`Wacht met tenten kopen'

Hulporganisaties als Cordaid bereiden zich voor op een oorlog in Irak. Maar ze willen niet `meewerken aan een stemming waarin oorlog onvermijdelijk lijkt'.

Deze week laat de Nederlandse hulporganisatie Cordaid 750 betonnen platen maken. Dat worden de vloeren van wc's die snel kunnen worden neergezet in dorpen of vluchtelingenkampen in Noord-Irak. Cordaid koopt ook vijfduizend dekens, vijfhonderd kachels en 150.000 liter kerosine. Er zijn sateliettelefoons besteld, walkietalkies en radiostations. De organisatie heeft mijnenruimers aan het werk gezet, er worden medische teams gevormd en in de kantoren van Cordaid in Noord-Irak ligt 200.000 dollar klaar voor eten. Alleen met het kopen van tenten wachten de hulpverleners nog. Ze denken dat ze er vijf- tot achtduizend nodig zullen hebben, voor zo'n vijftigduizend vluchtelingen. ,,Maar als die oorlog er níet komt'', zegt Wim Piels van de afdeling Noodhulp van Cordaid, ,,kun je niks met tenten.''

Wim Piels was vorige maand in Noord-Irak. Hij is nu net klaar met wat hij `contingency planning' noemt. In een rapport van zo'n vijftig pagina's beschrijft hij scenario's van militair geweld en de menselijke ellende die daarvan het gevolg zal zijn. De hulpverleners van Cordaid – een fusie van Mensen in Nood, Memisa en Bilance/Vastenaktie – denken dat ze maar weinig kunnen doen als het oorlog wordt in Irak. In het scenario van de Verenigde Naties zullen er bij een `gemiddeld effect' van militair optreden rond de negenhonderdduizend mensen vluchten. Zo'n zeshonderdduizend van hen gaan dan naar Noord-Irak. En daar staat Cordaid klaar met tenten voor maar vijftigduizend mensen. ,,Meer geld hebben we nu niet'', zegt Wim Piels. Hij verwacht dat er ook vluchtelingen worden opgevangen in scholen en huizen. En er zijn nóg twee grote westerse hulporganisaties in het gebied, Qandil uit Zweden en Save the Children uit Groot-Brittannië. ,,Maar het wordt hoe dan ook een ramp.''

Wouter Kok, hoofd van de Emergency Desk van Artsen zonder Grenzen in Amsterdam, noemt het ,,heel verleidelijk'' om nu maar vast kampen in te richten voor vluchtelingen. Maar dat doet Artsen zonder Grenzen niet. ,,Wij werken niet mee aan een fait accompli. Er wordt een hype gecreëerd waarin oorlog niet meer te vermijden lijkt.'' Natuurlijk is hij nagegaan of de voorraad goederen in orde is en of er bij de leveranciers genoeg te krijgen is. ,,Vorig jaar, toen de oorlog in Afghanistan begon, bleek dat de Amerikanen bijna alles hadden opgekocht.''

De Nederlandse afdeling van Artsen zonder Grenzen heeft medewerkers in Koeweit en Jordanië. Die landen zijn niet van plan Irakese vluchtelingen toe te laten, maar de hulpverleners mogen wel net over de grens kampen bouwen. Koeweit verwacht zo'n vijftigduizend vluchtelingen bij de grens, Jordanië vijftig- tot honderdduizend. Als het zover is, denkt Wouter Kok, zal Artsen zonder Grenzen de kampen snel kunnen bevoorraden. Maar de hulpverleners hebben geen idee hoe ze de vluchtelingen en zichzelf moeten beschermen tegen een aanval met biologische of chemische wapens.

Artsen zonder Grenzen is ook nog niet druk met de voorbereidingen omdat de organisatie eerst wil weten hoe de hulpverlening georganiseerd zal worden. ,,Ik heb sterk het gevoel'', zegt Wouter Kok, ,,dat het ontzettend moeilijk gaat worden om daar neutraal te opereren.'' Hij heeft gehoord dat de Amerikanen overwegen niet alle hulporganisaties zomaar toe te laten tot het oorlogsgebied. De organisaties zouden toestemming van de Amerikanen nodig hebben om hun werk te doen. Wouter Kok moet er niet aan denken, zegt hij, dat de hulpverlening gebruikt zal worden door politici.

Hij vraagt zich af of Artsen zonder Grenzen wel overal bij moet willen zijn. Tijdens de NAVO-bombardementen op Joegoslavië, in 1999, werkte de organisatie in Macedonië. Hij zag hoe Duitse soldaten opeens een van de vluchtelingenkampen bij de grens met Kosovo gingen opknappen. Er kwamen tenten bij, wc's en douches, extra voorzieningen voor gezondheidszorg. ,,En in het weekend erna kwam Joschka Fischer op bezoek.'' Toen de Duitse minister van Buitenlandse Zaken weg was, was het ook meteen afgelopen met de extra aandacht voor dat kamp. Kok: ,,Ik heb het achteraf als fout ervaren dat we toen te bang waren om er níet bij betrokken te zijn. We hebben wel veel kunnen doen, maar het is ook ten koste gegaan van de Ivoorkusten van dat moment.'' Het is een dilemma voor de organisaties. Om fondsen te werven moeten ze bij het publiek bekend worden én blijven. En dat betekent dat ze niet onzichtbaar kunnen zijn als er, zoals Wouter Kok zegt, een CNN-oorlog wordt gevoerd. ,,Maar mensen moeten óók weten dat we onafhankelijk zijn. Ik zou bijna zeggen: dan maar minder geld.''

Ook de Nederlandse afdeling van het Rode Kruis wil liever niet te veel zeggen over de voorbereidingen op een oorlog in Irak. Net als Artsen zonder Grenzen wil de organisatie ,,niet meewerken aan een stemming waarin oorlog niet te vermijden lijkt'', zegt woordvoerder Marja Verbraak. En ook het Rode Kruis is natuurlijk klaar voor iedere humanitaire crisis. Met de disaster preparedness van de hulpverleners – zo heet dat in het vak – zit het wel goed. Marja Verbraak begint met op te noemen wat het Rode Kruis al doet in Irak. Medewerkers van de Nederlandse afdeling zijn daar sinds 1994. Dit jaar zullen ze zes poliklinieken herstellen. En er zijn duizend tenten beschikbaar gesteld voor de opvang van vluchtelingen buiten Irak.

De grootste non profit leverancier van noodhulppakketten, de International Dispensary Association (IDA) in Amsterdam-Noord, is door ,,enkele klanten'' gebeld, zegt Marcel van der Poel, hoofd van de afdeling verkoop. Die wilden weten of er genoeg voorraad was. En dat is zo, zegt Van der Poel. Er staat voor zestien miljoen euro aan medicijnen en medische middelen in de opslagplaatsen, iets meer dan de helft daarvan is gereserveerd. En wat doet de leverancier als blijkt dat de Amerikanen gaan uitmaken welke hulporganisaties worden toegelaten tot het oorlogsgebied? Kunnen die organisaties dan gewoon met hun bestellingen terecht in Amsterdam? Het is niet de bedoeling dat de pakketten van IDA worden gebruikt voor politieke doeleinden. ,,Ik kan me voorstellen dat Artsen zonder Grenzen zich zorgen maakt'', zegt Van der Poel. ,,Maar wij hebben er zelf nog niet over nagedacht.''

Dit is het zesde deel van een serie. Eerdere delen verschenen op 8, 11, 12, 14 en 15 februari.

    • Petra de Koning