Bommelskont

Het is alweer een tijdje geleden dat ik lezers van deze rubriek opriep om mij fictieve plaatsnamen toe te sturen van het type Absurdistan, Boerenkoolstronkeradeel, Nergenshuizen en Verweggistan. Een van de nepplaatsnamen die mij indertijd het vaakst werden toegestuurd is Bommelskont. En dat in allerlei spellingvarianten. Zo hebben sommigen het over Bommeleskonte(n) terwijl anderen spreken van Bobbeltjeskonte(n) en weer anderen van Bobskonten of zelfs van Kommersbonten, Hondsbommelerkont of Strontbobbeleskonten. Verrassend zijn die vorm- en spellingvarianten niet. Het gaat hier om een woord dat vooral in de spreektaal wordt gebruikt en dat je dus zelden geschreven ziet. Dan kunnen vorm en spelling al snel alle kanten uitwaaieren.

Het zal maar weinig inzenders bekend zijn dat zij met Bommelskont een fictieve plaatsnaam in ere houden die al ruim drie eeuwen in het Nederlands voorkomt. De vroegste vindplaats dateert uit de 17de eeuw en is afkomstig van Salomon van Rusting, een arts die naam maakte met toneelstukken en gedichten die zo volstonden met platheden dat dit hem de bijnaam `drekpoëet' opleverde. In 1687 dichtte Van Rusting: ,,Wie weet of jy 't misschien noch vont,/ Je bent doch vaardig om te ryzen,/ Trek metter haast na bommelskont.''

Trek metter haast na bommelskont betekent `vertrek spoedig naar Bommelskont'. Het is een verwensing die zoveel wil zeggen als `donder op'. Ook later is Bommelskont in verwensingen gebruikt, zoals in loop naar Bommelskont, een uitdrukking die in 1892 voor het eerst is opgetekend.

Er bestaan ook veel dooddoeners met Bommelskont. Die zijn zó wijdverbreid dat er allerlei uitbreidingen zijn ontstaan. In antwoorden op vragen als ,,waar ga je naartoe?'' of ,,wat ga je doen?'' zijn dit onder meer: naar Bommelskont... drie uren boven de hel, waar de honden met hun gat blaffen; drie uren boven de hel of achter Futfutselen; drie uur voor de leeuwenbekberghelling; pies boven de Weteringe; zes uur achter Den Haag en dan een beetje verder, en: zeven meter onder de kippenhemel. En als antwoord op de vraag ,,wat ga je doen?'', kreeg ik onder meer toegezonden: naar Bommelskont... een aap vlooien, dan mag jij z'n staart vasthouden; paardenhollen witten; pap eten drie uur boven de hel; en: water halen drie uur boven de kippenhemel.

Uit dit alles blijkt nog niet wat Bommelskont nu eigenlijk betekent.

Daar is het nodige over te doen geweest. De spreekwoordenverzamelaar P.J. Harrebomée bracht de naam halverwege de 19de eeuw in verband met het woord bommer dat `bluffer, opschepper' betekent. De letterkundigen De Beer en Laurillard dachten met een verbasterde vorm van een bestaande plaatsnaam van doen te hebben, namelijk Bommelskous of Den Bommel, beide in Zuid-Holland. ,,Met Hel'', schreven zij in 1899 over de toevoeging drie uur boven de hel, ,,zal wel Hellevoet(sluis) bedoeld zijn.'' Een paar jaar later bracht het Woordenboek der Nederlandsche Taal uitkomst. Waarschijnlijk betekent het precies wat er staat, schreef dit woordenboek, namelijk `kont van de bommel', waarbij bommel moet worden opgevat als een van de talloze volksnamen voor `drommel' of `duivel'. Bommelskont is dus `duivelsgat' of `duivelsaars'. Het gaat, met andere woorden, om ,,de ingang der onderwereld, later in 't algemeen: eene plaats waar 't niet pluis is, en waarheen men iemand verwenscht''. En zo is het. Wie iemand naar Bommelskont verwenst, dirigeert hem eigenlijk naar de aars van de duivel, waar het – naar verluidt – slecht toeven is.

In het boekenfonds van NRC Handelsblad bij uitgeverij Prometheus verschijnt deze week van Ewoud Sanders `Van Nergenshuizen tot Absurdistan. Verzonnen plaatsnamen in het Nederlands'. Het kost €14,95.