Boodschappen

Politici maken soms, zonder het te beseffen, opmerkingen die een eigen, klassiek leven gaan leiden. De uitspraak van Kok over de ideologische veren die de PvdA moest afschudden, is daar een mooi voorbeeld van. Nederland is ziek, van premier Lubbers, mag er ook wezen.

Nu waren dat nog uitspraken die met voorbedachten rade gedaan werden – de sprekers waren wel op enig shockeffect uit. Gisteravond, op een bijeenkomst van de PvdA in de Rode Hoed in Amsterdam, floepte zo'n soort uitspraak opeens spontaan over de lippen van Wouter Bos. Hij begon een uiteenzetting over het Irak-beleid van de PvdA met het losse grapje: ,,Ik raakte zaterdag per ongeluk in de vredesdemonstratie verzeild toen ik boodschappen ging doen.''

Ik kan Bos en zijn persvoorlichters verzekeren dat deze opmerking de komende tijd in elk groot interview de revue zal passeren. Dit zullen ongeveer de vragen zijn.

Meneer Bos, vond u het niet erg ongelukkig c.q. ongevoelig dat u net op dat moment en in die buurt als PvdA-leider boodschappen ging doen? Wat was er gebeurd als u, al even toevallig, op collega Pronk was gestuit die wél deelnam? Zou dat niet een erg pijnlijke foto op de voorpagina's van de dagbladen hebben opgeleverd, vooral als collega Marijnissen op de achtergrond kraaiend aanwezig was geweest?

Liet de demonstratie u zó onverschillig dat u zich niet eens had afgevraagd waar ze zou plaatsvinden? En mogen wij ook weten waarom u als inwoner van Amsterdam-Noord in het centrum boodschappen ging doen? Toch niet om, net als half Nederland, te kijken of de supermarkten daar goedkoper zijn dan bij u in de buurt?

En nu heb ik het nog niet eens over de vólgende demonstratie, aan de vooravond waarvan Andries Knevel met zijn valse lachje aan Bos zal vragen: ,,En meneer Bos, gaat u morgen nog boodschappen doen?''

Op die demonstratie zullen geen spandoeken of borden meer gedragen worden, maar boodschappenmandjes met de tekst `Stuur Wouter om een boodschap'.

Het is bekend: één ogenblik van onbedachtzaamheid kan maken dat de politicus eeuwig schreit. Een hard vak. En dan te bedenken dat de PvdA de avond juist wilde gebruiken om de beeldvorming van een zwalkende partij in formatietijd te bestrijden.

Dat lukte aanvankelijk redelijk goed. Bos en Koenders, de buitenlandspecialist, zijn als sprekers natuurtalenten, een soort snelvuurkanonnen die nooit haperen. Ze spreken minstens zo snel als Balkenende, maar ze slikken minder lettergrepen in. Bos hield een redevoering van een half uur op basis van enkele spaarzaam betikte velletjes. Er zat niet één slechtlopende zin in. Dat is spreken, ik bedoel: spréken.

Maar zelfs op de best georganiseerde avond heb je niet álles in de hand. Koenders vond op zeker moment een onbekende partijgenoot tegenover zich die ijzingwekkend kalm zei: ,,Ik deel uw optimisme niet over het voorkomen van een oorlog. Amerika is het al zo lang van plan. Bin Laden is daar eigenlijk een storende factor in geweest.''

Het bleef even stil.

Van alle boodschappen op deze avond was deze wel de duurste.