`Hoeveel badkamers hebben we ook al weer?'

Europa en de Verenigde Staten hebben verschillende opvattingen over de noodzaak van een oorlog tegen Irak. In eigen land kan president Bush rekenen op veel steun, bijvoorbeeld van zakenman John Jaeger. `Dit huis is een manifestatie van mijn succes.'

John en Karen Jaeger komen er tijdens de rondleiding een paar keer op terug. ,,Hoeveel badkamers hebben we nou eigenlijk?'' Hij gokt dat het er vijf zijn, en twee wc's, die in het Amerikaanse makelaardees `half bathrooms' heten. Na enig hertellen wint zij het pleit: het zijn er zes, plus drie halve.

Zo zijn er wel meer zorgen die je niet verwacht wanneer je in aanzienlijke welstand terecht komt. Zowel John als Karen beschrijven hun jeugd als 'middle class'. De driekamerwoning waarin hij opgroeide kan ruim in zijn huidige garage, merkt Jaeger op. Zij gaan tegenwoordig het meest om met andere rijken, ,,dat bespaart scheve gezichten als je in een restaurant niet direct aanbiedt te betalen''.

Hun vier jaar geleden opgeleverde huis in Potomac, even buiten Washington DC, is de vervulling van een droom, de Amerikaanse Droom. John Jaeger: ,,Ik bezat 226 dollar toen ik voor de eerste keer trouwde''. Nu is hij enig eigenaar van een bedrijf dat commercieel onroerend goed ontwikkelt en verhuurt aan grote bedrijven als FedEx en CompUSA. Zijn maatschappij bezit twintig gebouwen aan de Amerikaanse Oostkust, van Boston tot Florida. Jaegers persoonlijk fortuin is de tientallen miljoenen ruimschoots ontgroeid.

Hij pretendeert geen kenner van de wereldpolitiek te zijn, maar derde generatie Amerikaan John Jaeger (hij heeft nog de Duitse bijbel van zijn grootouders) betreurt de groeiende verwijdering tussen Europa en Amerika: ,,Fransen en Duitsers zouden niet jaloers op ons moeten zijn''. Jaeger voelt geen aanleiding zijn land van herkomst in bescherming te nemen: ,,Ik ben zo Amerikaans als het maar kan.''

Op de vraag hoe lang hij nodig had om zijn eerste miljoen te verdienen, antwoordt Jaeger trots: ,,Vijf minuten. En het waren meer miljoenen dan één.'' Hij heeft altijd in onroerend goed gewerkt, tot 1985 bij hypotheekbanken en verzekeringsmaatschappijen. Toen kon hij de bedrijfspanden van zijn laatste werkgever via een leveraged buy-out kopen. Die portefeuille was meer waard dan de verkopers doorhadden. Dat was het begin van de weg naar Potomac.

De Amerikaanse hoofdstad is niet alleen het hart van de federale besluitvorming. Het is ook een concentratie van oud en heel nieuw geld. Terwijl de hoofdstad een van de grootste zwarte binnenstadswijken heeft, verdient een op de vier huishoudens in de regio 100.000 dollar per jaar of meer. In de omliggende villawijken is het beeld dan ook radicaal anders. Daar wonen geslaagde advocaten, lobbyisten, artsen, beter betaalden spionnen van de CIA, overlevenden uit de high tech industrie en mediaberoemdheden.

Potomac is op amper twintig kilometer van het centrum van Washington het gebouwde bewijs van de economische topjaren negentig. Het gemiddelde gezinsinkomen is er 113.000 dollar. Een dorp of een voorstad is het nauwelijks te noemen. De 75.000 inwoners huizen op betrekkelijk ruim bemeten lapjes grond. In de loop der jaren werden de bungalows die erop werden gebouwd steeds groter, van 300 naar 500 vierkante meter, 700 en nu 1000 en meer vierkante meter. De stijl werd grandiozer, kolonialer en met meer zuilen. De salons werden hoger en hoger – 3.40 meter is nu heel gewoon.

