Forse toename faillissementen

Door de economische problemen is het aantal faillissementen in Nederland vorig jaar sterk toegenomen. In 2002 werden 6.800 personen en bedrijven failliet verklaard, 16 procent meer dan het jaar ervoor.

Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen heeft gepubliceerd.

Ook het aantal schuldsaneringen, waarvoor particulieren met grote geldproblemen in aanmerking kunnen komen, is toegenomen, met 8 procent tot 9.300 personen. Volgens het CBS hangen deze ontwikkelingen samen met de sterk afnemende economische groei.

Bedrijven liepen de hardste klappen op. Zo'n 3.700 besloten vennootschapen (BV's) gingen failliet, 26 procent meer dan in het jaar 2001. Daarnaast werden 2.661 particulieren failliet verklaard, een stijging met 8 procent. Onder deze particulieren zijn mensen met een eenmanszaak die ten onder is gegaan en ook personen die eerder onder een schuldsaneringsregeling vielen, maar zich niet aan de voorwaarden hebben gehouden.

Bij de bedrijven zijn de hardste klappen gevallen bij de financiële instellingen. In deze sector steeg het aantal faillissementen in een jaar tijd met 93 procent tot 452. ,,Dat zijn vooral financiële holdingmaatschappijen'', zegt een CBS-woordvoerder. Vaak gaat de houdstermaatschappij – met schulden – failliet, terwijl de dochterondernemingen dan in een nieuwe onderneming worden voortgezet. [Vervolg FAILLISSEMENTEN: pagina 11]

FAILLISSEMENTEN

Zware klappen voor zakelijke dienstverlening

[Vervolg van pagina 1] Een andere sector die grote klappen heeft opgelopen, is de zakelijke dienstverlening, die het aantal faillissementen met 33 procent heeft zien stijgen tot 1.217. Onder deze failliete bedrijven zijn ICT-dienstverleners, vastgoedbemiddelaars zoals makelaars, adviesbureaus, boekhouders, reclamebureaus en uitzendbureaus. Ook de industrie en de landbouw laten een flinke stijging van het aantal faillissementen zien, met een toename van respectievelijk 23 procent en 22 procent. In de sector onderwijs en gezondheidszorg is het aantal faillissementen toegenomen met 18 procent tot 211.

Opvallend stabiel is de bouwsector, waar het aantal faillissementen met slechts een procent is gestegen tot 361. Deze geringe stijging is te verklaren uit het voor de bouwsector kenmerkende `pijplijneffect': projecten hebben een lange looptijd, zodat veel bedrijven lang na het verstrekken van de opdracht nog werk hebben. Economische tegenwind wordt in de bouwnijverheid altijd met vertraging gevoeld. Daar staat tegenover dat bouwbedrijven ook altijd later profiteren van een economische opleving dan andere bedrijven. Behalve de bouw zijn ook de horeca en de vervoerssector tamelijk stabiel met een toename van het aantal faillissementen met 4 respectievelijk 7 procent.

De ontwikkeling van het aantal faillissementen is niet overal in Nederland hetzelfde. In Utrecht nam het aantal faillissementen toe met 43 procent, terwijl dat aantal in Drente en Limburg daarentegen daalde – met 12 respectievelijk 5 procent. Het CBS heeft nog geen verklaring voor deze regionale verschillen.