Geld maakt niet gelukkig. Of toch wel?

Wat heeft geld met geluk te maken? Vooral de wetenschap dat je er méér van hebt dan anderen, levert een goed gevoel op, volgens de Zwitserse econoom Bruno Frey. Maar dat sommige mensen van nature gelukkiger zijn dan anderen, kan ook hij niet verklaren.

Een groep villa's in een bosrijke omgeving. Volleybalveld voor de deur, strand en zee op fietsafstand. In de hal van het hoofdgebouw staat op een wit bord wanneer er yoga wordt gegeven, wanneer er een filmavond is, wanneer discussiebijeenkomsten en lezingen plaatsvinden. Als je in de bibliotheek zegt dat je een bepaald boek wilt hebben, heeft de bibliothecaresse het de volgende dag voor je uit Leiden of Den Haag laten komen. En verder is er rust. Geen telefoon op de werkkamer, wie wil heeft een mobieltje. Het NIAS in Wassenaar is een paradijs voor wetenschappers – de ideale plaats voor de Zwitserse hoogleraar economie Bruno Frey om zijn onderzoeksproject over geluk af te ronden.

Over geluk, ja. Een niet alledaags onderwerp voor een econoom, lacht hij. Maar hij vindt het wel heel logisch dat economen zich er nu over beginnen te buigen. ,,Het is nu eenmaal het uiteindelijke doel van individuele mensen in de economie: mensen streven naar geluk. En ook sociale onderwerpen kun je op een economische manier benaderen. Hoe beïnvloeden economische factoren het geluksgevoel van mensen, hun tevredenheid met het leven? Het blijkt bijvoorbeeld dat mensen in rijke, westerse landen boven een bepaald inkomen niet nóg gelukkiger worden van een loonsverhoging. Wel eventjes, maar dan passen ze zich snel weer aan en zijn ze weer even gelukkig als ervoor. In ontwikkelingslanden worden mensen nog wél gelukkig van een inkomensverhoging.''

Middels grootschalige vragenlijstonderzoeken – meer dan zesduizend Zwitsers deden eraan mee – hebben Frey en zijn collega's in kaart gebracht wat er zoal bijdraagt aan tevredenheid en geluk. Ze hebben niet alleen met economische factoren rekening gehouden; Freys laatste artikel heet `Does marriage make happy, or do happy people get married?'. Dat bleek allebei het geval: ,,Getrouwd zijn maakt mensen gelukkiger, maar het is ook zo dat optimistische, sociale, aardige mensen meer kans hebben om een partner te vinden. Dus de relatie gaat twee kanten op.'' Frey schreef het artikel samen met zijn collega Alois Stutzer, met wie hij vorig jaar al een boek over de economie van het geluk publiceerde (Happiness and Economics: How the Economy and Institutions Affect Human Well-being).

Overigens blijft hij ook mainstream-economisch onderzoek publiceren; hij heeft zo'n 370 artikelen op zijn naam en bijna twintig boeken, onder meer over milieu en duurzaamheid, politieke economie, de economie van de kunst, en over zijn huidige speerpunt: economische toepassingen in de sociale wetenschappen en sociaal-wetenschappelijke toepassingen van economie.

In Nederland sprak hij er ook met psychologen over. Hij ontmoette onder meer de Utrechtse hoogleraar sociale psychologie Wolfgang Stroebe en diens vrouw, klinisch psychologe Margaret Stroebe. Beiden doen onderzoek naar allerlei zaken die eigenlijk de tegenhangers zijn van geluk: rouw, verdriet en zwaar verlies. Margaret Stroebe ontving in december van de Katholieke Universiteit van Louvain-la-Neuve in België een eredoctoraat voor haar werk op dit gebied.En uiteraard overlegde Frey ook met de bekende `hoogleraar geluk' Ruut Veenhoven van de Erasmus Universiteit, die op internet een databank met onderzoek naar geluk onderhoudt en hoofdredacteur is van het Journal of Happiness Studies. Veenhoven is socioloog/psycholoog, dus zijn onderzoeksgebied is net iets anders dan dat van econoom Frey, maar die benadrukt dat het leuke van het geluksonderzoek is dat wetenschappers uit allerlei gebieden moeiteloos met elkaar kunnen praten. ,,Het is interdisciplinair in de beste zin van het woord.''

