgarisatie daarvan is het transatlantisch schelden. Het kan nog erger. Want onderschat het Amerikaanse radicalisme niet. Toen in 1917 de Amerikanen in de Eerste Wereldoorlog betrokken raakten, is menige Dachshund, zijnde van Duitse afkomst, daar het slachtoffer van geworden.

2. Het tactisch-diplomatiek debat. Hierin gaat het in grote trekken om de vraag wat de voorkeur verdient: gesteund door een opvoering van de militaire druk de wapeninspecties intensiveren en de termijn telkens verlengen, om daarmee de politiek van containment voort te zetten, tot Irak feitelijk onder curatele staat, of de oorlog zo snel mogelijk te beginnen. Verwoesting en ontwrichting zo lang mogelijk te vermijden, in de hoop dat het regime van Saddam zichzelf opheft, door binnenlandse krachten wordt opgeheven; of het risico van een regionale chaos met een langdurige oorlog te aanvaarden. Dit debat wordt niet alleen transatlantisch gevoerd. Het woedt ook in Amerika zelf, en in mindere mate in Europa.

3. Het debat over de morele rechtvaardiging. Gaat het over de vraag of Saddam in schurk is, of in welke mate hij dat is? Een soort Hitler, die nu `verwijderd' moet worden, om erger te voorkomen, of een plaatselijk gevaar, geen schaduw van zijn voorganger, maar toch als eerste voor verwijdering in aanmerking komend, omdat het Iraakse volk moet worden bevrijd? Als dit laatste het geval is, waarom moet dan het westen wel ingrijpen in Irak, en niet hier en daar in Afrika, waar de afgelopen jaren vele honderduizenden in burgeroorlogen zijn vermoord? Waarom niet ingegrepen in Noord-Korea, dat met een echt kernwapen en raketten veel gevaarlijker is? Waarom niet in Iran? Wat is er zo bijzonder aan Irak dat dit land als eerste in aanmerking komt voor toepassing van de absolute ethiek van de Bergrede? Waarom niets gedaan aan Tsjetsjenië, waar hemeltergende toestanden heersen? Enzovoorts. Ik verwijs naar Max Weber, die in zijn Politik als Beruf dit eindeloze debat tot de uitgangspunten heeft teruggebracht.

4. Het groot-strategisch debat. Sinds president Bush in zijn State of the Union van vorig jaar zijn As van het Kwaad ontmaskerde, is het steeds duidelijker geworden dat het vervangen van het regime-Saddam en de voorlopige bezetting van Irak deel uitmaken van een grand design tot hervorming van de regio: de bekering van het hele Midden-Oosten tot een verlicht politiek systeem, het liefst een soort westerse democratie. Het nieuwe Irak moet daarbij als voorbeeld dienen. Het komt voort uit een klassiek beginsel: de politieke orde, en op den duur ook de cultuur volgen de macht. Iedere heerser heeft het op zijn manier geprobeerd. Napoleon in Nederland, Stalin in Oost-Europa, om een paar voorbeelden te noemen.

Wat we er verder ook van mogen denken, het is een grootse visie. Om die te verwezenlijken zijn een uithoudingsvermogen, een militaire, economische en culturele inspanning van misschien wel tientallen jaren nodig. Het debat, vooral in Amerika, en ook in Europa gaat over de vraag of de auteurs van dit grand design dat beseffen, of Amerika daarvoor de volharding en de kapitalen zal kunnen opbrengen, en tenslotte, of dit grand design niet eigenlijk dienst doet om een paar directe doelen op korte termijn te bereiken. Zijn Bush en de zijnen, is het Amerikaanse volk opgewassen tegen de onvermijdelijke traagheid waarin zo'n proces zich zal ontwikkelen? Hoe worden tussentijdse nederlagen geïncasseerd? Dergelijke vragen die in een democratie als juist de Amerikaanse, waar onmiddellijke successen worden beloond en déconfitures afgestraft, niet onbelangrijk zijn. Wat bijvoorbeeld als vriend Musharraf, president van kernmogendheid Pakistan, door zijn fundamentalisten wordt gewipt? Ik noem maar een tegenslag.

5. Het juridisch debat. Als de Veiligheidsraad weigert zijn zegen te geven aan de aanval, komt het ogenblik waarop de Verenigde Staten, volgens de nieuwe doctrine van de preventieve oorlog, er zelf aan beginnen. Mag de `internationale gemeenschap' dit als een algemeen geldig precedent opvatten?

6. De economische gevolgen van de oorlog. Dat de bloei van het Westen, en daarmee van de rest, er niet door zal worden bevorderd, is nu al duidelijk. Hoe het verder zal gaan, wordt de komende maanden proefondervindelijk bewezen. Verwacht er voorlopig niets goed van.

Zo komen we terug tot ons uitgangspunt: het publiek debat. Naarmate de oorlog dichterbij komt, wordt het simpeler en verplaatst het zich verder naar de straat. Door een economische neergang zal het grimmiger worden. De president heeft gezegd dat hij zich door de miljoenen niet van de wijs zal laten brengen. ,,Met alle respect, ik verschil van mening met degenen die Saddam niet als een bedreiging zien'', zei hij. Met alle respect, daar gaat het niet over. Het gaat om de manier waarop we hem bestrijden.