JAPAN

Japan is een van de grootste voorstanders van kernenergie. Omdat er geen uitlaatgassen vrijkomen, werpt Japan kernenergie zelfs in de strijd als het beste middel om het broeikaseffect aan te pakken. Kernenergie is eigenlijk zeer milieuvriendelijk, is het motto.

De oorsprong van Japans enthousiasme voor kernenergie ligt in lessen uit het verleden. Het land is energiearm en twee keer in deze Achilleshiel getroffen. Niet alleen tijdens de oliecrises van de jaren zeventig, maar ook aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog toen de geallieerden de olietoevoer afsloten. Het overtuigde Japan nog eens van de noodzaak de strijd met de geallieerden aan te gaan.

Japan wil zich dus onafhankelijk maken van buitenlandse olieleveranties. Het resultaat is 52 werkende kerncentrales, plus nog eens tien stuks gepland of in aanbouw. Kerncentrales voorzien in een derde van de elektriciteitsbehoefte. De in Europa zichtbare trend om van kernenergie af te stappen is in Japan onbekend. Het land werkt nog steeds aan snelle kweekreactoren momenteel nog slechts in een experimenteel stadium die meer plutonium kunnen produceren dan ze als brandstof verbruiken.

Maar de laatste jaren komt kernenergie vooral in het nieuws wegens ongelukken. De experimentele snelle kweekreactor Monju lekte in 1995 grote hoeveelheden natrium. Omwonenden willen nu dat de installatie sluit. De Tokiose elektriciteitsmaatschappij heeft jarenlang onzorgvuldig gerapporteerd over haar installaties en moet nu een hele reeks tegelijk sluiten voor extra controles. Het ergste ongeluk had in 1999 plaats in een uraniumverwerkende fabriek in het dorpje Tokai. Daar werd voor het gemak, maar geheel illegaal, vloeibaar uranium met emmers in vaten gegoten. Onzorgvuldigheid leidde op een dag tot een spontane kernreactie in een vat. Twee werknemers overleden. Later bleek er een illegale handleiding te zijn waarin de `emmermethode' werd beschreven, wellicht om kosten te besparen. Het incident toonde een schrikbarende incompetentie. Er heerste in Japan een `mythe van veiligheid' rond kernenergie. Een reeks ongelukken heeft de werkelijkheid getoond, maar nog niet geleid tot een ander oordeel over kernenergie in overheidskringen.

In buurland Zuid-Korea is exact dezelfde trend waarneembaar, uitgezonderd de snelle kweekreactoren. Veertien kerncentrales zorgen in Korea zelfs voor 40 procent van de elektriciteitsproductie. In geen van beide landen hebben milieuactivisten enige verandering kunnen brengen in de focus op kernenergie in het energiebeleid. Als dit overigens al zou gebeuren, dan eerder in Zuid-Korea dat een actievere civil society en dus ook een veel actievere milieubeweging kent dan Japan.