Iedereen zoekt een willig oor

Na lange tijd als arts en psychiater in derdewereldlanden te hebben gewerkt, richtte Joop de Jong `Peace of Mind' op. Deze organisatie richt zich op traumabestrijding in de Derde Wereld bij mensen die gemoord hebben, verkracht zijn of die anderszins schade hebben opgelopen in oorlogen. `Waar ik cynisch van word, is het oeverloze gezeur in Nederland over de zorg en de veiligheid.'

De wereld is zijn werkterrein. Zijn clientèle bestaat uit zo'n zes miljoen getraumatiseerde vluchtelingen in vijftien landen en, om scherp te blijven, ook altijd uit één of twee `grachtengordelfiguren'. De oorlogsgebieden in Cambodja, Kosovo en Mozambique zijn hem even vertrouwd als zijn spreekkamer in Amsterdam-Zuid. Joop de Jong (54) is hoogleraar geestelijke gezondheidszorg en cultuur aan de Vrije Universiteit. Hij is oprichter en directeur van de Transcultural Psychosocial Organisation (TPO), ook wel Peace of Mind geheten. Het doel van de TPO is traumabestrijding in oorlogsgebieden in derdewereldlanden. Een schijnbaar onmogelijke missie die in gang werd gezet door één simpele vraag.

,,Als adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie was ik in 1990 bij een bijeenkomst van alle ministers van Volksgezondheid. Op een en dezelfde dag werd ik benaderd door ministers van Zuid-Afrika, Malawi en Namibië met het verzoek om in het desbetreffende land een programma op te zetten voor getraumatiseerde vluchtelingen. Ik beloofde er over na te denken, maar ik kwam er niet uit. Een jaar later, bij een volgende bijeenkomst, kwamen diezelfde drie mensen met dezelfde vraag bij me terug. Dat vond ik een teken aan de wand. Andy Warhol heeft eens gezegd: `Soms bepalen een paar minuten de rest van je leven.' Bij mij waren dat die minuten.''

Tot die tijd had De Jong gewerkt als arts en psychiater in Bangladesh, Senegal,Guinee-Bissau en Angola. Na die tijd wijdde hij zich aan het opzetten van psycho-sociale hulpverlening en geestelijke gezondheidszorg in oorlogsgebieden in de Derde Wereld. ,,Het zat wel goed met onze kennis van trauma's bij westerse groepen, of het nu Vietnamveteranen of slachtoffers van een bankoverval betrof'', zegt De Jong. ,,Maar van trauma's in de Derde Wereld wisten we nagenoeg niks. Er bestaat ook onwil bij organisaties om geld voor onderzoek en programma's te geven. `Tussen de oren' verkoopt niet. Als je geen kindertjes met uitpuilende ribben laat zien, kun je het vergeten, aldus fondsenwervers.

,,Ik ben gaan nadenken over de aanpak van ontwrichte samenlevingen zonder in de val te lopen van een westerse psychotherapeutische aanpak. Het is een illusie te denken dat je, in een situatie waar een collectief trauma heerst en sociale netwerken zijn ontwricht, met een individuele aanpak iets zou kunnen bereiken. De meeste Afrikaanse landen beschikken over twee tot tien psychiaters en psychologen voor zo'n drie tot tachtig miljoen mensen. Die hulpverleners zitten bovendien meestal in de hoofdstad en weten weinig tot niets van traumatologie. We zijn begonnen met het formeren van groepen van lokale deskundigen. We zochten plaatselijke community leaders en sleutelinformanten op, en ontwikkelden op basis van hun ervaring onderwijsmateriaal om mensen te trainen in kennis van traumata en het verlenen van hulp. Het is vaak onvoorstelbaar wat lokale mensen kunnen bereiken. Zo kwam in Oeganda de leider van een rebellengroep die zich had overgegeven bij een vrouw die door ons was opgeleid. Hij zei: `Ik ben hartstikke gek en heb behandeling nodig. Maar mijn negentien collega's zijn nog veel gekker. Allemaal aan de drank en een paar hebben hun eigen hut in brand gestoken.' Die mensen hadden verkrachting, moord en doodslag op hun geweten en leden daaronder. Die vrouw heeft ze bij elkaar gezet en laten praten over alles wat ze fout hadden gedaan. Een aantal heeft de slachtoffers excuses aangeboden en afspraken gemaakt over materiële vergoeding. Ze voerden rituelen uit om te voorkomen dat de verkrachte vrouwen zouden worden uitgestoten of dat hun huwelijkscontract zou worden verbroken. Vervolgens hebben ze hun activiteiten van voor de oorlog weer opgepakt. Zij waren vissers, boeren of ze stookten alcohol. Inmiddels hebben drie van hen zich gemeld voor een opleiding tot counselor. Een doorgewinterde westerse hulpverlener zou zich wel vier keer op zijn hoofd krabben voor hij zo'n groep aanpakte.

