Jonkies

Zowat de helft van de Nederlandse voetbalclubs is op sterven na dood, maar op het veld gloort de toekomst. De tieners komen er aan en overbluffen vriend en vijand. Tijdens de kraker Ajax-Feyenoord zette Wesley Sneijder een Noerejev-stempel op zijn spel en positie en speelde Robin van Persie zich met brille vrij uit het juk van zijn puberale humeurigheid. In Eindhoven juicht de aanhang al iets langer bij de dribbels van Arjen Robben `die razendsnel een vent is geworden'. En dan is er nog de blessuregevoelige Rafael van der Vaart die in charme, klasse en nuchterheid iedereen overtreft. Er is in het Nederlandse voetbal een generatiewissel met Europese allure aan de gang.

Deze week zag ik de vriendschappelijke wedstrijd Algerije-België. Absolute uitblinker: Feyenoords nummer 19 Thomas Buffel. De Rotterdamse schaduwspits is misschien wel de exponent van de nieuwe generatie. Arbeid en talent perfect in balans. Al even nuchter als de bieten van zijn geboortedorp Ruddervoorde. Ambitieus in zijn spel, maar niet als habitus: hij rijdt met plezier in een Volkswagen, niet eens een GTI, een break. Immer dankbaar dat hij op zijn zestiende bij de familie Zwik mocht inwonen. Mijnheer Zwik was de materiaalman van Feyenoord. Hij zorgde voor het vervoer van de jeugdspelers. Zijn vrouw kookte en deed de was. De familie Zwik smoorde de kamferreuk van Buffels heimwee in de kiem.

De jonge Belg was geroepen om de naar AC Milan vertrokken nummer 10 Jon Dahl Tomasson te doen vergeten. Er waren kandidaten zat, maar coach Bert van Marwijk koos voor hem. Vertrouwen van de trainer geeft jonge, talentvolle voetballers vleugels. Dat zie je ook bij Ajax waar Ronald Koeman met gevoel voor doodsverachting in zijn noodselectie nog net niet tot de pupillen afdaalt.

Sobere zelfkennis lijkt een kenmerk te worden van de aantredende generatie. Van der Vaart zul je niet, zoals Kluivert op MTV, zien verschijnen als een Christus met zonnebril in Michael Jackson-pak. Hij werkt liever aan zijn traptechniek. Na een serie voortreffelijke wedstrijden hoorde ik Thomas Buffel zeggen: ,,Ik moet nog veel leren. Mijn vrije trap is niet sterk ontwikkeld en een magische kopper zal ik nooit worden.''

Toen de heren Seedorf, Davids en Reiziger hun opwachting maakten in het eerste elftal van Ajax hoorde je ze alleen maar in staat van zelfontploffende vreugde: heb je wel gezien hoe goed ik ben? De vrije trap van Reiziger stelt nog steeds niets voor en Davids kun je bezwaarlijk een magische kopper noemen. Maar de manco's mochten en mogen niet benoemd worden. Buffel, Van der Vaart en Sneijder zijn minder kleinzerig. Hun kritische ingesteldheid getuigt van volwassenheid. Ze zoeken de opsmuk niet waarmee hun voorgangers zichzelf bedachten.

Ik heb Van der Vaart nog nooit horen roepen dat hij een basisplaats verdient in het Nederlands elftal. Terwijl hij die al heel lang verdient, als hij blessurevrij is. Ook Thomas Buffel prees zich gelukkig en vereerd dat de Belgische bondscoach hem van bij de aftrap in de basis had gedropt. Hun voetbalgeluk lijkt nog een privilege.

Je weet het natuurlijk nooit, maar jongens als Van der Vaart, Sneijder en Buffel zullen zich niet zo gauw laten verschalken door de valkuil van grootspraak en cynisme. Tenminste niet zolang ze door de clubs op hun waarde worden geschat. Bij Ajax zie je na de relatieve successen van de afgelopen jaren alweer iets van dédain groeien. Niet bij de spelers en de coach, maar bij het bestuur. Arie van Eijden komt soms met bazige teksten die dateren uit de vorige eeuw. Van der Vaart mag dan niet het lef van het Leidseplein hebben, een koorknaap is hij ook niet. En hij heeft natuurlijk wel een vader en een makelaar.

Langzaam maar zeker komen de stilisten weer aan de macht in het Nederlandse voetbal. Ik ben benieuwd of de beleidsmakers de kunst zullen verstaan om ze nog een aantal jaren op eigen bodem te laten gloriëren. Dat hebben de trouwe voetbalfans wel verdiend. De magere jaren hebben lang genoeg geduurd. Na het interregnum van potigheid en impotentie is het weer tijd voor zang en dans. In de Kuip, in de Arena, in Eindhoven, maar ook als het Nederlands elftal speelt. De povere pot tegen Argentinië bewijst dat met name Oranje nog wat bijgeschoold kan worden in esthetiek en gratie. Of moeten we wachten op Ronald Koeman of Bert van Marwijk?