Hof legt justitie in Clickfonds over de knie

Het Amsterdamse gerechtshof deed gisteren een baanbrekende uitspraak in de Clickfondszaak. Niet alleen het openbaar ministerie, ook de rechtbank kreeg een tik op de vingers van het hof.

Historische dagen, afgelopen donderdag en vrijdag, in de langlopende Clickfondszaak, het grote beursfraude-onderzoek van het openbaar ministerie (OM). Donderdagmiddag hield justitie haar laatste requisitoir voor de rechtbank, tegen hoofdverdachte Adri Strating. En gisterochtend velde de hogere rechter, het Amsterdamse gerechtshof, een oordeel over de preliminaire verweren in een aantal zaken die ondertussen al in hoger beroep dienen.

De twee samenvallende gebeurtenissen gaan als markant de geschiedenisboeken in. Voor de rechtbank presenteerde officier van justitie Tonino, ter gelegenheid van het laatste requisitoir, een soort `evaluatierede' van het Clickfonds, dat hij ,,een unieke plaats in de strafrechtelijke geschiedenis van Nederland'' toebedeelde. Weliswaar waren er onzorgvuldigheden geweest, maar uiteindelijk was de balans volgens hem positief. Clickfonds bracht fiscale- en strafrechtelijke resultaten, nieuwe jurisprudentie en zette ,,de hakken in de flanken van het financiële toezicht'', aldus Tonino. Daarin had de officier gelijk: Clickfonds heeft zeker winstpunten voor het OM opgeleverd. Maar voor een totaal overzicht waren zijn mededelingen nog wat voorbarig. Dat bleek amper 24 uur later, toen het gerechtshof het OM ongenadig over de knie legde, de rechtbank corrigeerde en een arrest wees dat nog wel eens gevolgen kan hebben voor de totale balans van Operatie Clickfonds.

De beursfraudezaak startte in 1997 en schokte de financiële wereld toen commissionairs van naam en faam werden opgepakt en het OM in een persbericht sprak van ,,omvangrijke witwaspraktijken en beursfraude.'' Toen de rookwolken waren opgetrokken, bleek de zaak zich vooral te centreren rond een stelsel van coderekeningen waarmee, met hulp van effectenhuizen, via Zwitserland de fiscus werd ontdoken. Van uitgebreide beursfraude, misbruik van voorkennis of het witwassen van criminele gelden bleef nauwelijks iets over. Wel stuitte het OM, overigens bij toeval, nog op een fraudecomplex rond effectenhandelaar Eddy Swaab. Justitie haalde in die tak van het Clickfonds diverse veroordelingen binnen, die overigens ook dezer weken in beroep bij het hof dienen.

Hoe dan ook: de afgelopen donderdag door Tonino aangehaalde Clickfondsverworvenheden zijn niet weg te poetsen. Maar ze worden overschaduwd door een onzorgvuldig optreden van justitie in het vooronderzoek. Twee keer kreeg het OM daarvoor al een niet ontvankelijkheid voor de kiezen: bij het proces tegen de voormalige directie van het effectenkantoor Leemhuis en Van Loon, waaronder hoofdverdachte Han Vermeulen. En bij de zaak tegen een ex-medewerker van SNS Securities. Gisteren kwam er opnieuw een niet ontvankelijkheid bij. In de zaak tegen drie oud-medewerkers van Strating-effecten oordeelde het hof dat het OM zó onzorgvuldig is geweest dat er ,,geen sprake kan zijn van een behandeling van deze zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet.''

Op het eerste gezicht vertoont het arrest overeenkomsten met de niet ontvankelijkheid die de rechtbank in juni 2001 uitsprak in de Leemhuis en Van Loon-kwestie. Maar het hof gaat veel verder dan de Clickfondskamer, de rechters die speciaal voor de afhandeling van de beursfraudezaken zijn aangesteld. In hun arrest tikt het hof de rechtbank bovendien meerdere malen op de vingers.

Alles draait om de veelbesproken rechtshulpprocedure met Zwitserland, een cruciaal onderdeel van Clickfonds. Het OM verkreeg in 1997 via die rechtshulp de administratie van vermogensbeheerder D. de Groot, die vanuit Zwitserland opereerde.

