Alt Remmert paart lenigheid aan warm timbre

Als een muzikale voorloper van eigentijdse dameslectuur of `chicklit' als Bridget Jones's Diary zou moeten worden aangewezen, is Schumanns Frauenliebe und -leben op teksten van Adalbert von Chamisso een goede keuze. In zijn cyclus laat Schumann horen hoe de vrouwelijke protagoniste driftig droomt van haar verkorene (,,Er, der Herrlichste von allen''), waarna hij alras de ring aan haar vinger schuift, zorgt voor nageslacht en de roze huwelijkswolk pas zwart kleurt wanneer de dood hen scheidt.

Niet alleen Schumanns uit het bourgeoisbestaan gegrepen vrouwenleven, ook de minder alledaagse liefdes en levens van de Schotse koningin Mary Stuart (1542-1587) en Robert Schumanns echtgenote Clara Wieck (1819-1896) kwamen aan bod in het uitzonderlijk geprogrammeerde liedprogramma waarmee de Duitse alt Birgit Remmert en pianist Jan Schultsz na drie jaar afwezigheid terugkeerden in de Kleine Zaal van het Concertgebouw.

Het is verleidelijk te stellen dat het aardse programmathema `vrouwenlevens' goed aansloot bij Remmerts warme, borstronde alt-timbre. Maar het bijzondere aan Remmerts stem ligt juist besloten in de wijze waarop ze haar avondrode klank paart aan een vocale lenigheid die doorgaans minder met de een lage vrouwenstem wordt geassocieerd.

In het deel voor de pauze stond Remmert uitgebreid stil bij het leven van Mary Stuart, wier dramatische lotgevallen – drie huwelijken, 18 jaar gevangenschap en executie – zij in eigen woorden navertelde bij de muzikale zettingen door Joachim Raff (1822-1882) en Robert Schumann van Mary Stuarts gedichten over afscheid van de jeugd, geboorte en angst voor de dood. Remmert zong Raffs onbekende maar prettige melodieën liefdevol en pianist Jan Schultsz presenteerde de vaak erg onverwachte harmonische wendingen met overtuiging. Maar in het verblindend licht van de na de pauze gezongen prachtliederen die Schumann op diezelfde verzen componeerde, staken Raffs zettingen kwakkelend en bleekjes af.

Ondanks de originele programmering, die begon met drie mooie maar nog wat eenkleurig gezongen liederen van Clara Schumann, culmineerden Remmert en Schultsz kwaliteiten in het minst verrassende onderdeel – Robert Schumanns tot slot gezongen Frauenliebe und -leben. De manier waarop Remmert hier het bezongen vrouwenleven met vocale beheersing, kleuring en tekstuele expressie navoelbaar maakte in meisjesachtige hoop, rijp verlangen en moederlijke euforie, werd door Schultsz ondersteund met uitzonderlijk intelligente en fraai gespeelde invullingen van de zo zeggingsvolle pianopartijen. Voor de handvol droge snikken en natte sniffen die daarna dienden als indirect `bravo!', bood het zonniger, als toegift gezongen Widmung (Myrten, op. 25) op tekst van Rückert redding. En teruggrijpend op de Rückert-zettingen van Clara Wieck waarmee zij de avond begon, sloot Remmert haar programma over vrouwenlevens zo ook nog cyclisch af.

Concert: Birgit Remmert (alt) en Jan Schultsz (piano). Recital met liederen van Clara Schumann, Robert Schumann en Joachim Raff. Gehoord: 18/2 Concertgebouw. Herh.: 25/2 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht. Radio 4: 28/2, 10 uur.