Eddy

Eddy Planckaert is terug van weggeweest. Terug in de publiciteit wel te verstaan. Volgens de Belgische pers is Eddy bankroet. Hij woont nu met zijn gezin in een oud jachthuis in Nassonge. Elektriciteit is er niet, en de telefoon is afgesloten.

Eddy Planckaert was een uitstekend wielrenner. Wie Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen weet te winnen is geen snotneus. Zijn oudere broers Walter en Willy waren ook geen sukkels op de fiets maar `de kleine' was veruit de getalenteerdste. Na een dubbele hernia stortte hij zich op andere dingen.

,,Mijn broers hebben altijd gezegd dat de Planckaerts geen zaken kunnen doen. Ik moet zeggen dat ze gelijk hebben'', zegt Eddy nu.

Het spoor van zakelijke mislukkingen is inderdaad indrukwekkend. Mislukt als veeboer, mislukt als makelaar, als sloper, als eigenaar van een houtbedrijf in Litouwen, als parketfabrikant in Polen. In Litouwen werd hij op een nacht knock-out geslagen en met de dood bedreigd. In Polen werd hij opgelicht door `een goede vriend'. Het vee op zijn boerderij liep zo vaak weg dat hij het van de hand moest doen. Ik vrees (en ik vermoed) dat Eddy Planckaert slachtoffer is geworden van zijn eigen speelsheid. Zo leerde ik hem midden jaren tachtig als ploegmaat kennen: iemand die het leven te leuk vond om er niet op los te experimenteren. Het experiment kende geen einde. Het vond plaats vóór, tijdens en na de koers.

Midden in de nacht zocht je op de tast de weg naar het hoteltoilet. Op de terugweg naar het bed sprong Planckaert plotseling als een aap in je nek. Of hij rammelde in het duister met een asbak op een blikken prullenbak. Hij reed met zijn auto tegen de schuine taluds langs de snelweg. Hij sloeg af op een spoorwegovergang en hobbelde over de rails de einder tegemoet. Als het donker was bleef hij traag achter vrouwelijke fietsers rijden en doofde de koplampen – hoe lossen ze dit op? Hij vertelde dat het gevaarlijk was, maar niet onmogelijk – een vaste hand was onontbeerlijk – om een vrouw met behulp van een stofzuiger te bevredigen. Hij liet zich in een Zwitserse kliniek met de cellen van schaapembryo's injecteren om zijn jeugdigheid te waarborgen.

Ergens in het noordwesten van Spanje was het, tijdens de Vuelta. Ik lig na de etappe voor dood op het bed. Voor het raam wuift iets, iets wits en iets langs. Wat is dat? Ik loop naar het raam, open het en volg de witte sliert naar boven. Ik zie Eddy Planckaert die langzaam een toiletrol afrolt en bestudeert hoe de wind vat krijgt op de sliert.

Het hotel had een U-vorm. Meerdere vensters gingen open. Overal begon men rollen toiletpapier af te rollen. Het zag er prachtig uit. De ondraaglijke lichtheid van het bestaan werd door Eddy Planckaert op aanschouwelijke wijze in het vermoeide peloton geïntroduceerd.

Dat is nogal wat.