Stefon Harris

De vibrafoon heeft een toekomst en die heet Stefon Harris. Sinds zijn solodebuut A Cloud of Red Dust uit 1998 heeft Harris zich bewezen als een opwindend instrumentalist die opereert op consequent hoog niveau. En hij is ambitieus, dat blijkt wel uit zijn nieuwe album The Grand Unification Theory. Het is een 70 minuten durende suite over de kwantumfysische theorie. Dat klinkt een beetje gezwollen en ook Harris' uitleg in het cd-boekje over het natuurkundige leerstuk als spiritueel containerbegrip voor zijn eigen muzikale ontwikkeling, is wat over the top. Maar wie gewoon de cd opzet en luistert, vergeeft het de jonge componist meteen. De elf stukken – ingeklemd tussen een licht euforische proloog en de introverte, aan muzikale voorvader Milt Jackson opgedragen, epiloog – zijn een feest. Ieder stuk heeft een duidelijk eigen verhaal en zwakke plekken zijn niet te ontdekken.

Voor wie het wil horen is er een verbindende verhaallijn. Vanaf de drumroll die de big bang in `The Birth of Time' weergeeft, volgt de muziek het wel en wee van een archetypische anonimus via een feest, drugsgebruik, identiteitsverlies, gekte en sterfte naar hergeboorte. Die spanningsboog geeft Harris de mogelijkheid vrijelijk te spelen met funk, bop, klassieke stijlfiguren, rockelementen en zelfs een stukje Ierse folk.

De vibrafonist zoekt met zijn conceptalbum aansluiting bij de traditie en vooral bij Duke Ellington. Maar muzikaal is Harris genoeg van deze tijd om een eigen draai aan de vorm te geven. Een nieuwe Ellington is hij zeker nog lang niet, maar het etiket `veelbelovend' mag worden ingeruild voor `getalenteerd'.

Stefon Harris: The Grand Unification Theory (Blue Note, 32498). Distr. EMI