EU en Irak

DE LEIDERS van de Europese Unie zijn gisteren met beperkt succes op zoek gegaan naar wat hen bond, en niet naar wat hen in de kwestie-Irak scheidde. Ze slaagden erin met een gezamenlijke verklaring te komen, waaruit blijkt dat er concessies zijn gedaan die iedere lidstaat verschillend kan interpreteren. Een klassiek Europees compromis. Beter dit dan het zwarte gat van de openlijke verdeeldheid. Het was van belang dat de Unie een signaal van eenheid zou geven, hoe groot de meningsverschillen ook zijn. Al was het maar om invloed op het proces te houden en het ontluikende buitenlands beleid van de EU niet een vroegtijdige dood te laten sterven.

De Unie is het eens over de opbouw van militaire druk op Irak, noemt oorlog ,,niet onvermijdelijk'' en ziet geweld als het ,,uiterste middel''. De EU-leiders waarschuwen Irak dat het geen illusies moet hebben en ogenblikkelijk en volledig moet ontwapenen en samenwerken. Een tijdslimiet wordt niet opgelegd, een punt van verdeeldheid dat niet valt te maskeren. Het had geholpen als de Unie een ultimatum had ingebracht, maar dat was gezien de gevoeligheid niet te verwachten en overigens ligt het formeel ook niet op de weg van de EU. De Veiligheidsraad zal Irak een uiterste datum van ontwapening moeten geven. De toon van de EU-verklaring is niettemin hard. Dat het nut van een militaire opbouw wordt erkend en essentieel wordt genoemd, zal in Duitsland te denken geven. Voor Washington is het goed nieuws dat Europa de rijen enigszins heeft gesloten. Dat zal als steun worden uitgelegd.

NA DE NAVO is nu ook de Europese Unie tot de conclusie gekomen dat eenheid, al is die cosmetisch, essentieel is om Bagdad onder druk te houden. Door haar verscheurdheid over Irak stond de Unie de afgelopen weken lelijk te kijk. Voor iedereen die het wilde zien, was duidelijk dat ze als politieke entiteit niet bestaat, althans een quantité négligeable is. Daarin brengt het gemeenschappelijke standpunt over Irak geen verandering. De politieke wil ontbreekt om de verschillen in opvatting van landen als Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Spanje te overbruggen. En omdat politieke wil ,,niet door decreten kan ontstaan'' (zoals de Belgische oud-premier Dehaene in deze krant zei), zal het nog wel even duren voordat sprake is van een goedwerkend Europees buitenlands beleid. Pas als de EU zich weet te ontworstelen aan de greep van de individuele lidstaten, die dan ook bereid moeten zijn hun vetorecht op te geven, zal zo'n beleid mogelijk zijn.

Hoe dan ook: de Europese leiders zijn erin geslaagd hun huis, dat de laatste tijd op zijn grondvesten schudde, van stutten te voorzien. President Chirac van Frankrijk vond het nodig om de kandidaat-lidstaten nog even een schrobbering te geven. Het was een schande dat de Oost-Europese nieuwkomers zich achter de VS hadden opgesteld, vond hij. Ze hebben een goede gelegenheid om hun mond te houden voorbij laten gaan. Hield Chirac zijn mond maar eens. Is het verwonderlijk dat landen die nog maar luttele jaren geleden zuchtten onder de dictatuur liever schuilen bij een macht die politiek en militair werkelijk iets voorstelt, dan bij een inherent verdeelde Unie die zich tot nu toe alleen economisch wist te manifesteren?