Preteten

Sterrenbeeldbrood, lachende- berenworst, groene, gele of paarse ketchup – de verpret- parkisering van Nederland begint al aan de ontbijttafel.

Wie denkt dat de beschaving geen vooruitgang kent moet eens in de supermarkt rondneuzen. Toegegeven, de kropsla dreigt uit het assortiment te verdwijnen, spliterwten zijn moeilijk te krijgen, mayonaise zonder suiker is er niet en probeer maar eens een pak gewone paprijst te bemachtigen. Deze ongemakken worden echter ruimschoots goedgemaakt door nieuwkomers in de schappen als lachende-berenworst, groen gekleurde tomatenketchup, sterrenbeeldbrood en vla met de smaak van stroopwafels of van froufrou.

Het vergt niet eens zo heel veel fantasie om ergens op de heide de leden van de `taskforce verbreding vlasegment' van Campina bijeen te zien. Na de geslaagde introductie van dubbelvla, slagroomvla en oranje feestvla is opnieuw innovatie geboden. `Froufrouvla', roept iemand wanhopig als niemand het meer weet. Het blijkt een vruchtbaar vlaconcept. Stroopwafelvla, café-noirvla, mergpijpjesvla, gevuldekoekenvla, Zeeuwse-bolusvla en negerzoenenvla wellen als wilde ideeën op uit de brainstormsessie.

Dat iemand op het idee komt is gek, nog veel gekker is dat froufrouvla ook écht op de markt komt. Honderden mannen en vrouwen – volwassen mannen en vrouwen – hebben er hun handen vol aan gehad. Directieleden gaven hun goedkeuring aan het plan, brandmanagers hebben het uitgewerkt en communicatiemanagers hebben het aan de man gebracht. Productontwikkelaars zijn aan het experimenteren gegaan, laboranten hebben smaakstoffen gemengd en proefteams hebben het getest. Om nog maar te zwijgen van de inspanningen van leveranciers, productiemedewerkers, reclamemensen, ontwerpers, drukkers, dozenvouwers, inpakkers, verladers, vrachtwagenchauffeurs, magazijnbedienden en vakkenvullers. Allen hebben ze hun beste krachten gegeven aan de froufrouvla.

Aan welke verborgen, of zelfs aan welke evidente behoefte voldoen producten als sterrenbeeldbrood, groene tomatenketchup, stroopwafelvla en lachende-berenworst? Dat is niet anders dan in breed perspectief te zien. Bevlogen televisiekijkers klagen dat het scherm is vergeven van spelletjes en amusement. Serieuze actualiteitenrubrieken moeten plaatsmaken voor vrolijke talkshows waar borrelnootjes en borrelpraat de boventoon voeren. Cultuurbeschouwers signaleren dat Nederland in stad en platteland verwordt tot één groot pretpark, met louter flaneerboulevards, discostranden, picknickweiden, relaxboerderijen, klimmuren, uitgaanstrips en funshopcentra.

Maar de verpretparkisering begint al aan de ontbijttafel. Bij het gebakken eitje is er keuze uit gele, paarse, blauwe of groene tomatenketchup. Wie zijn sterrenbeeldboterham met vlees op heeft mag een bakje stroopwafelvla. Dat is geen zware opgave, want de worst heeft de vorm van een lachende berenkop. En of hagelslag van zichzelf al niet vrolijk genoeg is, gaat er ook nog kleurig snoepgoed in.

Een kind wordt zo al snel geleerd dat eten geinig moet zijn. Later behoort het dan tot het soort buitenshuiseters voor wie een `leuk restaurantje' een zaak is waar kangoeroes rondspringen, de bediening aria's zingt of dronkemannetje speelt. In de lolly van ganzenlever en de bonbon van kreeft in het sterrenrestaurant doet het preteten zich in gesublimeerde vorm aan de gasten voor.

Het is onduidelijk of de supermarkten de tijdgeest nog wel verstaan. Wie weet verkeert het preteten inmiddels in een anticyclische fase. Daarover bereiken ons tegengestelde signalen. Met hun prijzenoorlog reageren de supermarkten op economische stagnatie en op sombere vooruitzichten van de consument. Maar als een kwart van de Nederlanders vreest in de nabije toekomst niet meer rond te kunnen komen en verwacht zich geen toetjes en mineraalwater meer te kunnen veroorloven, dan kun je toch niet met groene, gele en paarse ketchup komen aanzetten? Of brengen die juist in sombere tijden nog een beetje vrolijkheid op tafel? Schransen op de rand van de vulkaan. In een vorige periode van toenemende oorlogsdreiging hamsterden consumenten nog plastic vuilniszakken, zout, bakolie, rijst en zeep. Nu kunnen we werken aan een noodvoorraad froufrouvla.