Vier keer zoveel mensen van bedrijf naar de overheid

De overheid is sinds 1999 aantrekkelijker geworden als werkgever. In 2001 stapten vier keer zoveel mensen over van het bedrijfsleven naar de overheid als in 1999.

Dat blijkt uit een notitie over de arbeidsmarkt in de collectieve sector die minister Remkes (Binnenlandse Zaken) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In 2001 was de netto instroom van mensen uit bedrijfsleven 20.000, in 1999 waren dat er nog 5.000. Volgens de notitie is de waardering voor de overheid als werkgever toegenomen.

De inhoud van het werk, de mate van zelfstandigheid en de sfeer zijn de belangrijkste motieven om bij de overheid te gaan werken. De langdurige campagne die de overheid voert onder de naam Werken bij het Rijk heeft volgens Binnenlandse Zaken tot nu toe positieve effecten gehad.

De krapte in de collectieve sector is de laatste jaren afgenomen. De matige ontwikkeling van de economische conjunctuur speelt hierbij ook een rol. De notitie stelt evenwel in specifieke sectoren nog altijd een tekort is aan personeel. De personeelsbehoefte is dit jaar nog groot: er moeten 53.000 voltijdbanen worden gevuld, 6,5 procent van het totale werknemersbestand.

Met name in onderwijs, zorg en welzijn is de vraag naar goede mensen groot. Bij pedagogen, verplegenden en verzorgenden zijn er grote tekorten voorzien. De licht gestegen belangstelling voor deze beroepen is nog altijd onvoldoende om aan de vraag te voldoen. Door de vergrijzing zal de personeelsbehoefte bij de overheid tot 2010 blijven toenemen, ondanks het feit dat de ministeries en defensie gaan inkrimpen.

Eén van de manieren om de personeelsbehoefte af te remmen is volgens Remkes het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Hij wil daarom meer prestatiegerichte beloningsvormen gaan invoeren. Beloningen moeten meer gaan variëren. Dat is volgens Remkes ook een middel om meer hoger opgeleiden te trekken. Ook de arbeidsdeelname moet omhoog, door ziekteverzuim tegen te gaan en oudere werknemers langer aan het werk te houden.

In de notitie wordt voorgesteld om de minimumleeftijd waarop werknemers gebruik kunnen maken van prepensioen te verhogen van 55 jaar naar 60 jaar. Ook zogeheten `levenslooparrangementen' zouden kunnen bijdragen aan het langer doorwerken. Opname van opgebouwde rechten in de eerdere fase van de loopbaan, leidt tot een afname van de mogelijkheden om op latere leeftijd vervroegd uit het arbeidsproces te treden, aldus de notitie.