Luisteren

Ze studeerden in de meeste gevallen Frans, de meisjesstudenten uit de jaren zestig. Zo herinner ik me dat althans. En ze zwijmelden bij de Franse chansons die ze ingetogen meelispelden. Ik stond daar nogal wantrouwend tegenover, want ik kon me niet voorstellen dat ze werkelijk in staat waren die teksten te verstaan. Zij studeerden dan wel Frans, maar toch, ik althans herkende niet meer dan enkele losse woorden.

Omstreeks 1970 werden voor de moderne vreemde talen luistertoetsen ontwikkeld. Dat zou ook voor het vak Nederlands moeten gebeuren, zo had iemand op het ministerie bedacht, en mij werd gevraagd te onderzoeken in hoeverre dat mogelijk was.

Als je dat ging doen, bedacht ik, diende je rekening te houden met de kwaliteit van het gehoor van de kandidaten, want die studentes Frans hadden me toch op z'n minst aan het denken gezet. Om dat te onderzoeken ontwikkelde ik een test `woorddiscriminatie' en nam die af bij enkele honderden kinderen uit de hoogste klassen van de lagere school. Daarbij kregen ze telkens een woord te horen. Vervolgens moesten zij de afbeelding aankruisen die daarmee correspondeerde. Bijvoorbeeld het woord `tak' waarna ze moesten kiezen uit de afbeeldingen van een tak, een dak en een bak. De test bevatte in totaal zo'n 70 van dergelijke items, waarbij de kinderen telkens de keuze hadden uit drie mogelijkheden die slechts in één klank van elkaar verschilden.

De resultaten waren opzienbarend, althans heel anders dan we verder met testscores gewend waren. `Gewone', gemiddelde scores kwamen helemaal niet voor. Vrijwel alle leerlingen maakten helemaal geen fouten, maar een klein deel, zo'n 4%, maakte er juist ontzettend veel. Die weinige leerlingen scoorden vrijwel allemaal beneden de raadkans: ze maakten dus meer fouten dan bij willekeurig aankruisen het geval zou zijn geweest. Toen ik die uitslagen nauwkeuriger bekeek, bleek dat veelal sprake was van systematische verschuivingen: bijvoorbeeld van stemloos naar stemhebbend, dus van p naar b, van s naar z en van t naar d.

Nu had ik die leerlingen ook enkele teksten laten horen met daarbij vragen. Wat betreft hun prestaties op dit onderdeel `auditieve tekstverklaring' onderscheidden zij zich niet van hun medeleerlingen. Wanneer ze kregen te horen dat door de storm een tak van een boom was afgebroken, leverde het woord tak geen probleem op. Dat was alleen het geval als het geïsoleerd werd aangeboden.

Vervolgens schreef ik de scholen een brief met de vraag of hen bij deze leerlingen iets was opgevallen. De reacties waren vrijwel unaniem dat deze leerlingen lastig waren in die zin dat ze slecht luisterden. Sommigen vermeldden zelfs letterlijk dat je hen altijd alles twee keer moest zeggen. Vervolgens heb ik die scholen laten weten hoe dat kwam: opdrachten als pak je boek, schrijf op, en dergelijke hebben geen context, die komen altijd uit de lucht vallen, en worden door deze leerlingen dus slecht begrepen. Dat is in sommige situaties behoorlijk lastig, zo weet ik uit eigen ervaring.

Voor het begrip van Nederlandse teksten vormt die handicap geen probleem. Met die taal ben je zo vertrouwd dat het niet erg is als je daar veel van mist. Zo is zelfs kampioen inslikken JP nog wel te volgen. Maar bij vreemde talen ligt dat, weet ik, anders

Op de meeste scholen worden, als onderdeel van de examens moderne vreemde talen, luistertoetsen afgenomen. Een klein deel van de leerlingen heeft daarbij een serieuze handicap. Om die op te sporen heb je geen Franse chansons of een omvangrijke test Woorddiscriminatie nodig. Dat kan simpelweg door met behulp van een bandje een serie losse, Nederlandse woordjes te laten horen en die te laten opschrijven.

prick@nrc.nl