Waakhond waarmee iedereen samenwerkt

Het Internationaal Atoom Energie Agentschap is in het nieuws als controleur van kwade zaken, zoals nu in Irak. Maar dat is niet zijn eigenlijke taak.

Het lijkt een scène uit een film. Ergens in Wenen staat een serie beeldschermen die, via computernetwerken, in verbinding staan met nucleaire faciliteiten over de hele wereld. Als een camera een verandering opmerkt gaan er in de Oostenrijkse hoofdstad lampjes flikkeren en alarmsignalen af. De telefoon wordt gepakt en de faciliteit gebeld. ,,Wat is er aan de hand?''

De film is echter geen fantasie, maar werkelijkheid. De camera's en televisieschermen zijn van International Atomic Energy Agency (IAEA). De atoomwaakhond is dezer dagen vrijwel dagelijks op de voorpagina's te vinden. Niet omdat er nucleaire ongelukken plaatsvinden, maar omdat de medewerkers met witte terreinwagens en blauwe VN-petten Irak doorkruisen, op zoek naar kernwapens of bewijs dat Saddam Hussein bezig is met de ontwikkeling van massavernietigingswapens. De directeur-generaal van het IAEA, Mohamed El Baradei, wordt een bekende voor krantenlezer en televisiekijker. Hij geeft veel persconferenties en reist van het IAEA-hoofdkwartier in Wenen naar de Veiligheidsraad in New York en naar Bagdad, samen met zijn voorganger, de leider van het VN-inspectieteam Hans Blix.

De zoektocht naar kernwapens staat echter ver van de originele opdracht van de organisatie die onderdeel is van de Verenigde Naties. Het IAEA werd in 1957 opgericht met als voornaamste doel het controleren van atoomenergie die voor vreedzame doeleinden werd gebruikt. De oprichting kwam voort uit de Atoms for peace-speech in 1953 van de toenmalige Amerikaanse president Dwight Eisenhower. Hij riep de VN toen op een internationaal orgaan te creëren dat de ontwikkeling van atoomenergie zou stimuleren en controleren.

Sinds de oprichting zijn er vele internationale, regionale en nationale instanties op het gebied van nucleaire ontwikkeling, beveiliging en controle bijgekomen, maar het IAEA wordt algemeen gezien als de belangrijkste en de meest invloedrijke, ondanks het feit dat het als bureaucratisch en log wordt beschreven ,,Het IAEA is de enige organisatie in zijn soort die overal wordt erkend. Maar het is een VN-organisatie en heeft ook kenmerken daarvan, het is groot en log'', zegt André Versteeg, directeur van de Nuclear Research and consultancy Group (NRG), die de reactor in Petten exploiteert. Ook in Petten staan de camera's van het IAEA en de inspecteurs kunnen op elk moment, aangekondigd of niet, de reactor komen controleren. ,,Deze inspecties gebeuren overal ter wereld, zonder aanzien des persoons. Ook in Petten komen ze een paar keer per jaar langs'', aldus Versteeg.

Door de inspecties in Irak en de actie van Noord-Korea dat de samenwerking vorig jaar beëindigde waardoor IAEA-personeel het land moest verlaten lijkt het alsof de organisatie uit Wenen niets anders doet dan controleren of regimes niet stiekem kernwapens maken. Maar het doet veel meer. Zo helpt het bijvoorbeeld mee aan VN-programma's die de toegang tot drinkwater willen verbeteren, onder meer door bodemonderzoek en het, met behulp van nucleaire technieken, verbeteren van watermanagement.

Daarnaast heeft de organisatie een database opgezet waarin elk nucleair incident ter wereld staat beschreven. Dit gaat van de grote rampen zoals met de centrale in Tsjernobyl tot aan het Mexicaanse ziekenhuis dat een apparaat met een radioactieve bron op de vuilnisbelt dumpte. Ook bij een voorval als in Mexico gaat het IAEA kijken, rapporteren en opruimen. De ongelukken krijgen in de database een cijfer van één tot zeven mee, waarbij Tsjernobyl een dikke zeven zou krijgen en het Mexicaanse ziekenhuisincident een drie of een vier. Als er een ongeluk is, hoe groot of klein ook, kan er door eigenaren van kerncentrales worden bekeken in welke categorie het valt en is er direct informatie beschikbaar over wat er in dergelijke gevallen in het verleden precies gebeurde.

