Deze oorlog is nu niet noodzakelijk

Ten oorlog trekken is een gevaarlijke blinde gok, zei Robert Byrd vorige week in de Amerikaanse Senaat. Hieronder een ingekorte versie van zijn rede.

Wie een oorlog overweegt moet stilstaan bij de gruwelijkste ervaring die een mens kan hebben. Toch hult dit Huis zich grotendeels in stilzwijgen. Er is geen debat, geen discussie, geen poging om het volk de voors en tegens van deze oorlog voor te leggen. Niets van dat alles.

En we hebben het niet over een klein brandje. Dit is geen simpele poging om een schurk onschadelijk te maken. Nee. De komende strijd zal, als hij plaatsvindt, een keerpunt in de Amerikaanse buitenlandse politiek betekenen, en misschien ook wel een keerpunt in de jongste wereldgeschiedenis.

Voor het eerst zullen de VS een revolutionaire doctrine beproeven – op een uitzonderlijke manier en op een ongelukkig tijdstip. De doctrine van het preventieve optreden – de gedachte dat Amerika of elk ander land rechtmatig een land kan aanvallen dat geen directe bedreiging vormt maar misschien in de toekomst een bedreiging zal vormen – geeft een radicale nieuwe draai aan het traditionele idee van zelfverdediging. De doctrine lijkt in strijd met het volkenrecht en het handvest van de Verenigde Naties. En ze wordt beproefd in een tijd van mondiaal terrorisme, zodat tal van landen overal ter wereld zich afvragen of wij – of een ander land – het binnenkort ook op hen gemunt hebben.

Onlangs weigerden hoge regeringsfunctionarissen kernwapens uit te sluiten toen een mogelijke aanval op Irak werd besproken. Wat kan er nu ontwrichtender en onverstandiger zijn dan dit soort onzekerheid? Er ontstaan enorme barsten in onze aloude bondgenootschappen en plotseling zijn overal ter wereld de Amerikaanse bedoelingen onderwerp van schadelijke speculatie. Anti-Amerikanisme als gevolg van wantrouwen, desinformatie, verdenking en onrustbarende retoriek van Amerikaanse leiders versplintert de eens zo stevige alliantie tegen het wereldterrorisme.

Hier in Amerika zelf worden de mensen gewaarschuwd voor dreigende terreuraanslagen, zonder dat ze horen wanneer of waar zulke aanslagen zouden kunnen plaatsvinden. Gezinsleden worden onder de wapenen geroepen, zonder enig idee hoe lang dat gaat duren of welke verschrikkingen hun te wachten staan. Gemeenschappen blijven achter met ontoereikende politie- en brandweerbescherming. De stemming in het land is somber. De economie hapert.

De huidige regering, nu twee jaar aan de macht, moet op haar staat van dienst worden beoordeeld. Die is bedroevend. In die twee jaar heeft deze regering het begrotingsoverschot van 5,6 biljoen dollar dat voor de komende tien jaar was voorzien, over de balk gesmeten en ons met onafzienbare tekorten opgezadeld.

Op buitenlands terrein is deze regering er niet in geslaagd Osama bin Laden te vinden. Zij heeft traditionele bondgenootschappen verdeeld, en misschien wel voorgoed internationale ordehandhavers als de VN en de NAVO verlamd. Deze regering heeft afbreuk gedaan aan de traditionele kijk op de VS als welmenende internationaal vredestichter. Zij heeft de kunst van de geduldige diplomatie vervangen door bedreigingen, beschuldigingen en scheldpartijen van het soort dat een armzalig licht werpt op de intelligentie en gevoeligheid van onze leiders.

Staatshoofden voor pygmeeën uitmaken, hele landen als kwaad bestempelen, machtige Europese bondgenoten als onbelangrijk afdoen – dergelijke botte ongevoeligheden kunnen ons grote land geen goed doen. We mogen een enorme militaire macht bezitten, maar we kunnen een wereldoorlog tegen het terrorisme niet alleen voeren. Wij hebben de medewerking van onze oude bondgenoten net zo hard nodig als de nieuwere vrienden die we met onze rijkdom kunnen aantrekken.

Ons geduchte legerapparaat zal ons weinig goed doen als we nogmaals getroffen worden door een verwoestende aanslag op ons eigen land en de ernstige schade voor onze economie vandien. Onze militaire mankracht is al uitgesmeerd en we zullen meer steun nodig hebben van die landen die troepen kunnen leveren en niet alleen juichbrieven aan ons ondertekenen.

De oorlog in Afghanistan heeft ons tot nu toe 37 miljard dollar gekost, maar er zijn tekenen dat het terrorisme alweer vaste voet in dat gebied begint te krijgen. We hebben Bin Laden niet gevonden, en als we de vrede in Afghanistan niet veilig stellen, kon het terrorisme in dat verre en verwoeste land wel weer eens uit zijn donkere holen komen.

Ook Pakistan loopt het gevaar ontwricht te raken. Onze regering heeft de eerste oorlog tegen het terrorisme nog niet beëindigd of ze popelt alweer om te beginnen aan een nieuw conflict, met veel grotere gevaren dan die in Afghanistan. Zijn wij zo kort van memorie? Hebben we niet geleerd dat na het winnen van de oorlog altijd de vrede moet worden gewaarborgd? En toch horen we weinig over de nasleep van een oorlog met Irak. Zullen wij de Iraakse olievelden innemen en als bezettingsmacht in de nabije toekomst de prijs en uitvoer van de olie van dat land beheersen? Aan wie zijn we van plan na Saddam Hussein de macht over te dragen? Zal onze oorlog de moslimwereld ophitsen tot verwoestende aanvallen op Israël? Zal Israël terugslaan met eigen kernwapens? Heeft onze botte miskenning van de opvattingen van andere landen bijgedragen tot de wereldwedloop om tot de atoomclub te behoren en de verspreiding van kernwapens nog winstgevender gemaakt voor landen die de inkomsten nodig hebben?

Het beleid van deze roekeloze en arrogante regering kan nog jarenlang rampzalige gevolgen hebben. De woede en schrik na de bloeddorstige aanslagen van 11 september waren te begrijpen. Ook is het frustrerend om te moeten jagen op een amorfe, vluchtige vijand tegen wie bijna geen vergelding mogelijk is. Maar om die frustratie en woede om te zetten in het huidige debacle op buitenlands terrein, is onvergeeflijk voor de regering van de grootste supermacht op aarde. Wij gaan echt `slaapwandelend door de geschiedenis' (een verwijzing naar het kritische boek over president Reagan van Haynes Johnson - red.). Diep in mijn hart bid ik dat ons grote land en zijn burgers binnenkort niet rauw uit de droom worden geholpen.

Ten oorlog trekken is altijd een blinde gok. En oorlog moet altijd een laatste redmiddel zijn, geen eerste keus. Ik zet vraagtekens bij het oordeel van een president die durft te zeggen dat een grootscheepse onuitgelokte militaire aanval op een volk dat voor meer dan 50 procent uit kinderen bestaat `in de hoogste morele tradities van ons land' is. Deze oorlog is op dit moment niet noodzakelijk.

De druk op Irak lijkt resultaat te hebben. Onze fout was dat we ons zo snel hebben klemgezet. Onze uitdaging is om nu een elegante uitweg te vinden uit de nesten waar we ons zelf hebben ingewerkt. Misschien is er nog een uitweg als we onszelf meer tijd gunnen.

Robert Byrd is lid van de Amerikaanse Senaat voor de Democratische partij.