VERZET IN NEDERLAND

Hoewel de Communistische Partij Nederland al in 1960 demonstreerde tegen prof. Kistemaker en de door hem ontwikkelde ultracentrifugetechniek om uranium te verrijken, komt het verzet tegen kernenergie pas begin jaren zeventig echt op gang. Bij het in bedrijf nemen van de kerncentrale in 1973 werd in de gemeente Borsele (in tegenstelling tot de naam van de centrale met enkel s) huis aan huis een evacuatieplan verspreid. Niet veel later verschenen er plotseling verkeersborden langs de weg die het gebied rondom de centrale tot verboden gebied verklaarden voor zwangere vrouwen en kinderen. De Provinciale Zeeuwse Elektriciteitsmaatschappij PZEM reageerde op de aantijgingen van de actievoerders met een kleurige folder over kernenergie als schone energiebron voor de toekomst.

Veel verzet was er ook tegen de Kalkarheffing, waarvan de opbrengst was bestemd voor de snelle kweekreactor in het plaatsje Kalkar in Duitsland en tegen de uitbreiding van de ultracentrifugefabriek in Almelo. Ook het dumpen van radioactief afval in zee en de proefboringen in de zoutkoepels in de bodem van Groningen en Drenthe stuitten op verzet. Die boringen waren nodig om na te gaan of de ondergrondse zoutkoepels geschikt zouden zijn voor de opslag van radioactief afval. Een reportage in 1978 over kinderen die aan leukemie overleden nadat ze op het terrein van de KEMA vermoedelijk in contact waren geweest met radioactief afval, zorgde ervoor dat het onbehagen zich verder verspreidde.

Na het ongeluk met de Amerikaanse centrale in Harrisburg werden de acties tegen kernenergie harder. Bij een demonstratie voor sluiting van Borssele in 1979 werden vernielingen aangericht aan hekwerk en bijgebouwen van de naastgelegen kolencentrale. Het jaar daarop was er een blokkade die door de ME met geweld werd gebroken. Ook de centrale bij Dodewaard was regelmatig doelwit van meerdaagse blokkades, waarbij zowel de mobiele eenheid als sommige demonstranten niet schroomden geweld te gebruiken. Van de kant van de tegenstanders werden ook pogingen ondernomen de elektriciteitsvoorziening te saboteren, onder andere op aanwijzing van de actiegroep `Willie Wortel en de Lampjes'. Daadwerkelijke onderbreking van de stroom door sabotage is maar een enkele keer gelukt.

Begin jaren tachtig was het verzet tegen kernenergie zo omvangrijk dat de regering besloot tot een twee jaar durende Brede Maatschappelijke Discussie Energiebeleid. Vele tegenstanders van kernenergie wierpen zich op als discussieleider voor de tientallen bijeenkomsten in buurthuizen en achterafzaaltjes. Zo verdienden ze niet alleen een leuk zakcentje, maar konden ze ook de discussie sturen in de richting van `kernenergie, nee bedankt'.

De uitkomst van de BMD, geen nieuwe kerncentrales, wekte dan ook geen verwondering. Ook de toenmalige regering liet zich er niet door beïnvloeden en stelde voor twee nieuwe kerncentrales te bouwen. Dat voornemen werd eind april 1986 echter weggespoeld door een golf van ontzetting en later verontwaardiging over de ontploffing van een kerncentrale in Tsjernobyl. Die ramp luidde het einde in voor de verdere ontwikkeling van kernenergie in Nederland. In 1997 werd de kerncentrale in Dodewaard stilgelegd wegens gebrek aan perspectief en op dit moment ligt er een initiatiefwetsvoorstel van ir. Marijke Vos, Kamerlid voor GroenLinks, om Borssele te sluiten. De tijd dat duizenden mensen daarvoor de straat op gingen, lijkt echter voorbij.