,,Daarnaast hebben we in landen als Soedan, Burundi en Oeganda, waar we hoge zelfmoordcijfers vonden, crisisinterventieteams opgericht. Die teams gaan naar de mensen toe en proberen het probleem in familieverband op te lossen. Getraumatiseerde vluchtelingen kunnen gewelddadig gedrag vertonen of aan de drank gaan, maar vaak ook worden ze ernstig depressief. In hun eigen taal bestaat meestal geen woord voor depressie, maar we leggen ze uit dat de nachtmerries of flasbacks die ze hebben normale reacties op een trauma zijn. Daarmee nemen we de angst weg dat ze volslagen gek en eenzaam zullen eindigen in een hutje in het bos.''

Ziet u ook mensen die zo lamgeslagen zijn dat behandeling niet meer mogelijk is?

,,In Thaise vluchtelingenkampen zaten moeders die tien kinderen hadden verloren. Het is niet vreemd dat die dicht tegen suïcide aanzitten. We hebben niet de pretentie dat we alle mensen van hun trauma's afhelpen, maar de meeste kunnen na een aantal gesprekken weer verder. De behoefte om te praten over een traumatische gebeurtenis is universeel. Zoals erover zwijgen schadelijk is. Het is een mythe dat niet-westerse culturen daar geen behoefte aan zouden hebben. Na de Tweede Wereldoorlog wist men hier niet wat men aanmoest met de mensen die terugkwamen uit de kampen. Men spaarde elkaar, zweeg collectief en je ziet nu dat die trauma's doorwerken in de tweede en derde generatie. Het vinden van een willig oor kan voor mensen een enorme bevrijding zijn. Niet alleen in onze samenleving.''

Cambodja staat bekend als een zwijgcultuur. Betekent dit dat traumaverwerking daar moeizamer verloopt?

,,Dat Cambodja een autoritaire cultuur is waarin men zich moeilijker uitspreekt tegenover elkaar bemoeilijkt inderdaad de traumaverwerking. Daarnaast speelt de duur van oorlog en dictatuur een rol. Eerst Lon Nol, toen Pol Pot, daarna de Vietnamese bezetting. Die samenleving is gedrenkt in wantrouwen. Woorden als steun of solidariteit zijn vanuit ideologisch perspectief ofwel door de Rode Khmer ofwel tijdens de Vietnamese bezetting misbruikt. Het kost tijd om mensen zover te krijgen dat ze met elkaar in gesprek gaan, maar als dat eenmaal gebeurt, blijkt er een enorme behoefte aan te zijn.''

Inmiddels zijn er wereldwijd miljoenen kinderen betrokken bij oorlogsvoering. Wat zullen daar de gevolgen van zijn?

,,Het fenomeen is niet nieuw. De kinderkruistochten draaiden al op kindsoldaten. De christenen hebben de jihad naar de islam gebracht, niet andersom. Het idee achter het inzetten van kinderen in een oorlog is dat ze makkelijker te beïnvloeden zijn. Ze hebben nog niet zulke uitgekristalliseerde gewetensfuncties. In Cambodja kregen jongens van een jaar of twaalf de zeggenschap over een groepje jongere kinderen die op het land moesten werken. Wanneer een van die kinderen niet deed wat hem was opgedragen, werd die jongen van twaalf vermoord. Zo manipuleerden ze dat leidertje in een prisoners' dilemma. Hetzelfde deed het Renamo, het rebellenleger in Mozambique. De rebellen ontvoerden complete scholen en dwongen de kinderen vaak hun eigen familie te vermoorden. Deden ze dat niet, dan vonden ze zelf de dood.

,,Die tragiek blijft heel lang voelbaar. Het zijn kinderen die moeilijk een binding aangaan, geen voorbeeld hebben gehad en het problematisch vinden zelf ouder te zijn. Je ziet diepgaande persoonlijkheidsveranderingen. Een aantal zal blijvend ontsporen. Het is belangrijk dat de lokale cultuur antwoord geeft in de vorm van verzoeningsrituelen. Genezers die de band met de voorouders herstellen door middel van het plengen van water, het offeren van een dier, en door voorouderlijke geesten aan te roepen. Daarna kan zo'n jongen weer worden opgenomen in de gemeenschap en in de cyclus van reïncarnatie. Dat lijkt veel gevraagd, maar Afrikanen hebben – al zullen sommigen dat betwisten – een talent voor vergeving.''