Er zijn vier clusters van factoren die bijdragen aan het menselijk geluk, doceert Frey. ,,Het eerste is persoonlijkheid. Sommige mensen zijn gelukkiger dan anderen. Waarom, daar kan ik als econoom helemaal niets over zeggen, misschien is het biologisch of genetisch, maar voor mij is het ruis.'' Het tweede cluster omvat demografische variabelen: sekse, huwelijkse staat, leeftijd. Vrouwen blijken gemiddeld iets gelukkiger dan mannen, maar waarom dat is, weet Frey niet. Misschien hebben ze in het algemeen extremere gevoelens: uit psychologisch onderzoek blijkt dat vrouwen ook vaker depressief zijn dan mannen. Verder zijn mensen tussen de 30 en 35 het ongelukkigst, vond Frey: ,,Op die leeftijd kom je erachter dat je niet de hele wereld aankunt, dat sommige dromen niet te verwezenlijken zullen zijn, wat je nog wel denkt als je jonger bent. En als je ouder bent, heb je weer de wijsheid om dat te accepteren.''

En dan zijn er de economische en politieke factoren. Wanneer maakt geld bijvoorbeeld gelukkig? Niet, althans hier in het Westen niet, als je op zichzelf al genoeg hebt en je krijgt er nog wat bij, zagen we al. En als mensen wegens inflatie meer gaan verdienen, worden ze zelfs minder gelukkig, zegt Frey. ,,Want vaak werkt er maar één persoon in een gezin, bijvoorbeeld de man, en die krijgt weliswaar meer geld, maar de andere gezinsleden zien vooral dat alles duurder wordt. En die vragen meer geld; dat geeft spanningen.'' Verder zijn mensen ook niet gelukkig als ze wel geld hebben, maar er niet voor hoeven werken. ,,Werkloosheid heeft echt een verwoestend effect op geluk, óók als je corrigeert voor besteedbaar inkomen. Traditionele economen zouden denken: het is toch prettig als mensen meer vrije tijd hebben en evenveel geld. Maar mensen die werkloos zijn voelen zich gespannen, eenzaam, geïsoleerd, waardeloos, en ze weten niet wat ze met hun tijd moeten doen.''

Wanneer geld wél gelukkig kan maken, is als je er meer van hebt dan anderen, aldus Frey. Althans in Europa. ,,Europeanen houden er helemaal niet van als mensen meer verdienen dan zij, die kunnen daar verschrikkelijk ongelukkig van worden. Maar in de Verenigde Staten vinden mensen het niet zo erg als de inkomens ongelijk verdeeld zijn, dan denken ze dat ze zelf ook een kans hebben om meer te gaan verdienen. Europeanen denken dat ze in een bepaald sociaal stratum geboren worden, maar Amerikanen zijn verschrikkelijk optimistisch. En er is ook wel wat meer opwaartse mobiliteit in de Verenigde Staten, maar het verschil is niet zó groot.''

Met het vierde cluster van geluksfactoren, de politieke, trad Frey weer buiten zijn oorspronkelijke vakgebied. Nadat een van zijn studenten had ontdekt dat mensen meer verdienen naarmate ze meer inspraak hebben in de politieke besluitvorming, wilde Frey ook graag weten in hoeverre de mogelijkheid om politiek te participeren, bijdraagt aan geluk.

Zijn geboorteland is feitelijk één groot laboratorium voor dergelijk onderzoek, vertelt hij. ,,Zwitserland bestaat uit 26 kantons die onderling verschillen in democratisch gehalte. Aan het ene uiterste heb je de gebieden waar mensen alleen kunnen stemmen, maar je hebt ook kantons waar over bijna alles referenda worden gehouden, zelfs over de hoogte van de belastingen, en waar mensen ook zelf onderwerpen kunnen aandragen voor referenda. En we zien dat mensen daar gelukkig van worden: mensen waarderen

het recht om mee te bepalen wat er gebeurt.''

