In drie jaar 8 mld aan pensioen verdampt

Pensioen was in de jaren negentig een winstbron voor grote bedrijven. Met de malaise op de beurs regent het de laatste tijd miljardentegenvallers.

Pensioenfondsen zweten, werkgevers kreunen. Drie jaar stijgende verliezen op de honderden miljarden pensioenbeleggingen eisen nu hun tol van winsten en bedrijfskapitaal.

Elf dagen, zes bedrijven, 3,5 miljard euro tegenvallers.

Koninklijke/Shell: dit jaar 300 à 400 miljoen minder pensioenwinst.

Philips: de pensioenwinst van 411 miljoen in 2001 is vorig jaar omgeslagen in een pensioenlast van 130 miljoen. Plus 335 miljoen extra reserveringen ten laste van het bedrijfskapitaal.

Akzo Nobel: dit jaar 130 miljoen hogere pensioenlasten plus 1,1 miljard reserveringen ten laste van het bedrijfskapitaal.

Ballast Nedam: 40 miljoen extra lasten om tekort pensioenfonds te dekken.

DSM: verdubbeling van de pensioenlasten in 2002 tot 62 miljoen.

ABN Amro: dit jaar zo'n 100 miljoen extra pensioenlasten ten opzichte van 2002 (240 mln) plus reserveringen van 804 miljoen ten laste van de reserves.

De na-oorlogse recordkoersdalingen beuken op de pensioenreserves. Kenmerkend voorbeeld is Philips die zijn mondiale pensioenregelingen becijfert volgens Amerikaanse boekhoudregels. Deze voorschriften dwingen bedrijven om verder vooruit te kijken dan de Nederlandse boekhoudnormen.

In 1998 was de waarde van de pensioenbeleggingen van Philips groter dan die van de pensioenverplichtingen: 2,1 miljard euro overschot. Eind 1999 was deze overwaarde dankzij de beurspiek gestegen tot bijna 6,1 miljard, eind 2000 was het bijna 4 miljard, eind 2001 nog 1,5 miljard en in 2002 is het overschot omgeslagen in een tekort: 1,8 miljard. In drie jaar tijd is bijna 8 miljard euro, oftewel bijna 18 miljard ouderwetse guldens, verdampt.

Deels is dit boekhouden. Het Nederlandse pensioenfonds van Philips heeft in tegenstelling tot zo'n driehonderd tot vierhonderd andere pensioenfondsen geen tekort en zelfs geen gebrek aan buffers tegen toekomstige koersdalingen.

Maar het is wel boekhouden met heel tastbare consequenties: minder winst, minder reserves, minder expansievermogen.

De Amerikaanse boekhoudnormen zijn populair. Ook TPG, ABN Amro en Ahold zijn onlangs op deze regels overgeschakeld. Groot voordeel: bedrijven mogen een fictief rendement voor hun pensioengeld gebruiken en kunnen zo hun totale pensioenkosten gemakkelijker sturen. Doorgaans, zoals bij ABN en TPG, vallen de pensioenkosten dan lager uit dan volgens de Nederlandse regels.

Maar de Amerikaanse regels hebben ook nadelen. Philips kampt nu met een pensioengat: meer verplichtingen dan pensioenbeleggingen. Akzo Nobel en ABN Amro ook. Unilever meldt een tekort van 1,4 miljard euro op basis van vergelijkbare Britse regels die het bedrijf dit jaar gaat gebruiken. Getronics zit met 183 miljoen euro tekort. Oce meldt in zijn jaarverslag een tekort van 416 miljoen euro, dat is een stijging van 82 procent ten opzichte van 2001.

De oplopende pensioentekorten werken als een rode lap op de bureaus die de kredietwaardigheid van bedrijven moeten beoordelen. Standard & Poor's preludeerde eerder deze maand op de verlaging van het financiële rapportcijfer voor post- en pakjesvervoerder TPG en op een somberder situatie bij Akzo Nobel. De bureaus zien pensioengaten als langlopende verplichtingen van bedrijven tegenover werknemers, net als leningen van banken en beleggers, die ooit ook terugbetaald moeten worden.

Tegenover tamelijk abstracte lasten hebben bedrijven ook concrete lusten. In 2001 kon Philips zijn verliezen uit reguliere bedrijfsvoering van 1,4 miljard euro nog dempen met 411 mln euro pensioenwinsten. Daarbij kon Philips uitgaan van een (verwacht) rendement op zijn pensioenbeleggingen van 1,6 miljard euro, terwijl in werkelijk bijna 1 miljard euro beleggingsverliezen werden geleden. Over 2002 had Philips pensioenkosten van 130 miljoen. Maar de echte verliezen op de belegde pensioengelden zijn 2,1 miljard euro.

De fictie van hoge verwachte rendementen heeft grote gevolgen. De zakenbank CSFB schatte vorig jaar dat de totale winst van de vijfhonderd ondernemingen in de toonaangevende Amerikaanse S&P beursgraadmeter 69 procent lager was uitgekomen als zij hun fictieve pensioenrendementen niet als winst hadden mogen opvoeren: geen 219 miljard dollar winst, maar 69 miljard.

In reactie op deze opzichtige winstgoochelarij en de beurskrach verlagen bedrijven achter elkaar hun verwachte rendement op pensioengeld. In 2001 verhoogde Philips dit cijfer nog van 7 naar 7,2 procent, in 2002 werd het 6,5 procent. Oce ging van 7,92 procent naar 7,32. De vrees van Standard & Poor's voor het pensioengat van TPG is in dit opzicht begrijpelijk. In 2001 rekende TPG, net als KPN, nog met een rendement op pensioengeld van 9 procent.