Grote EU-kloof tussen ambities en werkelijkheid

De kans dat de Europese Unie haar verdeeldheid over de kwestie-Irak vanavond weet te overwinnen wordt klein geacht.

Nog voor er ook maar een schot is gelost heeft de kwestie-Irak een slachtoffer geëist: het buitenlands beleid van de Europese Unie. Diplomaten kunnen zich niet voorstellen dat de Europese regeringsleiders vanavond in Brussel op een speciale top over Irak ook maar een schijn van overeenstemming kunnen bereiken. Crisis, dat is het eerste woord dat Europa-specialisten dezer dagen in de mond nemen.

,,Ik ben tamelijk pessimistisch'', zegt Rosa Balfour, Europa medewerkster van de denktank Centro Studi di Politica Internazionale (Cespi) in Rome. ,,Ik denk dat men bij het praten over de rol van de EU in de internationale politiek minder retoriek moet gaan gebruiken en realistischer moet worden.''

Bij de lopende Conventie over de toekomst van Europa circuleren revolutionaire plannen voor het buitenlands beleid: de Europese Commissie zou er meer over te zeggen willen hebben; de EU-lidstaten zouden over het buitenlands beleid met meerderheid van stemmen besluiten moeten nemen; de EU zou een minister van Buitenlandse Zaken moeten krijgen; een voltijds president zou de EU op het wereldtoneel moeten vertegenwoordigen.

,,We hebben in de EU nooit een gemeenschappelijk buitenlands beleid gehad. We hebben alleen gemeenschappelijke posities ingenomen als het om niet-belangrijke zaken ging'', zegt de Spaanse Europarlementariër Inigo Méndez de Vigo, lid van het presidium van de Conventie. De Conventie bevindt zich in een situatie die Steven Everts, medewerker van het Center for European Reform (CER) in Londen, als ,,schizofreen'' betitelt.

De Britse premier Tony Blair maakt zich op voor een oorlog tegen Irak. De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder wil geen oorlog. De Franse president Jacques Chirac wil uitbreiding van de wapeninspecties. Vijf EU-premiers van ondertekenden begin deze maand samen met collega's van kandidaat-lidstaten een verklaring van solidariteit met de VS.

Die daad van de EU-regeringsleiders was volgens Conventievoorzitter Valéry Giscard d'Estaing een schending van artikel 11 paragraaf 2 van het Verdrag van Maastricht. De verklaring kwam niet overeen met het gemeenschappelijke EU-standpunt van eind januari, dat voor een oorlog in ieder geval een nieuwe VN-resolutie nodig was. Volgens het verdrag hadden de regeringsleiders de andere EU-landen moeten consulteren voordat ze van het overeengekomen standpunt afweken.

Tegelijkertijd werkt de Conventie aan een ontwerp voor een constitutioneel verdrag van de EU waarin het gemeenschappelijk buitenlands beleid moet worden vastgelegd. Maar is de Conventie niet aan het luchtfietsen met theorieën over een buitenlands beleid dat in de praktijk niet realiseerbaar is? ,,Op dit ogenblik is er geen sprake van een gemeenschappelijk beleid van de EU'', zegt de Belgische ex-premier Jean-Luc Dehaene, vice-voorzitter van de Conventie. ,,Er is hooguit sprake van een gemeenschappelijk optreden in gevallen waarin de politieke wil aanwezig is. Een politieke wil kan niet door decreten ontstaan. Wij kunnen hoogstens structuren, instellingen opzetten, die het mogelijk maken om een gemeenschappelijk buitenlands beleid te voeren als de politieke wil bestaat.''

Voorzitter Giscard van de Conventie wil een onderzoek naar de mening van de bevolking. Tot nu toe is de meerderheid voorstander van Europa als gemeenschappelijk politieke macht op het wereldtoneel. ,,Europa is verdeeld, maar tegelijk is er het gevoel dat dit niet kan'', zegt hij.

Franklin Dehousse, directeur Europese Studies van het Belgische Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen hoopt dat de kwestie-Irak een les zal blijken. Hij denkt dat de EU-landen ooit zullen inzien dat hun invloed op het wereldtoneel beperkt blijft als ze geen gemeenschappelijk beleid hebben. ,,Maar duidelijk is dat Europa veel lessen nodig heeft.''

Everts (CER) verwacht niet dat de EU ooit in staat zal zijn om bij een kwestie als Irak eensgezind op te treden. Maar hij waarschuwt tegen de neiging om te zeggen dat het hele Europese buitenlands beleid niets is. ,,Van de dagelijkse praktijk van het Europese beleid lusten de honden geen brood. Op langere termijn zie je echter een convergentie, zoals bijvoorbeeld tegenover Israël en de Palestijnen.'' Everts noemt de verwachtingen vaak veel te hooggespannen. ,,Het gat tussen de werkelijkheid en de retoriek is enorm groot.''

Ook Balfour van het Cespi in Rome denkt dat de EU voorlopig beperktere doelstellingen dan een kwestie Irak voor het gemeenschappelijk beleid moet hanteren. De uitbreiding in 2004 met Oost-Europese landen die zich snel achter de VS scharen maakt het in de toekomst voor de EU nog moeilijker om met één stem op het wereldtoneel te spreken.

De EU moet zich volgens Balfour voorlopig vooral richten op zaken die dichtbij huis zijn, zoals de betrekkingen met aangrenzende landen. ,,Voor het buitenlands beleid is fundamenteel dat het evenwichtiger en realistischer wordt'', zegt zij. Als de EU een gemeenschappelijk beleid wil voor de wereldpolitiek is het volgens haar noodzakelijk dat EU-lidstaten hun vetorecht opgeven en de Europese Commissie initiatiefrecht geven. ,,Maar dat wil niemand'', stelt zij vast.