Vloeimans ironisch over `slechte' smaak

Als een estheet als Eric Vloeimans zijn nieuwste project `Brutto Gusto' – slechte smaak – noemt, dan kan je er van op aan dat er ironie in het spel is. Vloeimans' flamboyante kledingkeuze zal waarschijnlijk niet de goedkeuring van de gemiddelde kleurconsulent kunnen wegdragen, maar van zijn trompetgeluid kan niets anders gezegd worden dan dat het tot in de puntjes verzorgd is. Evenmin is er iets aan te merken op zijn keuze van bandleden. Het kwartet waarmee hij zaterdag in Rotterdam aantrad is misschien wel zijn spannendste tot nu toe.

Met drummer Markku Ounaskari speelt de trompettist al het langst, de twee kennen elkaar uit de band van pianist Jarmo Savolainen. De Fin valt op door wat Vloeimans zelf `een noordelijke sound' noemt: veel gebruik van troms en bekkens, een doffe bassdrum en relatief weinig snaredrum. Ounaskari's spel is subtiel en de hoeveelheid noten is afgewogen. Dat werkt bijzonder goed in combinatie met het robuuste geluid van bassist Hein van de Geijn, Vloeimans' vroegste pleitbezorger bij platenmaatschappij Challenge. Vreemd genoeg stonden trompettist en bassist nooit eerder samen op het podium, en hopelijk was dit niet de laatste keer.

Maar de grootste verrassing in de line-up was gitarist Marc Ducret. Hij bleek een geheel ander soort sparringpartner dan Vloeimans tot nu toe gewend was. De Parijzenaar is geen acrobaat met halsbrekende toeren zoals Vloeimans' vroegste tegenspeler Anton Goudsmit. En hij klinkt een stuk minder gelikt dan Nguyen Lê, die ook mee speelt op de cd Brutto Gusto.

Ducrets unieke stijl is gebaseerd op royaal neergezette klankvegen vol grotesk gebogen noten. Zijn geluid is uiterst dynamisch – soms gaat hij in vijf seconden van onversterkt getokkel naar galmend gebrul en weer terug. En als de snaren niet meer genoeg zijn dan speelt hij een solo door ritmisch de krakende gitaarplug te bewerken.

Ducret was vorig jaar ook al te zien op het Jazz International Rotterdam Festival in het combo van Daniel Humair, maar toen riep hij met zijn gefreak meer irritatie dan bewondering op.

In `Brutto Gusto' is de balans echter perfect. Ducret daagt Vloeimans uit zijn wat rauwere kanten te tonen – geneurie door het mondstuk, vibrato-uitbarstingen en zwiepende uithalen in het hoog – en de trompettist damt het gitaargeweld in.

En die formule werkt voor zowel de hoekige Thelonious Monk-ode Monkido als een up-tempo stuk als Odd Fellow en zelfs een atmosferisch neo-country nummer als de toegift Song. Als dit slechte smaak is, dan is te hopen dat Vloeimans nog lang de normen aan zijn laars lapt.

Concert: Brutto Gusto. Gehoord: 15/2 Jazz International Rotterdam Doelen, Rotterdam. Herh: 17/2 Universiteit Enschede; 19/2 Muziekcentrum Den Bosch; 20/2 Theater a/h Vrijthof Maastricht; 21/2 Vredenburg Utrecht;

22/2 Chassé Theater Breda;

23/2 BIMhuis Amsterdam.

    • Edo Dijksterhuis