Verkeerde volgorde

Er rijst twijfel of IJsland wel zo'n genetisch uniforme bevolking heeft zoals het IJslandse bedrijf Decode heeft doen geloven. Veel andere mitochondriaal dna-studies berusten eveneens op drijfzand.

`Meer dan de helft van de mitochondriale DNA-studies die ooit zijn gepubliceerd bevatten evidente fouten die door de auteurs ondervangen hadden moeten worden', schrijft de Britse geneticus Peter Forster van de University of Cambridge in het januari-nummer van het Annals of Human Genetics. Hij presenteert daarbij een tabel met 137 publicaties uit de periode 1981 tot 2002 die gaan over mitchondriaal DNA: 58,4 procent van deze artikelen bevat fouten.

Foster komt tot deze ontstellende conclusie in een commentaar op een artikel van de IJslandse geneticus Einar Árnason van de Universiteit van IJsland in Reykjavik in hetzelfde blad. Árnason prikt de mythe door dat de IJslandse bevolking een homogene genetische samenstelling zou hebben. Dit gegeven, vaak herhaald en overdreven in de populaire media, was in 1996 aanleiding voor Kari Steffanson om het bedrijf Decode op te richten.

Decode stelt zich tot doel de geringe variatie in de IJslandse genen te gebruiken voor het zoeken naar ziektegenen. Het vinden van zulke genen is vaak zoeken naar een speld in een hooiberg; op IJsland zou die hooiberg door de geringere genetische variatie onder de bevolking wat kleiner zijn. Decode sloot een groot contract af met de geneesmiddelengigant Roche. Sinds 2001 stuurt het bedrijf met de regelmaat van de klok persberichten uit dat er nieuwe ziektegenen zijn gevonden, bijvoorbeeld een van reuma, osteoporose of een vorm van de ziekte van Parkinson. Maar deze resultaten zijn nog nergens in de wetenschappelijke literatuur gepubliceerd.

Einar Árnason legt nu de bijl aan een van de belangrijkste wortels van het bedrijf, door een artikel van Decode-medewerkers uit 2000 te falsifiëren. Árnason: ``Ik heb de primaire DNA-gegevens opnieuw geanalyseerd en ik kom tot de conclusie dat er fouten in zitten, waardoor de onderzoekers van Decode op het verkeerde been zijn gezet. Uit mijn herberekeningen blijkt dat de IJslanders in Europa qua genetische variabiliteit ergens tussen plaats 9 en 13 staan. Dat is vergelijkbaar met de variabiliteit van de Fransen of de Russen, afhankelijk van welke statistische methode je kiest. Er is dus geen bewijs dat IJsland genetisch homogeen is.''

Árnason heeft ook een achterliggende politieke agenda. De geneticus zit in het bestuur van de IJslandse organisatie Mannvernd (de Mensenbescherming) die een juridische strijd voert tegen Decode, omdat het bedrijf volgens Mannvernd op commerciële basis de medische dossiers van IJsland exploiteert. Het IJslandse parlement gaf het bedrijf daar in 1999 toestemming voor. Vanaf de oprichting van Decode is Árnason een van de felste critici. Niet alleen in de rechtszaal, maar ook in zijn wetenschappelijke werk probeert de geneticus Decode te bestrijden.

structureel mis

Hoewel die positie op vooringenomenheid kan wijzen, lijkt het erop dat Árnason naar objectieve maatstaven gelijk heeft. Forster valt hem volmondig bij, maar wijst er wel op dat dergelijke fouten geen uitzondering zijn. Er is iets structureel mis met de zorgvuldigheid van mitochondriaal DNA-onderzoeken en dat leidt maar al te vaak tot verkeerde conclusies, zegt Forster. Roemrucht zijn de onderzoeken waar uit zou blijken dat de mens pas heel recent uit Afrika migreerde, dat de Europeanen na de steentijd zijn ontstaan uit migrerende landbouwers en niet uit jagers die er al eerder leefden. Deze claims bleken achteraf niet vol te houden, als de gegevens nog eens goed tegen het licht werden gehouden en zijn dan ook herroepen.

De fouten ontstaan op twee manieren, zegt Forster. Ten eerste doordat er in het laboratorium fouten worden gemaakt bij het correct bepalen van de DNA-volgorde en ten tweede bij het zorgvuldig overbrengen van de sequenties naar een openbare digitale databank. ``Beide fouten komen veel voor en zijn onnodig'', zegt Forster. ``Met een rekenprogramma dat stambomen maakt, kunnen die fouten achteraf nog aan het licht komen doordat er onregelmatigheden in zitten. Zo'n onregelmatigheid kan overigens ook een biologische oorzaak hebben, bijvoorbeeld doordat een bepaalde mutatie twee keer in de evolutie onafhankelijk is opgetreden, maar dat zijn wel punten die extra aandacht vergen.''

De slordigheid wordt volgens Forster in de hand gewerkt door de grote haast die er is met publiceren van wetenschappelijke artikelen: ``Veel wetenschappelijke tijdschriften proberen tegenwoordig hoekjes af te snijden bij het peer review proces. Dat moet zo kort mogelijk. In plaats van dat een artikel een paar keer heen en weer gaat, krijgt de reviewer nu maar één kans om te zeggen of een artikel publicabel is of niet. Of eventuele suggesties tot verbetering zijn doorgevoerd in een tweede versie kan hij niet meer controleren.''

Maar wat is nu het lot van Decode? Een belangrijke pijler onder hun core business lijkt nu weggeslagen. Árnason, zich bewust van zijn positie als tegenstander, laat het oordeel daarover liever aan anderen over. Forster reageert laconiek: ``Ik denk niet dat ze zich nu bij het beursgenoteerde Decode zorgen hoeven te gaan maken over de waarde van hun aandelen. De kracht van het bedrijf ligt voornamelijk in het feit dat zij de beschikking hebben over een zeer uitgebreide genealogische databank, waardoor zij de familiegeschiedenis van hun onderzoekspopulatie kennen.''

Volgens woordvoerder Edward Farmer van Decode zullen wetenschappers van het bedrijf in het februari-nummer van Annals of Human Genetics een wetenschappelijk weerwoord op het artikel van Árnason geven. Daarin zwakken zij de conclusies van Árnason af en dragen zij additionele DNA-gegevens aan, die moeten staven dat de IJslanders tòch genetisch homogener dan de meeste andere Europese populaties. Decode blijft dus in de genetische homogeniteit geloven. De medewerkers van het bedrijf vinden de huidige ophef maar ``een academische discussie'', omdat de pogingen om genen te identificeren in IJsland tot nu toe meer succes hebben opgeleverd dan vergelijkbare zoektochten in andere populaties.

Toch moet het bedrijf een beetje water bij de wijn doen. ``Wij hebben in IJsland de beschikking over uitgebreide genealogische informatie, de bereidheid van IJslanders om mee te werken aan genetische studies en een hoge kwaliteit van de medische dossiers. Sommige van deze factoren zijn misschien nog wel belangrijker voor het in kaart brengen van genen dan de structuur van de IJslandse genetische diversiteit.''