Stone twijfelt in Castro-film aan nut democratie

In de week dat bondskanselier Schröder met Fidel Castro werd vergeleken, bracht Oliver Stone een documentaire over de Cubaanse leider naar Berlijn.

In Berlijn zijn T-shirts te koop met de portretten van Gaddafi, Fidel Castro en bondskanselier Schröder, nadat de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld eerder deze week hun landen op één hoop veegde. Op dezelfde dag dat op de Potzdammer Platz de Gouden en Zilveren Beren worden uitgereikt, wordt massaal gedemonstreerd tegen de oorlog in Irak én gaat de documentaire Comandante van de Amerikaanse regisseur Oliver Stone over Fidel Castro in première.

Zo vielen politieke actualiteit en filmwerkelijkheid wel vaker samen tijdens deze 53ste Internationale Filmfestspiele Berlin. Toen de Russische president Poetin Berlijn bezocht, waren de straten rondom de Russische ambassade leeg en hielden soldaten de wacht. Het leek wel alsof de Muur nooit gevallen was. Dat was ook de dag dat Wolfgang Beckers Good Bye Lenin werd vertoond. Die film over een Oost-Duitse jongen die zijn moeder in de waan wil laten dat die hele vermaledijde Muur er inderdaad nog staat, geldt van de drie Duitse films in competitie als de voornaamste kanshebber op een van de vanavond uit te reiken prijzen.

Algemeen wordt aangenomen dat The Hours van Stephen Daldry en Spike Jonze's Adaptation de meest serieuze kandidaten zijn. Daarmee lijkt er na hun première in het eerste festivalweekend weinig meer gebeurd. Niets is minder waar, al was er tijdens de tweede helft van het festival veel aandacht voor politiek. Hollywoodsterren spraken zich bij diverse gelegenheden uit tegen de dreigende oorlog in Irak, maar hielden zich in hun films meer bezig met vermaak dan met verzet.

Anders was dat in de Europese films die op het festival getoond werden. In het aan de Duits-Poolse grens gesitueerde vijfluik Lichter van Hans-Christian Schmidt werden de grenzen van een uiteengeslagen Europa afgetast. Net als in de Sloweense film Spare Parts van Damjan Kozole en Michael Winterbottoms In This World lijken mensensmokkelaars nog de enigen die van de zegeningen van het kapitalisme profiteren.

Democratie en andere Westerse verworvenheden worden door niemand zo in twijfel getrokken als door Oliver Stone. Met Spaans geld en in drie dagen tijd draaide hij een documentaire over Fidel Castro, die zowel ontgoochelend als fascinerend is. Het mooiste shot van het festival komt uit deze film, als Stone inzoomt op de Nike-sportschoenen waarop Fidel door zijn kantoor ijsbeert.

Aansluitend aan de vertoning van zijn film is er een persconferentie waarop Stone (die eerder mythes creëerde en doorprikte in films over Nixon en de moord op John F. Kennedy) stevig aan de tand wordt gevoeld over zijn politieke intenties. Stone is duidelijk: ,,Wat betekent democratische vrijheid als je geen schoon water hebt en geen scholen? Je moet de situatie in Cuba niet vergelijken met Amerika, maar met de andere Latijns-Amerikaanse landen. Iedereen die zich zo verzet tegen het zogenaamde communisme van Castro, moet zich wel beseffen dat ze in Cuba tenminste gezondheidszorg hebben.''

Nog meer Amerikaanse dromen werden verstoord in Spike Lee's The 25th Hour, waarin Edward Norton een drugsdealer speelt die aan de vooravond van een lange gevangenisstraf zijn daden overziet. De militante zwarte filmmaker plaatste zijn vertelling nadrukkelijk in het New York van na 11 september. Zijn hoofdpersoon wil graag de schuld voor zijn falen geven aan de zwarten, de Puerto-Ricanen, de Arabieren, ja zelfs aan Bin Laden. Lee laat hem daar, streng, niet mee wegkomen: ,,Dit is de tijd om ons af te vragen wat de morele gevolgen zijn van ons handelen.'' Om daarna in een tirade tegen Bush te vervallen: ,,De oorlog tegen terrorisme heeft niets te maken met een oorlog tegen Irak.''

Festivaldirecteur Dieter Kosslick grapt dat hij betreurt dat Fidel Castro de uitnodiging voor de Berlijnse vertoning van Comandante niet heeft aangenomen: ,,Zoals de zaken door Amerika worden voorgespiegeld, is hij de laatste bondgenoot die we nog hebben.''