Mensheid blijft verslaafd aan olie

Het Duitse bedrijfsleven zit in de piepzak over de economische gevolgen van het Duitse verzet tegen de Amerikaanse oorlogsplannen in Irak. Zo is het bijvoorbeeld benauwd, schrijft het Duitse zakenblad Wirtschaftswoche, voor onthullingen over de aanwezigheid van Duitse producten in de wapenarsenalen van Saddam Hussein.

Die vrees is terecht, meent het blad. Want onlangs heeft de Duitse inlichtingendienst ontdekt dat onderdelen van Duitse makelij geschikt zijn voor het monteren van Saddams mobiele laboratoria voor biologische wapens op vrachtauto's. ,,Voorzichtigheidshalve heeft de inlichtingendienst de wapeninspecteurs van Blix gewaarschuwd dat ze op hun speurtocht kunnen stuiten op Duitse onderdelen. Meer van dat soort blijken van Duitse betrokkenheid bij het regime van Saddam zou een ramp zijn voor de export naar de Verenigde Staten'', schrijft het blad.

Er is nog geen sprake van een boycot. Maar volgens recente opiniepeilingen van Gallup heeft het Amerikaanse publiek weer net zo'n lage dunk van Duitsland als in 1993, toen neonazi's een spoor van vernieling trokken door de Duitse steden. En de Amerikaans-Duitse Kamer van Koophandel adviseert bezoekers uit Duitsland al om zich voor te bereiden op langere wachttijden bij de douane en andere kleine vijandigheden.

Ook vrachtwagenfabrikant MAN maakt zich zorgen, omdat de onderneming al sinds jaar en dag levert aan Irak. Het management heeft slechte herinneringen aan de tijd dat dwangarbeiders uit de Tweede Wereldoorlog verhaal kwamen halen bij het huidige bedrijf. Gelukkig kan het bedrijf zich er op beroepen dat het ook kandidaat is voor een grote order van het Britse leger.

Bommen op Bagdad, explosies in Rotterdam en Houston. Dat is het horrorscenario van het Duitse weekblad Die Zeit. Het erge van zulke scenario's is volgens het blad dat ze ,,geen werkelijkheid hoeven te worden om toch hun werking te laten zien. Immers, olie wordt aan de beurs verhandeld, en daar zijn het niet de feiten die de prijs bepalen, maar verwachtingen, vermoedens en waarschijnlijkheden.''

Daar komt bij dat ,,de mensheid maar niet los komt van zijn verslaving aan olie''. Natuurlijk is er wel wat veranderd, al was het alleen het feit dat de industrielanden voor iedere dollar die ze produceren, veertig procent minder olie nodig hebben dan dertig jaar geleden. Toch is er geen reden om te denken dat stijging van de olieprijs nu minder schadelijk zou zijn dan eertijds, schrijft het blad op gezag van zowel de investeringsbank Goldman Sachs als de vooraanstaande econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz.

Dat komt volgens het blad doordat ,,de grote raffinaderijen hun olievoorraden de afgelopen jaren drastisch hebben gereduceerd''. Een andere reden waarom de olieverslaving in stand blijft, is dat het transport voor bijna honderd procent afhankelijk is van olie. Alleen al de Amerikaanse auto's verbruiken 10 van de 70 miljoen vaten olie die de wereld dagelijks nodig heeft. Om dat geleidelijk aan te veranderen is het raadzaam om belasting op olie te gaan heffen, zodat het aanwenden van alternatieve energiebronnen lucratiever wordt.

Het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek is het van harte eens met Die Zeit. Het noemt belasting op olie als een van de middelen om ,,het oliebeest te temmen''. Want dat beest is wel heel vraatzuchtig. ,,Als de prijs drie maanden hoog blijft, wordt het bruto binnenlands product dat kwartaal vijftig miljard dollar kleiner.''

Het blad stippelt een aantal beleidslijnen uit die de risico's verkleinen. Als eerste noemt het de noodzaak tot spreiding van de olievoorziening, want er is genoeg olie voor iedereen. Een andere aanbeveling is om de strategische oliereserves meer en vaker aan te spreken teneinde plotselinge prijsverhogingen op te vangen. Ook pleit het blad voor meer onderzoek naar alternatieve energiebronnen. Het blad meent dat de voordelen van dit soort maatregelen op de lange termijn gemakkelijk opwegen tegen de 120 miljard dollar die het kost om ze te realiseren.

President Bush verdient een pluim voor zijn milieuplannen, vindt het Britse weekblad The Economist, ook al zouden ze best wat radicaler mogen zijn. En de milieuactivisten slaan de plank mis als ze sceptisch zijn. ,,Bush zal nooit een wedergeboren groene worden – moeten we maar hopen – maar er is geen reden om zijn ideeën weg te wuiven alleen maar omdat autofabrikanten en olieproducenten ervan zouden kunnen profiteren'', commentarieert het blad. Want hun steun is nodig op de weg naar een energiesysteem met weinig kooldioxyde. Dat neemt niet weg dat de 1,2 miljard dollar die Bush heeft gereserveerd te weinig zijn om het bedrijfsleven op andere gedachten te brengen.

,,De komst van speciale Amerikaanse troepen in Georgië, ver van het slagveld in Afghanistan, heeft stof te over gegeven voor nieuwe speculaties over het grote oliespel'', schrijft de Armeense journalist Vicken Cheterian in het Franse maandblad Le Monde Diplomatique. Hij wijst er op dat de westerse oliemaatschappijen in de jaren negentig 26 miljard dollar hebben geïnvesteerd in de olievelden aan de Kaspische Zee. De schrijver noemt het Amerikaanse beleid kortzichtig omdat het regionale machthebbers in het zadel houdt ,,die zich niets gelegen laten liggen aan hun onderdanen en die er alleen op uit zijn aan de macht te blijven''.