Hebben de mensen in de Derde Wereld ook een talent voor traumaverwerking? U zei net: `De meesten kunnen na een paar gesprekken weer verder.' Hier hebben mensen soms een heel leven nodig om af te komen van een relatief klein trauma.

,,Naarmate je langer gevrijwaard bent van traumata, is de invloed ervan groter. Studies laten zien dat in de landen waar wij werken mensen gemiddeld zo'n tien traumatische ervaringen hebben meegemaakt. Gebeurtenissen waarvan wij stuk voor stuk jaren van de kaart zouden zijn. Ze zijn hun bezittingen en hun land kwijtgeraakt, zagen kinderen sterven, waren getuige van moord, doorstonden honger en marteling. Dat is enorm beschadigend, maar minder dan je zou verwachten op grond van onze westerse ervaring. In een gemiddelde Europese samenleving heeft zo'n vijf tot zeven procent last van een posttraumatische stresstoornis als gevolg van een auto-ongeluk, overval of verkrachting, Wij hebben in Ethiopië onderzoek gedaan onder vluchtelingen en daar heeft 14 procent een posttraumatische stressstoornis. Dat is verhoudingsgewijs weinig als je bedenkt dat die mensen na een zwerftocht door de Danakil Depression, het guurste gebied ter wereld, nu leven in kampen, per persoon een vierkante meter karton hebben om op te wonen en met 8.000 mensen een kraan moeten delen. Daar blijkt een enorme veerkracht uit.''

Zijn er situaties waarin een westerse arts niets kan uitrichten, omdat het cultuurverschil onoverbrugbaar groot is?

,,Het grootste probleem is het werken met verkrachte vrouwen uit landen als Bhutan, Sri Lanka of Tibet. Verkrachting is daar vrijwel onbespreekbaar. Wij gaven een training in Nepal en een van de deelnemende vrouwen zei: `Verkrachting doet ons helemaal niks. Alleen degenen die getraind zijn door westerse feministische trainers hebben er last van.' Het probleem werd weggerationaliseerd. Of de vrouwen zagen het als predestinatie, hun persoonlijk karma, dat dit hun was overkomen. Dan staan we met lege handen. In andere landen blijkt dat de lokale cultuur rituelen in huis heeft om verkrachte vrouwen te reinigen van wat hun is overkomen. Zo bestaat in Noord-Oeganda een ritueel waarbij de vrouw voor het oog van de gemeenschap over eierschalen haar hut binnen moet lopen. Daarna is ze gereinigd. Bij een ander ritueel wordt een stuk geitendarm afgeknipt en schoongespoeld. Dader en slachtoffer beginnen ieder aan een kant van de darm te kauwen, eten naar elkaar toe en vervolgens wordt de darm in het midden doorgesneden. Daarna wordt er gesproken over schadevergoeding door de familie van de dader. Een verzoeningsritueel. En het werkt.''

Moet een westerse arts in zo'n situatie als die van de verkrachte vrouwen in Cambodja wel een ander bewustzijn op gang willen brengen?

,,Als, zoals in dit geval, de vrouwen het niet zien als een probleem, trekken we ons terug. Dan gaan we er ook geen probleem van maken. De noden en vragen die mensen bij ons neerleggen, vormen de belangrijkste invalshoek van onze programma's. Het gaat in eerste instantie om hun ervaring en beleving. Maar daarnaast maken we ook gebruik van epidemiologisch wetenschappelijk onderzoek om te kijken wat er objectief aan psychiatrische problemen heerst. Het is ook een gegeven dat niet iedere cultuur op ieder moment de mogelijkheden in huis heeft om met trauma's om te gaan.''

In hoeverre is westerse hulp onmisbaar voor de Derde Wereld?

,,Landen in de Derde Wereld wenden zich zelf tot ons met de vraag om hulp, omdat ze er niet uitkomen. Omdat ze de ervaring en menskracht missen. Daarom gaan we op hun verzoek in en proberen we ter plekke die expertise te vergroten. We hebben inmiddels meer dan tienduizenden mensen opgeleid.''

U werkt als psychiater ook in Nederland met vluchtelingen en migranten. Wat ziet u als het grootste manco bij collega-artsen en psychiaters ten aanzien van deze groep?