Uit de volkstelling van 2000 blijkt dat van de tien gemeentes in Amerika met de grootste huizen, er vijf rondom Washington liggen. Het criterium daarbij is `huizen met negen of meer kamers' (zonder badkamers, hobbykamers en kelders). In de villawijken van Maryland en Virginia, die aan de noordwest kant van Washington liggen, heeft tweederde van de huizen meer dan negen kamers.

De Jaegers hebben nog wel overwogen het jaren vijftig-huis, dat zij meekochten met hun lapje droomland op een heuvel in Potomac, te verbouwen, maar al snel besloten zij het met de grond gelijk te maken. ,,Ik wilde een statige stenen woonstede”, zegt John Jaeger, ,,a stately stone mansion''. Hij houdt van bouwen en vond het bijna jammer toen het huis af was. Maar, zijn dromen waren verwezenlijkt. Alleen de brandweerpaal, zo een waarmee je van de eerste verdieping in één zwaai beneden bent, liet hij op het laatst maar zitten. In de buurt zijn er McMansions die er wel een hebben, voor de gein.

Jaeger had nog andere dromen. Hij gaat voor naar wat hij `het manlijke deel van het huis' noemt. Zijn bibliotheek met zwaar houten lambrisering heeft Engelse landhuismeubels, een van de zeven open haarden die het huis rijk is, vaste boekenkasten met geschiedeniswerken en biografieën van `autocraten', zoals Karen dat plagerig noemt – het Derde Rijk is relatief goed vertegenwoordigd, Churchill ligt op tafel. Uit de lederen Bommel-fauteuil heeft de heer des huizes vrij uitzicht op een plat televisiescherm van bijna een vierkante meter.

Zijn ogen lichten op als hij met zijn schouder tegen een donker paneel duwt. Als het meegeeft blijkt er een geheime trap naar de kelderverdieping te leiden. De trap is wel wat breed uitgevallen; Jaegers visioen was iets geheimzinniger. Beneden is een raamloos mannenhonk. Er staat een zeker drie meter lange, massieve houten tafel, bierpullen en de tralies waarachter een wijncollectie moet groeien. Hij zit er weinig, bekent de geestelijk vader van het lokaal. Het verdere souterrain is groot genoeg voor een middelgroot restaurant. Er is een biljartzaal, met een zeven meter lange shuffleboard-tafel langs de wand, een kamer met een flipperkast, een bar, een logeerkamer met twee dubbele bedden, diverse badkamers. ,,Hier waren we een beetje door onze ideeën heen'', erkennen de Jaegers. Dat wil zeggen: ideeën over bestemming, want de inrichting en meubilering in het hele huis hebben zij laten aannemen door ontwerpers.

Die deskundige advisering heeft op de woonverdieping een rijkdom aan meubels en stijlen opgeleverd. Het meest in het springend is de centrale living room, een soort balzaal van twee verdiepingen hoog, met gedrapeerde gordijnen, twee bankstellen met fauteuils, een vleugel en schilderijen in Franse (marktpleintje) en Italiaanse (Canaletto) stijl. Naast een comfortabele chaise longue ligt enige lectuur over de Provence. Zoals overal is ook hier centraal geluid. De verlichting kan per verdieping worden ingesteld op `party mode' of `cleaning mode'. Er zijn dertien telefoons, dus lang niet in iedere kamer.

Om die centrale zaal, waar in vroeger tijden de kasteelheer zijn ridders zou verzamelen, zijn verder nog gegroepeerd: een zonnekamer, een biljartkamer, de bibliotheek, een intieme familiekamer, een formele eetkamer en een uitgestrekte keuken met een centraal marmeren werkeiland van 4 meter 30 en een serre met natuurstenen eettafel. En dan zijn er nog de fitness- en andere utilitaire ruimtes, plus de garage voor drie auto's – tegenwoordig de norm in Potomac. In de tuin staat een flink badhuis, grenzend aan het ruime buitenzwembad (,,Eigenlijk nogal ver lopen'', bekent Karen).

