Hans van Breukelen: bestuurders zijn fans

,,Het is makkelijk om rustig door te gaan met bouwen, als het niet je eigen geld is'', zegt Hans van Breukelen over de miljoenenschuld bij FC Utrecht.

In de jaren zeventig was hij doelman in de Galgenwaard en in de jaren negentig keerde hij tijdelijk terug als technisch directeur. ,,Je zou bestuurders direct verantwoordelijk moeten stellen voor de tekorten. Maar ja, dan wil niemand meer besturen, dus dat is ook geen oplossing.''

Van Breukelen is ,,wél en niet verrast'' door de enorme verliezen die na zijn plotselinge vertrek in 2000 zijn ontstaan. ,,In mijn tijd kwamen we ook vijf miljoen gulden per seizoen tekort. Dat gat werd gecompenseerd door de verkoop van spelers. Zo maakten we in één klap een batensprong. We speelden elk jaar quitte.''

Volgens Van Breukelen hoopte het clubbestuur met de nieuwe hoofdtribune ,,vijf miljoen aan extra inkomsten te verwerven en zo geen spelers meer te hoeven verkopen''.

De verbouwing van het stadion heeft FC Utrecht echter geld gekost, de investering heeft zich nog niet terugverdiend. ,,Ik begrijp niet dat ze niet met de bouw zijn gestopt toen de schulden opliepen. De eindverantwoordelijken hadden eerder aan de bel moeten trekken.''

Van Breukelen heeft de oud-bestuurders Hans Herremans en Gerrit Bloemink van dichtbij meegemaakt. ,,Geslaagde zakenlui die op zondag opeens supporter zijn en te veel risico's nemen. Heel menselijk. Ze hadden ambities zonder die te kunnen waarmaken. Ze vergaten dat de spelers geen waarde hebben, wat is gebleken nu de markt op slot zit''.

Als technisch-directeur was Van Breukelen medeverantwoordelijk voor de ambitieuze plannen van FC Utrecht, dat zichzelf de rol van challenger had toebedeeld: uitdager van de drie topclubs, Ajax, Feyenoord en PSV.

,,Ik dacht dat AMEV als hoofdsponsor dezelfde rol zou spelen als Philips bij PSV. Dat bleek een misvatting. Daarom hebben we de plannen bijgesteld.''

Van Breukelen vertrok tweeënhalfjaar geleden onverwacht bij FC Utrecht. ,,Ik miste het vertrouwen van het bestuur. Er werden achter mijn rug zaken geregeld. Bloemink (toen penningmeester, later voorzitter, red.) was de enige die niet meedeed aan die geintjes. Ik heb met pijn in mijn lijf afscheid genomen.''