Eeuwige neezegger

Tassos Papadopoulos, de nieuwe president van Cyprus, is vijftien jaar jonger dan zijn voorganger Glafkos Kliridis, maar lijkt uit een veel verder verleden opgediept. Een wat versleten meubelstuk dat nu weer in de salon is geplaatst.

De in 1934 geboren Papadopoulos studeeerde rechten in Engeland. Prominent werd hij in de Cyprische verzetsorganisatie EOKA, die in de jaren vijftig de guerrilla tegen het Britse koloniale bestuur voerde. Daarom heet hij in de nog steeds gebezigde terminologie van Turks-Cyprische leider Denktas ,,een aartsterrorist''.

In 1959 nam Papadopoulos in Londen deel aan de onderhandelingen over een onafhankelijke republiek, maar hij verklaarde zich tegen het in 1960 bereikte akkoord van Zürich – een van de vele tegendraadsheden waardoor hij op het eiland de reputatie van eeuwige neezegger kreeg. In de sinds 1960 functionerende staat bekleedde hij wel veel ministerschappen. Met Kliridis en Jorkátzis, de machtige minister van Binnenlandse Zaken, stichtte hij in 1972 de Eenheidspartij die hij ook in het parlement vertegenwoordigde.

De slechte reputatie van Papadopoulos bij de Turken gaat terug op de beschuldiging dat hij met Jorkátzis vroeg in de jaren zestig het plan-Akrítas heeft opgesteld, dat voorzag in de uitschakeling (`liquidatie' volgens de Turken) van de Turkse minderheid ingeval deze de wapens zou opnemen tegen het wettige gezag. In zijn feestrede van gisteravond had hij het over ,,kwaadaardige laster''.

Tussen 1976 en 1978, dus na de Turkse bezetting van het noorden, was hij officieel onderhandelaaar voor de Cyprische gemeensachap, als vervanger van Kliridis. Hij verwierp elke stap in de richting van bizonale federale staat. In de jaren tachtig, waarin hij niet werd herkozen in het parlement, raakte hij zowat vergeten, al bleef zijn belangrijke advocatenkantoor functioneren. Dit kwam hem het volgende decennium op nieuwe beschuldigingen te staan, nu internationaal: hij zou de Bank van Belgrado als verdediger hebben bijgestaan in het witwassen van gelden die door de toenmalige Joegoslavische president Slobodan Miloševic waren verworven.

In de jaren negentig maakte hij zijn politieke comeback door toe te treden tot de kleine Democratische Partij, waarvan hij in 2001 voorzitter werd. Voor het presidentschap werd hij vorig jaar kandidaat gesteld door de communistische partij Akel, die zijn onplooibare houding jarenlang scherp had aangevallen. Zijn tegenstanders spreken nu van ,,regressie naar de tijden van Makarios'', een verwijzing naar de era van de in 1977 overleden aartsbisschop.

    • F.G. van Hasselt