Hypocrisie op de hak nemen

Een jonge begrafenisondernemer moet zijn homoseksuele geaardheid verbergen om zijn nering, die hij van zijn overleden vader heeft geërfd, niet in gevaar te brengen. Het begrafenisbedrijf is nu eenmaal een en al façade en in Amerika ligt homoseksualiteit nog steeds moeilijker dan in Nederland. Veel begrafenisondernemers moeten een Disney-achtige Brits-klassieke stijl erop na houden, want dat stellen de klanten op prijs. Een Latino die Gonzalez heet, zal zijn begrafenisonderneming Pomfret & Humphry noemen. De spanning tussen de hypocriete bovenwereld en wat daar werkelijk onder ligt is mooie stof voor een comedy. Het Amerikaanse televisie-blijspel Six feet under op Nederland 3 kan ik dan ook geen maandagavond missen.

Drie jaar geleden heeft de VPRO zelf zes afleveringen comedy over een begrafenisonderneming gemaakt: Begraven. Er werden vermoedens geuit dat Hollywood dat Nederlandse idee had gestolen. Maar Six feet under lijkt in niets op Begraven. Het gaat niet om het idee maar om de uitvoering daarvan. Het grote verschil tussen beide series zit hem in de blindheid van Nederlandse comedy-makers voor de hypocrisie van de eigen samenleving. De ondernemers van Begraven doorbraken het ene taboe na het andere en waren ongeloofwaardig. Juist de hypocrisie van die taboedoorbrekende mentaliteit zou in Nederland aan de kaak moeten worden gesteld. Dat is wel eens geprobeerd in Hertenkamp, een populaire cultserie van de VPRO over een woongroep. Maar begrafenisondernemers die hun klanten in het o'tje nemen hebben weinig met de werkelijkheid te maken. Die zullen nooit lang blijven bestaan. Je moet als kijker juist kunnen aannemen dat het zich ook in het echt kan voordoen. Six feet under doet ondanks allerlei rare verwikkelingen zijn best om de klanten tevreden te stellen. Het is geen rechtstreekse comedy, eerder een serie met humoristische situaties. Er draait geen band met lach-geluiden mee.

Op een gegeven moment wordt de begrafenisondernemer door een priester van de lokale episcopale kerk uitgenodigd om diaken te worden. Een belangrijke post voor een begrafenisondernemer, want via de kerk kan hij klanten werven. Maar dan moet hij wel zijn geaardheid verbergen. De episcopale kerk heeft standing, want dat is pas White AngloSaxon Protestantism. De Anglicaanse priester is vol begrip voor de begrafenisondernemer, want hij maakt ook deel uit van de homo-ondergrondse. Hij draagt hem voor bij de lokale hoge geestelijke. Daar liegt de begrafenisondernemer dat hij een tijdje verloofd is geweest en dat hij diaken wil worden om God te kunnen dienen en zeker niet om klanten te werven. Dat antwoord bevalt de hoge prelaat. Het gesprek verloopt uitstekend en meteen daarna weet de bevriende priester hem al zijn eerste klant toe te spelen. Maar zijn vaste vriend, tevens politieagent, wordt boos over zoveel hypocrisie en wil dat de begrafenisondernemer zich net als hij aansluit bij een homo-kerk. Zo wordt het een scherp sociaal portret van Amerikaanse religie.

Er zijn zij-intriges, de moeder die moet wennen aan een leven alleen zonder de overleden vader, de broer die tegen heug en meug ook maar het bedrijf in gaat en tegelijkertijd een wilde liefdesaffaire heeft met een vrouw die zijn tegendeel is. En dan zijn er nog de begrafenissen zelf die altijd ternauwernood lukken. Gisteren werd een bekende pornoster begraven van wie de weggezakte borsten moesten worden opgespalkt met kattenvoerblikjes. De begrafenisondernemer heeft in zijn fantasie dialogen met zijn lijken. En toch blijf je het geloven, net als de spelers zelf die het er niet te dik bovenop leggen.

Gisteren had ik overigens geschreven dat de priester Antoine Bodar voor Netwerk het bezoek van Tariq Aziz aan de Franciscuskerk in Assisi had verslagen. Netwerk had ook een verslag over dat bezoek, maar Knevel op zaterdag liet Bodar daarin optreden en daarom was het des te pikanter. Zo kon de Evangelische Omroep de schijnwerper zetten op paapse ongerijmdheden.