Het IAEA heeft verder richtlijnen en voorschriften over hoe er met nucleaire faciliteiten moet worden omgegaan. Sommige daarvan zijn bindend, maar de meeste niet en ieder land maakt voor zichzelf uit hoeveel van de regels hij wil overnemen. Zo is de hele Nederlandse regelgeving gebaseerd op de richtlijnen van Wenen, maar landen als Frankrijk hebben slechts een gedeelte overgenomen. ,,Er zijn verschillende niveaus. De basis neemt iedereen over, maar daarna mag je het zelf weten. Het is als met een auto. Er zijn regels over de remmen en het stuur. Die neem je over, maar of je ook de regels wil overnemen hoe elk kabeltje in de auto loopt, dat mag je zelf bepalen'', zegt Versteeg.

Een minder bekende rol heeft het IAEA bij ziektebestrijding. Is het niet via hulp met röntgenapparatuur, dan wel bij de bestrijding van bijvoorbeeld de tseetseevlieg in Afrika, het insect dat verantwoordelijk wordt gehouden voor honderdduizenden doden, zowel mens als dier, op het Afrikaanse continent en elk jaar een economische schade van 4 miljard dollar veroorzaakt.

Maar de nucleaire taak, en met name veiligheid en non-proliferatie, is wat de organisatie in steeds grotere mate bezighoud, zeker na de ramp met de kerncentrale Tsjernobyl in de Sovjet-Unie. ,,Na Tsjernobyl is de rol van het IAEA belangrijker geworden'', zegt Versteeg. Het IEAE kan toegang tot een nucleaire faciliteit niet afdwingen, noch heeft het sanctiemogelijkheden als het wordt geweigerd, maar in de praktijk werkt vrijwel iedereen mee. ,,Ze mogen vrijwel elk land binnen en het aanzien van het IAEA is groter geworden. Als een land wil kan het de inspecteurs weigeren of eruit gooien, maar dan kom je onmiddellijk in een politiek isolement. Want een land dat het IAEA niet toelaat, daar moet wel iets aan de hand zijn'', aldus Versteeg. Dat de rol van de organisatie daardoor vaak een politieke lading krijgt is volgens Versteeg geen bezwaar. ,,De onpartijdigheid staat niet ter discussie.''

Veel landen vragen het IAEA juist om langs te komen. Zo ging Jaap de Vries, verantwoordelijk voor beheer en technische zaken bij het interfacultair reactor instituut (IRI) van de Technische Universiteit van Delft, in 2000 mee op een missie naar Iran. ,,De IAEA heeft een hulpprogramma voor ontwikkelingslanden die kernenergie toepassen en de Iraanse regering wilde daaraan meedoen.'' De Iraanse reactor produceerde isotopen voor medisch gebruik en de Iraniërs wilden de capaciteit verhogen. De Vries ging, samen met een collega uit Zuid-Afrika, kijken en onderzocht vijf dagen lang de reactor en hield interviews met lokale technici. ,,In ons rapport maakten we een analyse van de situatie en beschreven dat er soms onderhoud niet goed werd bijgehouden. We leverden wel kritiek in ons rapport, maar probeerden dat op een diplomatieke wijze te doen'', aldus De Vries. Zijn missie voor het IAEA heeft hij ervaren als iets unieks. De ontvangst in Teheran was omgeven met alle egards, het waren de Iraniërs zelf die uiteindelijk om de missie hadden gevraagd en graag een positief advies wilden hebben. Alhoewel De Vries positief is over het werk van de IAEA is hij minder te spreken over de werking van de organisatie. ,,Het is als een tanker die op koers ligt, als je iets wil dan moet je anderhalf jaar van te voren al gaan beginnen met besprekingen.''

Het IAEA vraagt regelmatig mensen uit allerlei landen om mee te doen aan missies. Ook bij de NRG worden vaak werknemers opgeroepen om ergens in de wereld mee te helpen. Niet dat er altijd gehoor wordt gegeven aan de vraag. Werknemers zijn vaak enkele weken weg en krijgen alleen een onkostenvergoeding waardoor het de werkgever geld kost. Desondanks zegt Versteeg dat de meeste specialisten in de nucleaire industrie graag meewerken met het IAEA. ,,Je krijgt de mogelijkheid om te kijken hoe het elders gaat en leert daar weer van.'' Behalve het persoonlijke eigenbelang speelt ook het belang van de industrie mee. Want de impact van een nucleair ongeluk is enorm en heeft wereldwijde consequenties voor de industrie. De toegenomen invloed van het IAEA zal volgens Versteeg alleen nog maar verder groeien. ,,Er zullen meer landen komen die kernenergie gaan gebruiken waardoor het belangrijk is dat er een organisatie bestaat die de veiligheid bewaakt.''