Over naïviteit en grootheidswaan

Het voortbestaan van FC Utrecht is direct in gevaar. Zonder gemeentelijke of bedrijfsmatige steun is het einde verhaal. Hoe kon het zo mis gaan met de volksclub? Over naïviteit en grootheidswaan.

Welgeteld een gulden betaalde FC Utrecht twee jaar geleden aan de gemeente voor de eigendom van Nieuw Galgenwaard. Nu vraagt het clubbestuur aan de lokale overheid het vergrote en gemoderniseerde stadion terug te kopen voor de werkelijke waarde die schommelt tussen de tien en de twintig miljoen euro. Het lijkt een lucratieve deal, maar het is de vraag of de plaatselijke politici zo diep in de buidel willen tasten. De gemeente moet zelf twintig miljoen euro bezuinigen. De Utrechtse belastingbetaler ziet de bui al hangen.

Broos Schnetz is oprichter van Leefbaar Nederland en voorzitter van Leefbaar Utrecht; met veertien zetels veruit de grootste partij in de gemeenteraad. Hij zit in de horeca en begon zijn loopbaan als bankier. Hij zit bij thuisduels naast zijn vriend en compagnon Henk Westbroek op de eretribune. ,,Als zakenman zeg ik `nee' tegen FC Utrecht'', vertelt Schnetz in zijn woning met uitzicht op de Galgenwaard. ,,Een voetbalstadion is niet rendabel.''

Als invloedrijke politicus zegt Schnetz `ja' tegen de smeekbede van het clubbestuur. Leefbaar Utrecht trok twee jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen veel stemmen in de achterstandswijken, waar de harde supporterskern goed is vertegenwoordigd. Schnetz: ,,De sociaal-culturele waarde moet je niet onderschatten.'' En verwijzend naar mogelijke dreigementen: ,,Als deze club failliet gaat, zou ik niet graag bestuurslid willen zijn.''

Schnetz wil ,,onder geen beding een blanco cheque'' naar de club sturen. ,,En als er nog meer lijken in de kast zitten, zie er ook geen gat meer in.'' Hij stelt nu een aantal ,,keiharde'' voorwaarden. ,,Dit bestuur is met zijn luchtfietserij verantwoordelijk voor de puinhoop en moet dus vertrekken. De schuldeisers moeten maar even wachten op hun geld. De businessclub moet zijn steentje bijdragen. Verder moeten de contracten van de spelers worden aangepast, om te kunnen korten op hun salarissen. En de provincie mag betalen, want FC Utrecht heeft ook een regionale functie.''

VVD-fractievoorzitter Albert van den Bosch is net als Broos Schnetz en PvdA-wethouder Hans Spekman een supporter van FC Utrecht. ,,Ik moet mijn emoties uitschakelingen en een rationele afweging maken'', verwijst Van den Bosch naar een eventuele steunverlening van de gemeente. Hij kiest voor een ,,commerciële oplossing'' en vindt dat FC Utrecht de problemen ,,als een normaal bedrijf moet oplossen''.

De liberale politicus las gisteren met instemming in de krant dat vastgoedbelegger en oud-bestuurslid Evert Kroon het stadion wil kopen. Kroon heeft er 20 miljoen euro voor over, onder voorwaarde dat de gemeente óf een andere kapitaalkrachtige huurder gedurende tien jaar garant staat voor de maandelijkse huur.

Kroon: ,,De club is nu zo goed als failliet. Dat is de schuld van de huidige bestuursleden. Ze zouden hun een stadionverbod moeten geven.''

Saillant detail is dat Kroon in 1996 door de nieuwe hoofdsponsor AMEV aan de kant werd gezet. Het verzekeringsbedrijf positioneerde FC Utrecht in 1996 als Challenger. De provincieclub die jarenlang degradatievoetbal speelde, moest de topclubs uitdagen. AMEV schoof twee bestuursleden uit eigen geledingen naar voren: voorzitter werd Hans Herremans, penningmeester werd Gerrit Bloemink.

Bij het ambitieuze beleid hoorde een groter stadion (van 13.500 naar 25.000 zitplaatsen). De kosten van de nieuwbouw moeten jaarlijks worden aangepast. Het paradepaardje is een luchtkasteel. Stadion Galgenwaard NV heeft een financieringstekort van zes tot acht miljoen euro bij de renovatie die nog lang niet is voltooid. Alleen de tribunes aan de lange zijden van het veld zijn klaar.

Een andere tegenvaller is het nieuwe trainingscomplex met een jeugdopleiding die nog weinig talenten voor het eerste elftal heeft voortgebracht. Technisch directeur Han Berger vraagt om geduld, maar de vraag is of hem veel tijd wordt gegund. In het Utrechts Nieuwsblad speculeerde hij deze week over een vertrek. Berger is al een paar dagen niet bereikbaar voor commentaar. Ook voorzitter Erik Jan Visser wil geen vraaggesprek voeren. FC Utrecht kiest momenteel voor de doofpot-tactiek.

