Canada's bijna buitenaardse groei

Canada heeft een luxe-probleem. De minister van Financiën, die vandaag zijn eerste federale begroting indient, heeft te veel geld. Zelfs als de economie vertraagt ,,zou dat geen ramp zijn'', zegt een bankanalist.

De meeste ministers van Financiën van de G7, de groep van rijke industrielanden, zouden maar al te graag kampen met de problemen van hun Canadese collega, John Manley. Manley dient vandaag zijn eerste federale begroting in bij het Canadese parlement sinds hij vorige zomer werd benoemd tot minister. Zijn voornaamste vraagstuk betreft de verdeling van een miljardenoverschot.

Manley zal naar verwachting ruim 6 miljard Canadese dollar (3,7 miljard euro) extra te verdelen hebben – en nog eens 4 miljard dollar aan bewegingsruimte overhouden ook. Dat is te danken aan een bijna onwaarschijnlijke economische voorspoed in zijn land. Hoewel de Canadese economie in hoge mate afhankelijk is van internationale handel, is Canada tot nog toe nagenoeg ontkomen aan de wereldwijde economische vertraging. De industrie draait op volle toeren, er komen banen bij, overheidsinkomsten lopen op. De enige onweerswolk is de dreigende oorlog in Irak.

Canada boekte in 2002 een gezonde economische groei van naar schatting 3,3 procent (de maand december moet nog definitief in het cijfer worden verwerkt). Dat is de sterkste groei binnen de G7, sterker ook dan de Verenigde Staten, veruit de belangrijkste handelspartner van Canada. De economie van de VS, die 85 procent van Canadese exporten afneemt, groeide in 2002 met 2,4 procent. En terwijl in de VS vorig jaar 108.000 arbeidsplaatsen verloren gingen, kreeg Canada er maar liefst 560.000 banen bij – de grootste stijging in werkgelegenheid in vijftien jaar.

Waar ligt deze bijna buitenaardse economische voorspoed aan? Sal Guatieri, econoom bij de Bank van Montreal, houdt het op ,,een ton aan monetaire stimulans''. De laagste rentetarieven in veertig jaar zorgen er voor dat de Canadezen maar blijven uitgeven op de binnenlandse markt, terwijl de relatief goedkope Canadese dollar (rond de 65 Amerikaanse cent) de export naar de VS aantrekkelijk houdt. Zo profiteerde de Canadese auto- en onderdelenindustrie vorig jaar van een krachtige Amerikaanse vraag naar personenauto's. Ook de Amerikaanse huizenmarkt, die een groot deel van zijn hout uit Canada haalt, was sterk.

,,Canada verkeert in een benijdenswaardige positie. Onze economie draait dicht tegen haar capaciteitslimiet'', zegt Guatieri. Wegens het gevaar van oververhitting en inflatie zal de centrale bank dit jaar gas terugnemen en de rentetarieven opschroeven, voorspelt hij. ,,Zelfs als onze economie vertraagt, zou dat geen ramp zijn.''

Een tweede reden voor de ,,uitstekende economische conditie'' van Canada is de financiële ommezwaai die de Canadese overheid in de jaren negentig heeft gemaakt, zegt Peter Drake, econoom bij de Toronto Dominion Bank. Manleys voorganger Paul Martin, die de landsfinanciën van 1993 tot vorig jaar beheerde, bracht de overheidsboekhouding op orde. Voordat Martin aantrad, stapelden Canadese kabinetten miljardentekort op miljardentekort en werd een torenhoge staatsschuld opgebouwd, relatief een van de hoogste binnen de G7. Sommigen meenden tien jaar geleden dat Canada bij het IMF zou moeten aankloppen voor financiële hulp.

In plaats daarvan bereikte Martin, door middel van drastische bezuinigingen, in 1998 een begrotingsevenwicht waarvan sindsdien niet meer is afgeweken. Daarbij ontstond bovendien een nationale consensus dat de Canadese overheid in principe niet méér mag uitgeven dan ze binnenkrijgt. Geen politicus of econoom in Canada zou nu pleiten voor deficit financing zoals de Amerikaanse president Bush voorstaat. Bush wil de Amerikaanse federale overheid voor honderden miljarden in de rode cijfers steken om belastingverlagingen te betalen. Dat is in Canada taboe, zegt Drake. De vraag is hoe lang de economische groei nog zal meewerken. Hoewel Canada, als netto exporteur van olie en aardgas, tot op zekere hoogte profiteert van oplopende energieprijzen, heeft het veel meer te verliezen van een mogelijke recessie in de Verenigde Staten indien een militair conflict in Irak zich maandenlang voortsleept. Guatieri voorziet in dat geval een scherpe daling in het vertrouwen van het Amerikaanse zakenleven. ,,Dat zou de Amerikaanse economie in een recessie doen belanden, waarbij de Canadese economie wordt meegesleept.'' Toch gaat hij daar niet van uit. Hij rekent eerder op vermijding van een militair conflict of een korte oorlog, gevolgd door een ,,scherpe versterking'' van de economieën van de VS en Canada. Guatieri voorspelt zelfs een economische groei van 4,2 procent voor Canada in 2003. Ook Drake wijst op Irak als het grootste risico voor de Canadese economie, met factoren variërend van hogere olieprijzen, afnemende consumentenbestedingen en veiligheidsmaatregelen aan de grens die de handelsstromen tussen de twee landen belemmeren. Maar ook hij is optimistisch dat die doemscenario's zullen worden afgewend en dat de Amerikaanse economie in de tweede helft van dit jaar zal beginnen aan een krachtig herstel. Voordat de VS het voortouw zal nemen in 2004, voorspelt Drake, ,,zal de Canadese economie voor het vijfde achtereenvolgende jaar beter presteren dan de Amerikaanse in 2003''.