Wat stampen we lekker!

Tot 11 maart, de dag van de Statenverkiezingen, die ook bepalend zijn voor de samenstelling van de Eerste Kamer, zullen er in de kabinetsformatie nog geen diep insnijdende akkoorden over grote bezuinigingen of een andere opzet van de zorgsector en de sociale zekerheid vallen. Als de huidige formatiepartijen het informeel ergens over eens zijn, is het wel dat het electoraal niet handig is de kiezers vlak voor zij gaan stemmen berichten te sturen uit de hoofdgroep Kommer en Kwel.

Dat PvdA-leider Bos roept dat het CDA moet opschieten in de formatie doet daaraan niet af. En VVD-leider Zalm mag met recht verklaren dat door het trage formatiegeschuifel het risico groeit dat men na april niet meer tijdig toekomt aan de voorbereiding van dringende wetsvoorstellen voor 2004, maar hij begrijpt natuurlijk best dat CDA en PvdA weinig zin hebben om zich vóór 11 maart al met pijnlijke boodschappen tot de kiezers te richten. Zalm zal zich herinneren dat de datum van de laatste Kamerverkiezingen, 22 januari, vlak vóór de dag viel waarop de meeste Nederlanders hun eerste loonstrookje van het nieuwe jaar te zien kregen. Die datum was geen toeval, maar natuurlijk mede om die reden gekozen.

Er zijn meer redenen waarom zeker het CDA weinig haast heeft met het formatieproces. Bekend is dat Balkenende en zijn partij eigenlijk liever een andere coalitie wilden, en misschien nog wel willen, dan een met de PvdA. Bekend is ook dat velen in het CDA weliswaar erkennen dat er met de PvdA van verkiezingswinnaar Bos moet worden onderhandeld maar daarbij meer helderheid willen aangaande de vraag hoe de PvdA er van binnen werkelijk uitziet. Of, anders gezegd, in welke richting zij zich verder wil en zal gaan vernieuwen en welke rol Bos daarin kan en wil spelen.

Wie daarover meer wil weten, zoals mensen in de CDA-top, heeft tijd en enkele politiek interessante voorbeelden nodig. En niet alle CDA-toppers zullen daarbij in hun taxaties vriendelijk zijn. Wat zei een van die toppers onlangs binnenskamers, nadat Bos binnen een paar dagen van opvatting was veranderd (van: jazeker naar nu nog niet) over de vraag of Nederland aan Turkije Patriot-luchtverdedigingssystemen kon sturen? Dit: ,,Het eerste werveltje in de rug van Bos is nu verschoven.''

Dan is er de kwestie-Irak, waar het CDA de PvdA min of meer op de pijnbank weet, hangend tussen de wens weer regeringsverantwoordelijkheid te krijgen en de grote afkeer van haar achterban van een al dan niet door de Veiligheidsraad gelegitimeerde oorlog. Links van de PvdA slijpen GroenLinks en de SP in de Kamer de messen. Op straat doet het, zoals afgelopen weekeinde bij de Irak-demonstraties, pijn dat de PvdA daar als een aspirant-regeringspartner officieel niet van de partij was. Al zou je kunnen zeggen dat parlementariërs, en zeker leden van een grote Kamerfractie, als medewetgevers niet ook nog eens op straat moeten gaan betogen. Voor ministers geldt dat a fortiori, het was vervelend voor SPD-kanselier Schröder dat enkele Duitse ministers afgelopen weekeinde in de demonstratie in Berlijn meeliepen ondanks zijn verzoek dat niet te doen. Maar goed dat de kwestie-Irak voor de PvdA als formatiepartij ongemakkelijk is, en dat het CDA daaraan bij het nieren proeven enig plezier heeft (verzekerd van een Kamermeerderheid als het in het Irak-dossier toch al is), lijkt wel zeker.

De situatie heeft een paradoxale kant. De PvdA is er namelijk als formatiepartij bij gebaat dat een oorlog zo spoedig mogelijk begint. Want als Amerika en zijn bondgenoten dadelijk, desnoods zonder nieuw uitdrukkelijk mandaat van de Veiligheidsraad, een oorlog zouden beginnen, bijvoorbeeld omdat de weersomstandigheden in Irak verder uitstel tot afstel zouden kunnen maken, is de PvdA waarschijnlijk snel van een formatiedilemma bevrijd.

Aannemend althans dat zo'n oorlog kort zou duren, zoals militaire deskundigen voorspellen. Aannemend ook dat het politieke catenaccio van de regeringen in Parijs, Berlijn en Moskou tegen Washington dan tevens snel zal eindigen. Want die regeringen willen alsdan niet graag geïsoleerd, als een soort `bende van drie' in de westelijke wereld, verder, maar zullen liever aan boord van de winnaar springen, al was het maar om vervolgens althans nog enigszins een vinger in de pap te houden. Wat men ook van het Amerikaanse Irak-beleid vindt, dat wil zeggen: of men dit – inclusief de gevolgen in de Arabische wereld – voor wijs houdt of niet, de schade aan de VN, de NAVO en de EU is dan sowieso al groot.

Tien jaar geleden zou de EU nog helemaal niet zo in de moeilijkheden kunnen zijn gekomen over haar buitenlands beleid, want dat was er toen nog helemaal niet, zei de Brusselse correspondent van het NOS-Journaal gisteravond. Alsof er toch nog enige troost was. Maar de ellende is daarvoor te groot. Opnieuw is gebleken dat Europa tot veel in staat is op economisch gebied, namelijk daar waar staten met afspraken en regels hun gedrag kunnen regelen en vastleggen. Maar ook is gebleken dat dat veel moeilijker, zo niet onmogelijk, is als beleid moet worden gemaakt op veiligheids- en buitenlands politiek gebied, waar staten graag aan hun eigen soevereiniteit en belangen vasthouden.

De ene keer gaat het dan om naderende verkiezingen (Duitsland), de andere keer mede om de eigen rol in de wereld of Europa (Frankrijk jegens de VS en jegens Duitsland) en weer een andere keer om de Atlantische relaties (Groot-Brittannië jegens de VS). Soms ook, als snel actie geboden is, is het zo lastig om Atlantisch én Europees te zijn dat de gegeven bedenktijd te kort is.

Dat schijnt het geval geweest te zijn toen Nederland onlangs als een van de eerste landen werd uitgenodigd, in een nog ruwe concept-brief, mee te doen aan de steunbetuiging aan Washington van uiteindelijk acht Europese landen die in The Wall Street Journal zou worden afgedrukt. Tussen premier Balkenende en minister De Hoop Scheffer schijnt net iets te lang te zijn nagedacht, onder meer over de vraag hoeveel landen toch wel zouden meedoen, om nog op tijd een handtekening te kunnen zetten. Waarna Balkenende en De Hoop Scheffer een creatieve uitweg vonden. Namelijk: wij steunen de VS, maar wij wilden de verdeeldheid in de EU niet via zo'n brief bevorderen en zijn veel liever bruggenbouwers in Europa.

Je hoort Balkenende op zo'n brug tegen Chirac en Schröder zeggen, als het muisje tegen de olifant: `Wat stampen we lekker, nietwaar?' Maar niet heus. Waarom zou trouwens alleen Bos pijn moeten lijden, Balkenende en het CDA mogen ook wel eens.