Demonstreren is vooral sociaal gebeuren

Tegen oorlog zijn alléén is geen reden om te gaan demonstreren. Volgens hoogleraar Klandermans gaan mensen, als ze iemand hebben om mee te gaan. Hij onderzocht wie zaterdag demonstreerden tegen oorlog in Irak.

Demonstreren, hoe moest dat ook alweer? Voor de meeste van de 70.000 mensen die zich zaterdag op de Dam in Amsterdam verzamelen – veel meer dan de 30.000 die werden verwacht – is het een hele tijd geleden – voor velen is het de eerste keer. Maar het is al snel weer duidelijk. Boudewijn de Groot (`Mijnheer de President, slaap zacht') schalt om een uur of twaalf al uit een van buiten de stad meegebrachte cassetterecorder. Hoewel de officiële demonstratie pas een uur later begint, loopt de Dam snel vol.

In het luxe Hotel Krasnapolsky nemen demonstranten een laatste kop koffie. Ook het al lang salonfähige GroenLinks komt hier samen. Op straat wijzen mensen elkaar opgewekt op de wisecracks die op spandoeken staan: `Irak in de Navo', `Bush-shit', `Nooit gedacht dat ik nog eens pro-Duits zou worden'. Iedereen is vrolijk, sms't zijn vrienden `waar ben jij?' en eet meegebrachte donkerbruine boterhammetjes. Het is een uur of twee als mensen verlangend `lópen, lópen!' beginnen te scanderen.

Hoogleraar toegepaste sociale psychologie Bert Klandermans van de Vrije Universiteit heeft dan zijn straatinterviewtjes al gehouden, en gaat langs de kant van de demonstratie staan kijken wat voor typen mensen er zoal meedoen.

Ze zijn er allemaal: de `oude' vredesdemonstranten, de migrantenorganisaties, de anti-globalisten. Tussen de demonstranten bevinden zich ook verschillende wijkagenten. Zij houden de Marokkaanse jongens in de gaten die ze kennen uit hun eigen buurten. De jongeren, waarvan sommigen Palestina-sjaals over hun gezicht dragen, komen de laatste jaren naar vrijwel elke anti-Amerikaanse demonstratie.

De demonstratie is veel groter dan Klandermans – en iedereen – had verwacht. Hoe komt het dat iedereen nu ineens weer massaal de straat op gaat? Eén ding is zeker: dat iemand tegen de oorlog is, is geen bepalende factor. ,,Ja, je moet er natuurlijk niet vóór zijn.'' Maar veel belangrijker is het sociale aspect: het feit dat mensen met vrienden of kennissen hebben afgesproken om te gaan.

Klandermans doet al jaren onderzoek naar wat in de sociale psychologie en de sociologie `sociale bewegingen' wordt genoemd: het verschijnsel dat mensen zich verenigen en op de een of andere manier in actie komen voor een gemeenschappelijk doel. ,,Na de grote demonstraties tegen de kruisraketten hebben we een aantal mensen van tijd tot tijd geïnterviewd, onder wie kernleden van het IKV. Bij de eerste oorlog in Irak hebben we die mensen weer benaderd en gevraagd of ze gingen demonstereren. En het was heel frappant: als hun plaatselijke netwerk nog actief was, dan gingen ze, en anders niet. In opvattingen verschilden de mensen die wel en niet gingen demonstreren absoluut niet, alleen het simpele feit dat ze nog een netwerkje hadden, was bepalend.''

Dat er zaterdag zoveel mensen kwamen opdagen, komt volgens Klandermans weer doordat ze een netwerk hadden waar ze bij konden aanhaken, mensen met wie ze konden afspreken. Bij het Platform tegen de Nieuwe Oorlog heeft zich vrij snel een lappendeken van grotere en kleinere organisaties aangesloten; tussen de twee- en driehonderd telde Klandermans er zelfs op internet.

Het is voor elk wat wils: van de Socialistische Partij en GroenLinks tot de Wereldwinkel Wageningen, en van de Sudan Human Rights Organisation en de Steungroep Vrouwen zonder Verblijfsvergunning tot Alle Dieren Vrij. Welk type mensen (leeftijd, opleiding, beroep, politieke voorkeur en betrokkenheid, vertrouwen in de overheid, nationaliteit) met welke netwerken zijn meegekomen, moet blijken uit de honderd korte interviews die Klandermans en zijn studenten zaterdag op de Dam hielden, en uit de duizend vragenlijsten die ze hebben uitgedeeld en hopelijk ingevuld terugkrijgen.

Dat Klandermans en zijn studenten hier onderzoek staan te doen, heeft trouwens ook met een mobilisatienetwerk te maken: een groep Brusselse collega's heeft onderzoekers in zo'n vijftien landen, waaronder België, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje, Italië en de VS, opgeroepen om tijdens de demonstratie in hun eigen land vragenlijsten uit te delen. De vragen zijn identiek, zodat de antwoorden uit verschillende landen vergeleken kunnen worden.

Klandermans denkt onder meer dat mensen sneller gaan demonstreren als hun nationale regering een extremer standpunt heeft ingenomen, zoals in Duitsland en Groot-Brittannië. ,,Demonstranten hebben niet het idee dat ze een oorlog kunnen voorkomen of de regering van standpunt kunnen doen veranderen; ze gaan om hun ongenoegen te uiten. En een deel van de mensen loopt met méér ongenoegen dan alleen over de oorlog in Irak: dat zijn linkse demonstranten tegen een rechtse regering, tegen de westerse dominantie en tegen de neoliberale idee van vrije handel.''

In Nederland mag de opkomst dan veel hoger zijn dan verwacht, in vergelijking met andere landen waren er relatief weinig demonstranten. Volgens Klandermans kan dat te maken hebben met de huidige politieke situatie in Nederland: ,,Die is nog wat verward en diffuus.'' Ook een rol speelt dat de Nederlandse protestnetwerken de laatste twintig jaar een beetje slapend zijn blijven voortbestaan, vermoedt hij. ,,Vanwege de problematiek in Oost-Duitsland zijn daar bijvoorbeeld wel allerlei sociale protestbewegingen actief gebleven. Maar in Nederland is sinds de jaren tachtig niets gebeurd. Die twee demonstraties tegen de kruisraketten, dat zijn in bepaalde opzichten de ultieme demonstraties geweest, en die hadden niet het beoogde effect. Ik denk dat daardoor veel mensen hebben afgehaakt.''

Dat de demonstratie in Amsterdam rustig zou verlopen, had Klandermans vooraf ook al voorspeld: ,,Daarvoor is het een te grootschalig gebeuren, en qua publiek te gevarieerd. Of een demonstratie uit de hand loopt, ligt niet zozeer aan de grootte als wel aan de samenstelling. Hier zitten zoveel brave burgers tussen, die allemaal in hun eigen groep lopen. Als er dan al gewelddadige types tussen zitten, vormen die slechts een klein eilandje.''