Pas later bleek dat er in de Duitse vertaling van het rechtshulpverzoek diverse elementen zaten die ontbraken in de Nederlandse versie. Zo legde een extra zin een verbinding tussen bepaalde geldstromen en drugsbaron Johan V., alias `de Hakkelaar'. De suggestie was duidelijk: hier was sprake van het witwassen van drugsgelden, een vermoeden waar overigens in 1997 geen harde bewijzen voor waren.

Advocaten hebben altijd gezegd dat de handelwijze van het openbaar ministerie was ingegeven om de strenge fiscale Zwitserse voorwaarden voor het geven van rechtshulp te omzeilen. Deze theorie is echter nooit hard gemaakt, al erkende een FIOD-ambtenaar later tijdens een getuigenverhoor wel dat er informatie ,,om tactische redenen was ingezet.'' [Vervolg CLICKFONDS: pagina 15]

CLICKFONDS

Zwitserland is bewust misleid

[Vervolg van pagina 13] Uit Zwitserse stukken is verder duidelijk gebleken dat Bern ervan uitging dat de Clickfondszaak toch vooral een witwasoperatie rond criminele gelden van Johan V. was. In het Leemhuis en Van Loonvonnis heeft de Clickfondskamer de gewraakte extra zin slechts als één van de elementen voor de niet ontvankelijkheid gebruikt. De rechtbank concentreerde zich destijds vooral op de gang van zaken rond de opstelling van het rechtshulpverzoek in Nederland en bestrafte daarnaast een aantal andere onzorgvuldigheden.

Een inhoudelijke toets of de rechtshulp wel deugdelijk volgens de Zwitserse voorwaarden was verlopen, heeft de Clickfondskamer nooit gemaakt. Ook in het proces tegen hoofdverdachte De Groot wilde de rechtbank daar niet aan.

Ze oordeelde toen dat Zwitserland zelf in staat was ,,bij de beoordeling van een buitenlands rechtshulpverzoek de eigen belangen adequaat te behartigen.'' Dat was een opmerkelijke standpunt omdat de hoogste Zwitserse rechter, het Bundesgericht, als norm stelt dat Zwitserland zelf ,,noch vragen betreffende de feiten, noch betreffende de schuld hoeft te onderzoeken en in principe ook geen waardering van de bewijzen te doen.'' Die beoordeling ligt bij de rechter van de verzoekende staat, conform het geldende `vertrouwensbeginsel' in de internationale rechtshulp.

Het Hof volgt in haar arrest veel meer die laatste lijn. Ze constateert dat de drugsverdenking ,,geen enkel feitelijk aanknopingspunt'' had. En anders dan de rechtbank stelt het gerechtshof dat de Zwitsers de rechtshulp misschien wel hadden geweigerd als ze hadden geweten dat de drugsverdenking onjuist was. Als klap op de vuurpijl zegt het arrest dat de Zwitserse interpretatie van het rechtshulpverzoek door de Nederlanders ,,in redelijkheid kon worden voorzien.'' Kennelijk werd dit ,,beoogd'' door ,,enkelen die bij de opstelling van het verzoek waren betrokken'', aldus het hof. Met name deze laatste constatering is een slag in het gezicht voor het openbaar ministerie. Want in feite zegt het hof dat justitie de Zwitsers bewust misleid heeft.

Wat precies de gevolgen zullen zijn van het arrest, zal binnenkort blijken. De komende weken moet de zaak rond hoofdverdachte Adri Strating tot een afronding komen. Ook daar speelt de Zwitserse kwestie een rol en zijn raadslieden zullen niet aarzelen de overwegingen van het hof fijntjes op het bordje van de Clickfondskamer te leggen. Ook in de hoger beroepzaak tegen de reeds veroordeelde Dirk de Groot zal de rechtshulpprocedure naar Bern een hoofdrol spelen. Het arrest van het hof kan in beide zaken nog flink nadruppelen en maakt in ieder geval één ding duidelijk: de eindbalans van Operatie Clickfonds is nog lang niet opgemaakt.