De vorig najaar afgetreden voorzitter Bloemink erkent vanaf zijn vakantieadres (,,waar ik weer een beetje op adem kom'') dat hij niet opgewassen was tegen de druk van het besturen in nood. ,,De spanning en emotie zijn mij te veel geworden. Ik heb blijkbaar geen brede rug of dikke huid.''

Op de vraag of hij door de harde supporterskern wel eens bedreigd is, zegt Bloemink: ,,Er waren wel eens spannende momenten. Je moet als bestuurder rekening houden met je achterban. De emotie speelt een grotere rol dan in het bedrijfsleven. De mensen hebben idolen die ze liever niet verkocht zien'', verwijst hij indirect naar het aanblijven van Stijn Vreven, Dirk Kuyt en Pascal Bosschaart. De verkoop van deze spelers had FC Utrecht veel geld kunnen opleveren. Bloemink: ,,We hebben een afweging gemaakt.''

Bloemink was eerst penningmeester voordat hij de voorzittershamer van zijn vriend Herremans overnam. De oud-bestuurders wordt nu verweten dat zij verantwoordelijk zijn voor de financiële chaos. ,,Ik heb geen behoefte mijn straatje schoon te vegen'', zegt Bloemink. ,,Als voorzitter kun je moeilijk zeggen dat je niet verantwoordelijk bent.'' Over de oorzaak heeft de registeraccountant een bedrijfskundige verklaring. ,,De groeifase heeft zich tegen de club gekeerd. Wij accepteerden door de bouw van het stadion een verliesgevende exploitatie en voorzagen niet dat de markt zou instorten.''

Bloemink is werkzaam voor het accountantskanoor PricewaterhouseCoopers, dat volgens bronnen binnen de club tijdens zijn bestuursperiode veel opdrachten van FC Utrecht kreeg. Bloemink is zich niet bewust van belangenverstrengeling. ,,Dit hoor ik voor het eerst. Ik heb wel meer bedrijven opdrachten gegeven en allemaal in overleg met het bestuur'', zegt hij desgevraagd. Bloemink en Herremans hebben hun bestuursfunctie verruild voor een plaats in de Raad van Commissarissen van Stadion Galgenwaard NV. Bloemink sluit niet uit dat hij ,,na gezamenlijk overleg zal opstappen''.

Tot dusverre werd de balans op de groeiende begroting van FC Utrecht in stand gehouden door de verkoop van dure spelers als Harry Decheiver, Michael Mols, John de Jong en Didier Martel. Door de stagnerende economie en de stille transfermarkt werkt deze methode niet meer. Bij het opstellen van de begroting was hiermee wel rekening gehouden. ,,Een goede zakenman durft risico's te nemen'', verwoordde de nieuwe voorzitter Visser eerder het riskante beleid.

De salarissen bij FC Utrecht vormen zeventig procent van de begroting die ongeveer even groot is als het negatieve vermogen: veertien miljoen euro. Een modale voetballer als de Joegoslaaf Igor Gluscevic staat voor ruim een miljoen gulden op de loonlijst. Zijn contract wordt na dit seizoen niet verlengd. Vijf lotgenoten moeten ook naar een andere club uitkijken. FC Utrecht is volgens de officiële reacties niet van plan Dirk Kuyt en Pascal Bosschaart in de aanbieding te doen. Beide spelers staan of stonden in de belangstelling van Feyenoord. ,,FC Utrecht wordt geen handelshuis'', zei technisch directeur Berger vorige maand. ,,In een mooi stadion horen goeie spelers.''

Berger voerde niet of nauwelijks werkoverleg met Albert Jaap van Santbrink, die tot afgelopen zomer werkzaam was als directeur algemene zaken. Hij nam ontslag en zou anders zelf zijn ontslagen, zeggen bronnen binnen de club. Van Santbrink ontkent de eer aan zichzelf te hebben gehouden. Hij is zonder afscheidsreceptie vertrokken. ,,Ik was een vreemde eend in de bijt. Ik heb geen voetbalachtergrond, waardoor een afstand werd gecreëerd. Het opportunisme is groot bij een voetbalclub ''

Van Santbrink was nooit aanwezig bij de salarisbesprekingen, die eerst door Hans van Breukelen en later door diens opvolger Han Berger werden gevoerd. Van Santbrink kreeg wel de loonstrookjes onder ogen en ,,moest dan vaak een paar keer slikken''. Hij was ,,verrast en gefrustreerd'' door de hoogte van de bedragen. Berger hoefde alleen verantwoordelijkheid aan het bestuur af te leggen, niet aan het andere directielid.

,,Als ik vier skyboxen meer had verkocht, leverde dat minder op dan het salaris van één speler'', verwijst Van Santbrink naar zijn bekritiseerde beleid aangaande de business-seats. Lang niet alle VIP-plaatsen zijn bezet op de nieuwe hoofdtribune.

Het Utrechtse bedrijfsleven deinst terug voor de verplichting zich voor drie jaar te committeren en tevens certificaathouder te worden. Van dezelfde zakenlieden wordt nu verwacht dat zij miljoenen steken in de roodwitte luchtballon.