Flitsende atletiek

Zou het waar zijn dat de legendarische Sergei Boebka een slinks complot heeft bedacht om na zijn afgesloten sportcarrière vanuit een hiernamaals vol bobo's toch nog te kunnen heersen? In het wereldje van de polsstokhoogspringers gonst het in ieder geval van de speculaties, zoals dit weekeinde bij het Nederlands kampioenschap indoor atletiek in het Belgische Gent bleek. `Sergei de Verschrikkelijke' zou geen genoegen nemen met de wetenschap dat zijn wereldrecord (6,15 meter) voorlopig nog onaantastbaar voor de concurrentie blijk te zijn. Hij zou zelfs voor de eeuwigheid wereldrecordhouder willen blijven en van zijn oude springstok een gloednieuwe toverstok hebben gemaakt waarmee hij plotsklaps zijn favoriete nummer in een kruisgang voor zijn kroonprinsen heeft veranderd.

Hoe doe je zoiets? Heel simpel: je neemt zitting in een speciale commissie van de Internationale Atletiek Federatie (IAAF) waar de meest onzinnige ideeën worden gelanceerd en stelt voor de regels van het polsstokhoogspringen te veranderen. Bijvoorbeeld door de lengte van de aanloop te bekorten en de tijd voor iedere poging te halveren. Maar veel erger nog: je maakt de uiteinden van de lat rond in plaats van vlak en kort de pinnen in waarop deze moet rusten. Het lijkt allemaal technisch en ingewikkeld, maar het resultaat is verbijsterend: bij de geringste aanraking of zuchtje wind dondert de lat naar beneden. Afgelopen dus die pogingen waarin na een geslaagde sprong de aangeraakte lat nog een halve minuut blijft na trillen.

Die regels zijn nu van kracht en volgens de geruchten zou kwade genius Boebka zich beraden om volgend jaar alweer nieuwe aanpassingen voor te stellen. Denk aan een aanloop verrijkt met tien horden en een steeplebak vol water alsmede de plicht om bij aanvang van de wedstrijd je stok met groene zeep in te smeren. Even serieus: ik snap de verontwaardiging van de springers, maar of de Oekraïner als een soort gewetenloze Machiavelli hiervoor alleen verantwoordelijk gesteld moet worden, betwijfel ik. Deze aanpassingen van het reglement behoren tot een breder pakket nieuwe regels die vooral de incompetentie, sportonvriendelijkheid en hebzucht van de IAAF onderstrepen. Zo wordt na een eerste valse start op sprintnummers iedere volgende valse starter meedogenloos uitgesloten. Ook zijn werpsectoren smaller gemaakt. Zo wilde de IAAF ook het aantal pogingen bij springnummers van drie naar twee terugbrengen en van zes naar vier of drie bij werpnummers.

Een atletenrevolte heeft voorlopig die laatste plannetjes in de ijskast doen belanden. Het motto van de IAAF is dat atletiek spannender, sneller en beter consumeerbaar voor het tv-publiek moet worden. Een cynisch uitgangspunt die bedoeld is om nog meer sponsors naar de kassa van de organisatie te leiden. Niet dat het sponsorgeld per definitie stinkt. Maar voor die schaarse kampioenschappen en meetings met toppers die het televisiescherm halen zijn jaarlijks tienduizenden anderen wedstrijden op aarde waar jongeren met hartstocht hun geliefde sport willen beoefenen. Ooit het gezicht van een kind gezien dat na een tweede valse start naar huis wordt gestuurd? Nu dit al bij een eerste faux pas gaat gelden, zullen atletiekbanen in tranendalen worden omgetoverd (de Nederlandse KNAU weigert terecht deze maatregel bij alle wedstrijden te laten gelden). Een smalle werpsector zal voor werpers van boven de 50 meter geen groot probleem zijn, maar voor kinderen die amper de vijfentwintig meter halen zal die vernauwde baan in een nachtmerrie van ongeldige pogingen resulteren.

De IAAF met haar dodelijke tv-politiek is met een ontmoedigingsbeleid bezig dat vooral een hele generatie atleten in wording, de potentiële toppers van morgen, zal treffen. Een deel van die groene blaadjes kan voortaan de banen beter gaan mijden om thuis voor het kastje te gaan zitten. Zo zullen ze af en toe kunnen constateren hoe flitsender en spannender atletiek is geworden.