Maar kúnnen mensen dat ook wel? Frey is ervan overtuigd. ,,Politici houden er niet van om macht uit handen te geven, dus die zijn geneigd domme vragen te formuleren, zodat mensen domme antwoorden geven. Dan kunnen ze zeggen: zie je wel hoe dom de mensen zijn. Als ik het hier met Nederlanders over heb, zeggen die ook altijd dat burgers niet genoeg weten of niet hoog genoeg zijn opgeleid. Maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. In Zwitserland zijn de mensen echt niet intelligenter. Als mensen in de meer democratische kantons gemiddeld meer verdienen, nemen mensen kennelijk de goede beslissingen. Ze zijn soms ook bereid om hogere belastingen te accepteren als ze weten waar het geld naartoe gaat.''

Volgens Frey wordt de kloof tussen burger en politiek grotendeels veroorzaakt doordat politici alles voorkauwen. ,,Als je toch niets te zeggen hebt, is het ook niet rationeel om je in politiek te verdiepen. Maar als je de mogelijkheid hebt om mee te denken, raak je wél geïnteresseerd. Toen Denemarken zich destijds in een referendum tegen Europa uitsprak, bleek dat de Deense bevolking beter geïnformeerd was dan die in de omringende landen. Bovendien, als mensen een foute beslissing nemen, kunnen ze de politiek niet de schuld geven.''

In de meest democratisch ingerichte Zwitserse kantons kunnen burgers hun politieke onvrede op een bepaald onderwerp direct vertalen in een referendum – mits ze honderdduizend handtekeningen van medestanders inleveren. ,,We hebben een aantal referenda gehad over heel extreme onderwerpen, zoals de doodstraf en een totale stop op immigratie. De extremisten krijgen dan geen gelijk, maar zo'n issue komt wel aan de orde, die mensen krijgen een stem. In Nederland zou er misschien een one-issue splinterpartij worden opgericht.'' Geen enkele regeringsvorm is ideaal, vindt Frey. ,,Maar hoe een parlement beslist, dat is nog veel minder ideaal. Dan worden onderwerpen besproken door de experts van de partijen en die vertellen hun partijgenoten hoe ze moeten stemmen.''

Het is maar een kleine stap van de vraag `wat maakt mensen gelukkig?' naar `hoe kunnen we de wereld beter inrichten, zodat mensen gelukkiger worden?'. Tijdens zijn verblijf aan het NIAS heeft Frey ook de eerste versie afgerond van een nieuw boek, over het bestrijden van terrorisme, waarvoor diverse wetenschappelijke uitgeverijen belangstelling hebben getoond. Het gaat over `de economie van terrorisme', zegt Frey, maar het is in feite nog psychologischer van aard dan zijn geluksonderzoek. Geheel in lijn met zijn gedachten over democratie stelt Frey voor om terroristen aandacht te geven en met hen te praten over hun problemen – niet straffen, maar proberen vriendschap te sluiten, daar komt het op neer. ,,Als je ze vermoordt, komen er alleen maar nieuwe.'' De kans op aanslagen kan volgens hem verminderd worden door overheidsinstellingen – mogelijke doelwitten – over een land te spreiden. Bijkomend voordeel van een dergelijke decentralisatie is dat het mensen gelukkiger maakt om in kleinere, lokaler bestuurde eenheden te wonen, zegt Frey. En áls er een aanslag plaatsvindt, zouden de media de waarschijnlijk verantwoordelijke terroristische groepering niet bij naam moeten noemen, net zo min als de naam van een verdachte van een misdrijf in de krant komt. ,,Daar straf je ze mee, want terroristen zijn uit op publiciteit.''

Verwacht hij echt dat het de goede kant op gaat met de wereld, en dat onderzoek daaraan kan bijdragen? Het ziet er nu niet goed uit, zucht Frey: ,,We staan aan het begin van een oorlog, de crisis in het Midden-Oosten is heviger dan ooit, we negeren Afrika in politiek en economisch opzicht. Dat is niet best.'' Meteen daarna lacht hij weer: ,,Maar ik ben wél optimistisch!'' Hoe dat dan komt? Geen idee, zegt hij. Sommige mensen staan nu eenmaal positiever in het leven dan andere. ,,En voor een econoom is dat ruis, weet je nog?''