,,De angst voor het vreemde. Met name in de geestelijke gezondheidszorg vinden hulpverleners dat de manier waarop ze hun vak hebben leren beoefenen, niet strookt met het wereldbeeld van migranten of vluchtelingen. Ze gebruiken dat als argument om hen niet te behandelen. Zo vragen ze zich af hoe ze psychotherapie moeten bedrijven met iemand die in Allah gelooft, terwijl ze die vraag bij een orthodoxe christen niet stellen. Of er wordt gezegd dat het onmogelijk is om psychotherapie te bedrijven met mensen uit andere culturen, omdat die de oorzaak van hun lijden buiten zichzelf zoeken en niet in staat zijn om te reflecteren op hun eigen cognities en emoties. Maar een goed opgeleide hulpverlener moet in staat zijn daar doorheen te prikken. Twintig jaar geleden hebben we de discussie gevoerd over de vraag of psychotherapie geschikt was voor de arbeidersklasse. Inmiddels hebben we de methodieken aangepast aan de verschillende sociaal-economische lagen van onze samenleving en vinden we dat die arbeidersklasse heel goed in staat is om therapie te ondergaan. Maar dat ook vluchtelingen daartoe in staat zijn, wordt nog betwijfeld.''

Misschien voelen collega's zich ook niet geroepen, omdat het behandelen van migranten minder status heeft?

,,Iedereen in ons vak weet dat het 't gemakkelijkst is om de elite te behandelen. Die is hooggemotiveerd, snel van inzicht en vaak bereid tot verandering. Het is wonderlijk dat het makkelijkste werk de hoogste status heeft, maar zo is het altijd geweest. Ik heb zelf, naast migranten en vluchtelingen, meestal een of twee grachtengordelfiguren in behandeling. Het contrast vind ik interessant. Het houdt me scherp voor cultuurverschillen.''

Wat doet u, als er een migrant op uw spreekuur komt die de oorzaken van zijn klacht buiten zichzelf legt?

,,Ik ga in eerste instantie mee in die vaak magisch-religieuze verklaringen en kom via een omweg dan ook wel uit bij de persoon zelf. Ik zie daar geen fundamentele dichotomie in. Zo kwam er een Surinamer bij me op het spreekuur die een alcoholprobleem had, maar die de oorzaak bij winti legde. Die man onderging vervolgens een genezingsritueel in het bos, waarbij hij zes weken geen peper mocht eten, geen seksueel contact mocht hebben en niet mocht drinken. Hij ontdekte dat het laatste hem zwaar viel en dat alcoholmisbruik misschien toch de kern was van zijn probleem. Op zo'n moment kun je het gesprek beginnen over de wortels van dat misbruik.''

U heeft gezegd: er is van alles mis met de opvang van migranten en vluchtelingen in Nederland. Wat?

,,Tot voor kort was immigratie in Nederland een beheersingsprobleem dat op het bordje van Justitie lag. Ik was blij dat de nieuwe regering een minister voor Vreemdelingenzaken heeft aangesteld. Ik hoopte dat hij in staat zou zijn de betrokken organisaties om de tafel te krijgen om de kwaliteit van het beleid te verbeteren. Alleen, toen ik las over de voorgenomen maatregelen, (een korting van 90 procent op het budget), kreeg ik grote twijfels. Ik vind het absurd en inhumaan. Er moet veel meer een gezamenlijk beleid worden uitgezet, ook door hulporganisaties. Ik vind het niet erg als we kleinere groepen toelaten, maar doe het met die groepen dan ook goed. Screen ze snel, beoordeel ze op hun capaciteiten, geef ze een beroepstraining die hen helpt om in te burgeren als ze daarvoor in aanmerking komen. Of die hen helpt om uit te burgeren, als het conflict in het land van herkomst voorbij is. Nu bekorten we weliswaar de tijd van de asielprocedure, maar dat betekent ook dat er meer mensen in de illegaliteit komen. Ik vind dat een onverstandige politiek. We laten een aantal asielzoekers de samenleving instromen, die we vervolgens uitsluiten van voorzieningen en die we de Verelendung insturen. Verder is de tijd die mensen in een asielprocedure zitten net zo traumatiserend als wat hun in het verleden is overkomen. Een promovendus van mij doet onderzoek naar Iraakse asielzoekers in Drenthe. Uit de eerste resultaten blijkt dat mensen die hier al twee jaar wachten op de behandeling van hun aanvraag twee keer zoveel problemen hebben als op het moment dat ze hier aankwamen. Ze raken alleen maar meer in de versukkeling. Ik heb soms het gevoel dat Nederland grootse gebaren wil maken die het niet kan waarmaken. Zoals destijds tijdens de Kosovo-oorlog. We haalden, in navolging van de Engelsen, een paar duizend mensen uit de Balkan, maar we hadden hier geen tolken beschikbaar om een gesprek te voeren. Daar hebben we weinig van geleerd. Alle fouten die er te maken zijn, maken wij. We houden mensen afhankelijk, ontnemen ze hun trots. We brengen de gezinnen onvoldoende bij elkaar, zetten soms daders en slachtoffers in dezelfde ruimte, leren ze geen vak. Ik vind dat een inhumaan beleid.''

