TEGEN DE KINDERBESCHADIGING

In Nederland grijpt de overheid pas in in de opvoeding als het heel erg mis is gegaan

`In nederland bestaat de neiging om gevallen van kindermishandeling die de publiciteit halen, zoals de zaak Rowena Rikkers (het meisje van Nulde) af te doen als incidenten. Maar het zijn geen incidenten, het zijn symptomen van een structureel verschijnsel.'' Dat zegt Jan Willems (1952), verbonden aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Maastricht en per 1 december vorig jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar rechten van het kind aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Naar schatting van de Raad voor de Kinderbescherming worden jaarlijks 50.000 tot 80.000 kinderen mishandeld. Veertig tot vijftig van hen sterven aan de directe gevolgen daarvan. Daarnaast zijn er naar schatting nog dertig tot veertig kinderen die overlijden aan verwaarlozing, zoals een kind dat onder een auto komt omdat er geen toezicht is. Bij elkaar opgeteld zijn dat circa tachtig dodelijke slachtoffers per jaar.

Die aantallen kunnen en moeten naar beneden, vindt Willems. Niet alleen voor de kinderen van nu, maar ook voor die van de toekomst. Want ontwikkelingsbeschadigingen door mishandeling worden van generatie op generatie doorgegeven. Deze vicieuze cirkel kan volgens Willems doorbroken worden als slachtoffers inzicht krijgen in hun ervaringen. Daarom pleit hij voor een vak `opvoeding' in het voortgezet onderwijs. En voor informatie en ondersteuning van ouders. Het is de aanpak van de vier O's: opvoedingsonderwijs, opvoedingsinformatie, opvoedingsgeld en opvoedingsondersteuning.

``Uit onderzoek blijkt dat tussen de vijftien en twintig procent van de adolescenten lichte tot zeer ernstige psycho-sociale problemen heeft'', vertelt Willems in zijn smalle, hoge werkkamer met uitzicht op de skyline van het nieuwe Maastricht. ``Als je op scholen structureel onderwijs zou geven over opvoeding, bereik je een aantal van deze jongeren vóór ze zelf opvoeder zijn.'' De tweede `O' is van `opvoedingsinformatie' die via de consultatiebureau's verstrekt zou moeten worden. ``Er zouden daar dus ook pedagogen en psychologen moeten werken'', verduidelijkt Willems. De derde `O' staat voor `opvoedingsgeld', ofwel meer substantiële kinderbijslag, die ingezet zou moeten worden om werk en zorg beter te verdelen. En tot slot opvoedingsondersteuning aan ouders, van cursussen tot intensieve begeleiding van gezinnen waar het mis gaat.

Amerikaanse onderzoekers stellen dat wanneer ouders meer informatie over en steun bij de opvoeding krijgen, kindermishandeling kan worden voorkomen. ``Niet alle gevallen, maar wel kindermishandeling als maatschappelijk probleem: de escalatie van problemen tot ontwikkelingsbeschadiging'', zegt Willems. ``Lang niet alle kindermishandeling vindt opzettelijk plaats. Daarom spreek ik liever van `kinderbeschadiging'. Ouders doen dingen fout uit onwetendheid. Extreem, zoals verstandelijk gehandicapte ouders die hun gezonde baby een frikadel voeren, waardoor het kind bijna stikt en door zuurstoftekort een hersenbeschadiging oploopt. Maar ook minder extreem. Geborgenheid, leiding en begeleiding zijn voor een kind net zo essentieel als water, voedsel en een dak boven het hoofd. Als die zaken er niet zijn, treedt er al beschadiging op.''

De leerstoel `rechten van het kind' is een primeur voor Nederland en een initiatief van de Nederlandse afdeling van Defence for Children International. In zijn nieuwe – onbezoldigde – functie zal Willems zich vooral bezig gaan houden met internationaal en vergelijkend opvoedingsrecht. Vergeleken met andere Europese landen loopt Nederland achter als het gaat om de bescherming van de rechten van het kind, vindt hij. ``In 1995, het jaar waarin het VN-verdrag voor de rechten van het kind in Nederland van kracht werd, is de term `ouderlijke macht' veranderd in `ouderlijk gezag', maar in de ons omringende landen is de verschuiving in het denken van `repressie' naar `preventie' al sinds 1979 bezig, toen het verdrag werd gemaakt. In Duitsland bijvoorbeeld spreekt men al sindsdien van `elterliche Sorge'. En in Zweden werd toen het slaan en vernederen van kinderen verboden.''

In het Kinderrechtenverdrag staat centraal dat kinderen het recht hebben zich optimaal te ontwikkelen – de persoonswording. En daarvoor is het volgens Willems ook noodzakelijk om als persoon te worden behandeld, en kind te kúnnen zijn. ``Een kind heeft recht op interventie en op reparatie, maar het belangrijkste recht is dat op preventie. Dat houdt in dat de staat móet zorgen voor opvoedingsondersteuning. Dat is in de Nederlandse wet, die gestoeld is op de wetgeving over jeugdbescherming uit het begin van de twintigste eeuw, niet terug te vinden. Daarin staat wel dat ouders het recht én de plicht hebben om hun kinderen op te voeden. Maar er staat niet hóe zij aan hun opvoedingsplicht moeten voldoen. Er staat bijvoorbeeld niet dat het verboden is kinderen te vernederen of te slaan. En er staat ook niets over het feit dat ouders recht hebben op opvoedingsondersteuning.''

Willems zoekt de oorzaak daarvoor in de geschiedenis. ``In Nederland heerst van oudsher de opvatting dat opvoeding van kinderen geen overheidstaak is en dat ingrijpen in de opvoeding de rechten en vrijheden van de ouders aantast. Over de kinderen werd heen gewalst. De Kinderbescherming is zo'n honderd jaar geleden opgericht om de staat te beschermen tegen `onopgevoede' kinderen. Dus niet om de kinderen te beschermen tegen hun ouders. De staat mag pas interveniëren als er sprake is van ernstige schade. Dan komt de Raad voor de Kinderbescherming om de hoek, dan dreigt de `staatsopvoeding'. Ons systeem van `afwachten tot het mis gaat' werkt stigmatiserend. In plaats van als een handreiking wordt het als een stempel van onvermogen gezien. Dat denkbeeld moeten we zien te veranderen.''

Voor Willems is kindermishandeling niet minder dan een omvangrijke schending van de mensenrechten. Om de zaak onder de politieke aandacht te brengen heeft hij, samen met onder meer de psychiater Andries van Dantzig, de Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK) opgericht. En niet zonder succes. ``Het vorige kabinet had als eerste een zinsnede in het regeerakkoord over kindermishandeling. `Er komt verbetering van preventie en repressie van kindermishandeling.' Minimaal, maar een begin.''

Meer informatie over RAAK: www.stopkindermishandeling.nl