Nog geen uitsluitsel

Chef-wapeninspecteur Hans Blix presenteerde gisteren in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties geen onmiddellijke aanleiding tot oorlog. Zijn sobere rapportage over Irak maakte tegelijk duidelijk dat Bagdad nog steeds niet onvoorwaardelijk en volledig meewerkt aan ontwapening, zoals VN-resolutie 1441 eist. Die twee zaken lijken in tegenspraak met elkaar, want niet meewerken kan een casus belli zijn. Maar Blix was gematigder dan op 27 januari, toen hij Irak ervan betichtte niet behulpzaam te zijn met het verschaffen van informatie. Dat was nu anders, en daarmee was de angel voor een deel uit Blix' presentatie. De beurzen concludeerden het al toen de Zweed was uitgesproken: het aftellen tot een oorlog was uitgesteld. De koersen stegen.

Blix droeg op beleefde wijze zijn verantwoordelijkheid over aan het instituut waar die behoort te liggen: de Veiligheidsraad. De politieke argumentatie kon beginnen. Het werd een voorspelbaar vertoon van diepe verdeeldheid. De Grote Vijf in de raad, de landen met vetorecht, zijn geen millimeter nader tot elkaar gekomen, integendeel. De VS en Groot-Brittannië vinden dat Irak onvoldoende meewerkt aan ontwapening en dat de Veiligheidsraad zich ,,in de zeer nabije toekomst'' ( Colin Powell) zal moeten beraden op de `ernstige gevolgen' uit resolutie 1441. Frankrijk, China en Rusland vinden dat de wapeninspecties hun nut afwerpen, dat de inspecteurs moeten doorgaan en dat geweld voorbarig is. Frankrijk zal een geweldsresolutie niet steunen.

En zo heeft Hans Blix toch niet het verlossende woord gesproken. Naar zijn presentatie was reikhalzend door de hele wereld uitgekeken. Politici, diplomaten, zakenmensen, beursgoeroes en oliehandelaren, ja zelfs de `gewone man' in Koeweit, Keulen en Kampen – iedereen hield gisteren even de adem in. Het werd opnieuw een voorlopig oordeel en geen definitief uitsluitsel. Wat Blix aandroeg, mag de Veiligheidsraad in extenso verder beoordelen. Het is een gemengd beeld van een piepklein beetje goede wil van de kant van Irak tot de belangrijke constatering dat onduidelijk blijft wat er is gebeurd met de gifgasvoorraden; van kritiek op onderdelen van Powells presentatie vorige week tot de waarneming dat sommige Iraakse raketten een groter bereik hebben dan toegestaan; van de haast die Bagdad moet maken om de wapeninspecteurs en de wereld te laten zien dat het `1441' nakomt tot de mededeling van Blix' collega ElBaradei dat hij geen bewijzen van nucleaire wapens heeft gevonden.

Ieder kan uit de rapportage van Blix putten wat hij erin vindt. En dus zal het proces van druk opvoeren door de VS verder gaan. Druk op Irak, op de VN, op de dwarsliggers in de Veiligheidsraad, op de NAVO, op de Europese Unie en op de `wezels' in Berlijn, zoals sommigen in Washington de Duitse regering zien. Maar hoe sterk het punt van de ontwapening van Irak ook is, desnoods met geweld, het overgrote deel van de wereld wil deze oorlog niet. De publieke opinie, gisteren en vandaag door talloze vredesdemonstranten verpersoonlijkt, vindt het een heilloos avontuur. Waarom nu? Waarom Irak en niet Noord-Korea? Waarom deze explosieve regio op scherp zetten? Het zijn vragen waarop nog geen afdoende antwoord is gegeven. De legitimiteit van een militair optreden kan alleen van de VN komen. Maar eenheid over zo'n ingrijpende zaak zal er niet zijn, brede acceptatie ook niet. De twijfelaars hebben recht op hun twijfel. Niemand hoeft blind achter Washington aan te lopen.

Dat gezegd zijnde kan niet genoeg worden herhaald dat diplomatie op dit niveau alleen maar werkt bij de gratie van geloofwaardige militaire ondersteuning. Al het andere is kinderspel. Dat er überhaupt op deze manier kan worden geïnspecteerd, is aan Amerika te danken. De inspecties moeten doorgaan, de druk moet verhoogd. Er zal een tweede resolutie moeten komen, meer tijd en een uiterste tijdslimiet. En dan nog kan de dag komen dat oorlog van de slechtste oplossing moet worden opgewaardeerd tot het minst slechte alternatief dat nog voorhanden is.