`In Irak is de grond goud, goud, goud'

Uit Irak gesmokkelde olie verandert voor Turkse vrachtwagenchauffeurs bij het overgaan van de grens in het spreekwoordelijke zwarte goud. Maar de weg naar rijkdom is geplaveid met hindernissen. Want iedereen ziet goud.

`Zeki' is doodmoe na een lange reis uit het Iraakse Mosul. Maar als het over olie gaat wordt de Turkse vrachtwagenchauffeur ondanks zijn vermoeidheid ineens weer enthousiast. Resoluut schuift hij zijn eten opzij in het restaurant in de Turkse grensstad Nusaybin. ,,In Irak is de grond goud'', zegt hij met zijn vinger in de lucht. ,,Goud, goud, goud.''

Zeki is niet zijn echte naam – alle betrokkenen in dit artikel spraken op voorwaarde van anonimiteit. Maar Zeki en zijn collega-vrachtwagenchauffeurs willen wel graag uitleggen hoe winstgevend de olietransporten uit Irak naar Turkije zijn. De preciese cijfers weten ze ook niet, maar een ding staat vast: er wordt grof geld aan verdiend. ,,Kijk'', zegt Zeki. ,,In Irak is olie spotgoedkoop. Je kunt een tankauto vullen voor zo'n vijfhonderd dollar (461 euro).'' Diezelfde olie kun je, schatten Zeki en zijn collega's, in Turkije verkopen voor zo'n 6.000 dollar . ,,En dat is per auto per transport'', zegt Zeki, ,,en we gaan gemiddeld twee keer per maand.''

Natuurlijk zijn er haken en ogen aan de rekensom. Volgens de Verenigde Naties is de oliesmokkel immers illegaal en iedereen die er bij betrokken is zou daarom in theorie juridisch vervolgd kunnen worden. Maar dat gebeurt vooralsnog niet en inmiddels heeft het zwarte goud uit Irak arme sloebers getransformeerd tot geldmagnaten. ,,Ik ken mensen in Bagdad'', zei een Koerd uit Erbil enkele maanden geleden, ,,die een paar jaar geleden nog geen tien dollar op zak hadden. Nu zijn het miljonairs. In dollars wel te verstaan.''

In de schemerwereld van de oliesmokkel is het onduidelijk hoe de geldstromen precies lopen. De chauffeurs krijgen per transport zo'n 400 miljoen Turkse lire (zo'n 235 euro). Voor Turkse begrippen een leuk salaris, maar vanuit het oogpunt van de smokkel natuurlijk een fooi. Omdat in Irak eigenlijk niets zonder toestemming van Saddam kan gebeuren, is iedereen het er eigenlijk wel over eens dat de Iraakse president en zijn familie flink van de handel profiteren. Maar ook in Turkije wordt er goed verdiend. ,,Ik werk voor een bedrijf hier”, zegt Zeki eerst, om vervolgens te onderstrepen dat zijn ,,bedrijf'' zaken doet ,,in opdracht van'' de Turkse regering. Maar wie of wat het bedrijf is, blijft onduidelijk.

Maar ook de Koerdische bestuursautonomie in Noord-Irak verdient flink aan de smokkel. ,,Je moet in Koerdistan diesel kopen ook al heb je het helemaal niet nodig'', vertelt een collega van Zeki. ,,En ze geven allerlei boetes. In totaal verdienen ze, denk ik, per truck per keer zo'n 250 dollar.'' Per dag gaan ongeveer vijfhonderd trucks de grens over om olie in Irak te halen. Die betalen ook nog eens aan de Koerdische `douane'. En dat is dan alleen de geldstroom die iedereen ziet: ook Zeki en zijn collega's zijn er overtuigd dat er nog andere afspraken achter de schermen zijn tussen, bijvoorbeeld, Saddam en de Koerdische leider Barzani, ook al zijn beiden in het openbaar gezworen vijanden.

Maar ondanks alle geldstromen lijkt het olietij langzaam te keren. ,,De business wordt steeds moeilijker'', zucht Zeki in Nusaybin. ,,Er zijn steeds meer problemen, problemen, problemen.'' Misschien dat Saddam daarvan nog de minste maakt. ,,Van de Irakezen heb je alleen last als ze begerig worden'', vertelt een collega van Zeki. ,,Af en toe wil Saddam zijn wagenpark vernieuwen. Dan zeggen de Irakezen tegen de chauffeurs dat ze stiekem meer olie in hun tankauto moeten pompen. Maar als de chauffeurs dan vertrokken zijn, bellen ze direct met de Iraakse douane: die houdt de chauffeur tegen en neemt zijn truck in beslag.'' Een collega knikt: hij heeft in Irak net veertig dollar betaald voor diesel die daar officieel niet meer dan vier dollar kost.

Maar dat is niets vergeleken met wat de Turken doen. Nu het einde van Saddam steeds dichterbij lijkt te komen, vrezen de Turkse autoriteiten steeds meer dat de Koerden in Noord-Irak een eigen staat willen uitroepen. Officieel willen de Koerden een federatie in Irak na Saddam maar tot woede van Turkije hebben ze zich in hun planning voor een toekomstig Irak de oliesteden Kirkuk en Mosul toegeëigend. Oorlogszuchtige taal van Barzani (`Wij worden vuur onder de voeten van de Turken', zei hij enkele maanden geleden toen hem werd gevraagd om een reactie op een mogelijke Turkse bezetting van Noord-Irak) maakte de zaken er niet beter op. En dus voelt Turkije de noodzaak om aan de Koerden duidelijk te maken wie uiteindelijk de baas is in de regio. Stilleggen van de voor Barzani uiterst winstgevende oliehandel is een goed signaal. ,,Ik ben kapot'', zegt Zeki. ,,Per dag mogen vijfhonderd lege vrachtauto's vanuit Turkije naar Irak, maar Turkije laat maar 250 volle trucks weer binnen.'' Het resultaat is dat bij de grenspost Habur aan de Koerdische kant inmiddels rijen ontstaan van duizenden vrachtauto's. ,,Dagen heb ik staan wachten'', zegt Zeki.

En zo is het uiteindelijk de politiek die de handel in de wielen rijdt. ,,Je weet van te voren nooit wat er gebeurt'', zegt een collega van Zeki. ,,Saddam, Barzani, Turkije – ze kunnen de zaak allemaal platleggen'', En dus beginnen steeds meer chauffeurs te hopen dat de zaken politiek in beweging komen zodat hun leven in ieder geval wat gemakkelijker wordt. Volgens opiniepeilingen is 90 procent van de Turkse bevolking tegen een oorlog met Irak, maar in de grensstad Nusaybin hopen velen dat Saddams einde nabij is. ,,Dan wordt alles weer als voor de Golfoorlog'', zegt een inwoner. ,,Geen sancties, geen politiek gedoe, gewoon een grens waar je over kunt wanneer je wilt.''