Marokkanen weten niet of ze voor of tegen zijn

Marokko beweegt zich tussen vriendschap met de VS en solidariteit met medemoslims.

De eerste die naar het sociale centrum Zuriya as Saqat in Casablanca kwam om zich aan te melden in het register voor `menselijke schilden' voor Irak was Mohammed Saud, een leraar wiskunde uit Casablanca. In een hardgekaft schrift staan achter het cijfer 1 zijn naam, adres, paspoortnummer en handtekening geschreven. Anderhalve maand geleden was dat. Nu zijn we bij nummer 33 in het register.

Het loopt nog niet echt storm, erkent Mustafa Qasu van de nationale Werkgroep Hulp aan Irak. De persberichten vlogen de deur uit, maar helaas hebben maar een paar kranten melding gemaakt van zijn register. Toch moet men zich niet verkijken op de steun aan de broeders en zusters in het verre Irak. In zijn werkgroep zijn 48 organisaties verenigd en met gemiddeld vijf bestuursleden ieder is dat toch al snel 240 menselijke schilden die zich ieder moment kunnen aanmelden. En juist vandaag is een schoolklas met een twintigtal kinderen op bezoek in het sociale centrum. Die hebben zich ook allemaal ingeschreven. ,,We zijn Arabieren. In Irak sterven is een eer'', zegt een meisje ernstig. ,,En Amerika is tegen de vrede.''

Marokkaanse kinderen naar Irak sturen als schild tegen Amerikaanse bommen? Zo'n vaart loopt het nu ook weer niet, sust Mustafa Qasu. De jongeren hebben geen geld voor zo'n verre reis. De ouderen trouwens ook niet. ,,Het gaat om het gebaar, de solidariteit'', zegt Qasu. Er wordt druk vergaderd over een grote betoging die georganiseerd gaat worden tegen het Amerikaanse optreden in Irak. Ook zijn besprekingen met het nationale solidariteitscomité voor de Palestijnen in volle gang. Dan weer een protest tegen Irak, dan weer tegen Israël, het wordt zo langzamerhand een onoverzichtelijke boel van vaak dezelfde mensen. ,,De vernietiging van Irak is in het voordeel van Israël. Dus kunnen die comités beter fuseren'', meent Qasu.

De vrolijke stemming rond de Eid, het zojuist beëindigde islamitische offerfeest, kan niet verhinderen dat Marokko de opgelopen spanningen rond Irak van dag tot dag nauwlettend volgt. Saddam Hussein mag zich dan misschien niet in al te grote populariteit verheugen, het Iraakse volk wel. De Amerikanen worden uitsluitend gedreven door machtswellust en hebzucht naar olie. Israël staat lachend aan de zijlijn en behalve de Irakezen betalen de Palestijnen de rekening, zo laat zich de onvrede samenvatten. Het `oude Europa' geniet vooralsnog het voordeel van de twijfel. Terwijl de Amerikaanse ambassade in Rabat de aanblik van een zwaar bewaakt fort biedt, is bij de Franse residentie even verderop geen wacht te bekennen.

Op regeringsniveau vereist dat enig eierenlopen. Marokko zendt niet, zoals onder koning Hassan II tijdens de Golfoorlog, troepen om tegen Irak te vechten. Maar de verhoudingen met de VS zijn in tijden niet zo goed geweest. Vorig jaar bracht de koning er een staatsbezoek. Er is een vrijhandelsakkoord tussen beide landen in de maak. Niet toevallig lijkt het dat er plotseling weer wordt gepraat met de buurlanden Spanje en Algerije, twee andere vrienden van de VS. En de Amerikaanse ambassadeur Margareth Tutwiler is inmiddels een begrip geworden door haar regelmatige optredens in de pers als er weer eens een project gefinancierd moet worden. De VS maken zichtbaar werk van een goede vriendschap. Dit laatste tot ergernis van Frankrijk, dat Marokko van oudsher tot zijn belangrijkste diplomatieke bastion in Noord-Afrika rekent.

Ongetwijfeld met de lessen van zijn vader in het achterhoofd, hoopt koning Mohammed VI dat goede verhoudingen met de Amerikanen op lange termijn meer rendement opleveren dan steun voor een wankelend staatshoofd in het verre Irak. Ongewisse factor is hoe hoog de volksemoties straks oplopen.

Vooralsnog loopt het wel los: McDonalds, symbool van Amerikaanse overheersing, stelde tijdens het offerfeest zijn keukens open voor het publiek. Tegen het eten van een McBurger wordt nog niet gewaarschuwd, maar de Nederlandse ambassade liet afgelopen week weten dat toeristen het nieuws in de gaten moeten houden en bij het eerste oorlogsgeweld zich beter uit de voeten kunnen maken. Vooral toeristencentra zouden misschien doelwit kunnen worden van aanslagen of relletjes, zo is de vrees. Na Bali en Djerba (Tunesië) liever geen risico's.

Onder de Marokkaanse zakelijke en intellectuele elite ziet men oorlog in Irak vooral met lede ogen aan omdat het vooral de radicale moslimkrachten in het land in de kaart zou spelen. De islamitische Partij van de Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (PJD), die bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar een monsterzege behaalde, speelt handig in op het ongenoegen over het westerse imperialisme en solidariteit met medemoslims. Een donderpreek tegen de VS kost bovendien niks en raakt precies de gevoelige snaar. De PJD en hun bebaarde aanhangers annexeren vaak de protesten tegen de oorlog die door linkse, seculiere groeperingen in Marokko worden georganiseerd.

Deze zomer zijn er gemeenteraadsverkiezingen en de vrees is groot dat de PJD aan de haal gaat met een aantal grote steden als Fès, Agadir of misschien zelfs Casablanca. Een Amerikaanse aanval op Irak, zo is de overtuiging, zou voor de islamitische partij als een geschenk uit de hemel komen.