Demissionair minister Nawijn is van de harde aanpak.

,,Een harde aanpak alleen heeft geen zin. De mensen die de selectieprocedures verrichten moeten beter worden toegerust en opgeleid. Nu wordt te weinig rekening gehouden met het feit dat veel vluchtelingen getraumatiseerd zijn. Men let op de consistentie van het verhaal en wanneer iemand zijn verhaal niet vlekkeloos kan repliceren, krijgt hij het stempel van simulant. Maar trauma's gaan vaak gepaard met geheugenstoornissen, waardoor het onmogelijk wordt een consistent verhaal te vertellen. Ik durf te stellen dat degenen die het meest in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning de grootste kans op afwijzing lopen. Ik had in mijn praktijk een vrouw uit Pakistan. Zij komt uit een geslacht dat verwant is aan de profeet Mohammed, wat betekende dat ze in de familie moest trouwen. Zij heeft zich aan die verplichting onttrokken en is met een Afghaanse man in het huwelijk getreden. Dat gaf grote problemen en ze zijn naar Nederland gevlucht. Op een gegeven moment kreeg ze zo'n heimwee naar haar kinderen, die ze noodgedwongen had achtergelaten, dat ze is teruggegaan om hen te halen. De familie dwong haar alsnog met een familielid te trouwen. Ze slaagde erin opnieuw te vluchten – nu met haar kinderen – en stuitte aan de grens op de absurditeit van ons beleid: ze mocht Nederland niet meer in, want uit het feit dat ze was teruggegaan, kon worden geconcludeerd dat het voor haar veilig was in Pakistan. Dat is zo'n archetypisch verhaal.''

Hoe beleeft u het huidige politieke klimaat waarin de wij-zij-verhoudingen weer op scherp worden gezet?

,,Wat ik het ingewikkelde vind aan die discussie is dat je immigranten een Nederlandse identiteit probeert af te dwingen. Natuurlijk mag je eisen dat ze een aantal basisprincipes van deze samenleving onderschrijven, dat ze de taal spreken, maar ik vind het niet reëel om te vragen, zoals het CDA doet, dat ze zich aanpassen aan de autochtone identiteit. Wat is die identiteit? Staphorst of de Randstad, Privé of de NRC, Duitse schlagers of het Concertgebouw? Bovendien kun je identiteit niet afdwingen. Die groeit op basis van wederkerigheid, respect en vertrouwen. Het is gratuit om nu migranten van alles de schuld te geven, terwijl we dertig jaar geleden zelf de keus hebben gemaakt een grote groep onopgeleide mensen hierheen te halen, zonder dat we daarop als gastland ingespeeld waren. Een merkwaardige historische blinde vlek.''

Wat hebben de vele ervaringen met oorlogsleed met u persoonlijk gedaan?

,,Ik ben een pathologisch optimist, maar die ervaringen hebben wel sediment op mijn ziel achtergelaten. Gestapeld verdriet. Ik heb in oorlogsomstandigheden gewerkt waar je mensen als ratten ziet doodgaan. Dat laat zijn sporen na. Dat sediment wordt makkelijk beroerd door nieuwe gebeurtenissen. Die werpen de droesem weer op en maken de laag dikker. Ik vind een uitlaatklep in sporten, dansen, mediteren of in het drinken van een stevige borrel. Vergeten is ook een functionele manier van afweer. Maar van sommige gebeurtenissen kan ik moeiteloos het beeld en de daarbij behorende angst oproepen.

,,Zo hadden we in Kenia een landgoed van de Benedictijnen gehuurd om vandaaruit trainingen te geven. 's Nachts zijn we door vijfentwintig man met hakmessen overvallen. Ik heb met negentien van die jongens achter me aan een half uur door het bos gerend. Omdat ik een redelijke jogger ben, heb ik het overleefd. Maar ik was zo bang, dat ik mijn tong in mijn mond niet kon bewegen.''

Hebben uw ervaringen u cynischer gemaakt?

,,Nee, al ben ik behoedzamer geworden in het aangaan van bindingen. Ik weet hoe makkelijk je mensen kunt verliezen. Waar ik wel cynisch van word is het oeverloze gezeur in Nederland over de zorg en de veiligheid, terwijl geen land in de wereld zo perfect georganiseerd is als dit land. We gedragen ons soms als verwende kinderen.''

    • Colet van de Ven