Met vijf slaapkamers boven, ieder met eigen badkamer, is het Jaeger-huis zeker groot genoeg voor het echtpaar en hun dertienjarige dochter Jennifer. Wanneer zij over het dromen en bedenken van het huis praten, gebruiken zij vaak de term our needs. Het huis is twee keer zo groot als hun vorige, waar zij ook al vrij makkelijk met z'n drieën in konden.

De nieuwe mansion is meer dan een woonhuis. ,,Dit huis is een manifestatie van mijn succes'', zegt John Jaeger. Hier laat hij zichzelf, en ieder die het wil weten, zien dat hij het goed heeft gedaan. Aan hem dacht president Bush toen hij in 2001 de inkomstenbelasting verlaagde en de successierechten op termijn afschafte. Hoewel Jaegers bedrijf niet direct profiteert van de nu voorgestelde afschaffing van de dividendbelasting, heeft hij er als vermogend particulier zeker baat bij.

,,Bovendien geniet de hele economie er van, en dat komt mijn bedrijf weer ten goede'', redeneert Jaeger, die met enige zorg vaststelt dat hij voor het eerst in vijftien jaar niets in aanbouw heeft staan, zo slap is de conjunctuur. ,,Ik ben een echte Republikein'', meldt hij op eigen initiatief. ,, Ik was al jong handig met geld. Vroeger stond ik geregistreerd als Democraat, tot ik verstandig werd en de deugd inzag van conservatieve waarden.'' Zijn vrouw Karen, lachend: ,,En hij sluw werd''. Zelf noemt zij zich `een rechtse Democraat'; zij werkt twee dagen in de week als tandarts in Chevy Chase, een belendende villawijk.

John Jaeger behoort tot de Amerikaanse zakenlieden die relatief weinig hebben geleden van het high tech-debacle en de instorting van de beurs. Onroerend goed is zijn vak en zijn bezit. Velen uit andere branches hebben daar, al of niet op tijd, hun toevlucht in gezocht. In Amerika wordt de halve economie op de been gehouden doordat de lage rente miljoenen Amerikanen in staat heeft gesteld hun hypotheken over te sluiten en met het extra geld óf hun huis op te tuigen, óf andere spullen te kopen.

Het soort huizen als dat van de Jaegers is een uiting van het succes van een vrij kleine laag. De Princeton-econoom Paul Krugman heeft in The New York Times beschreven hoe de middenklasse in Amerika naar onderen is gezakt, terwijl alleen de dunste toplaag tijdens de boom van de jaren negentig er sterk op vooruit is gegaan. Het gemiddelde inkomen in de Verenigde Staten is de afgelopen 29 jaar maar tien procent vooruit gegaan, tot 35.800 dollar in 1999. Volgens Fortune is het inkomen van de top 100 bestuursvoorzitters van grote bedrijven in die zelfde periode met 2.800 procent gestegen, van 1,3 miljoen tot 37,5 miljoen dollar – 1000 keer zo veel als wat een gewone werknemer nu verdient.

Het al te lankmoedige kapitalisme van de Clinton-jaren heeft iedere schijn van gelijkheid uit de Amerikaanse verhoudingen geslagen, is Krugmans klacht. In zijn boek Wealth and Democracy: A Political History of the American Rich (2002) trekt Kevin Phillips de lijnen nog verder door. Hij waarschuwt voor het ontstaan van een plutocratie, een regering voor en door de rijken.

De belastingverlagingen van de regering-Bush versterken de tendens ten gunste van de hoogste inkomens nog. Niet de top 10 procent, maar vooral de top 1 procent gaat er aanzienlijk op vooruit als alle maatregelen, die nu voor tien jaar gelden, permanent worden gemaakt, zoals president Bush in het kader van zijn begroting 2004 opnieuw heeft voorgesteld.

Wonen de Jaegers met plezier in hun huis, of knaagt het lot van anderen met minder succes wel eens? Karen antwoordt snel: ,,John geeft veel aan liefdadigheid''. Hij is het een beetje vergeten, maar zij somt het moeiteloos op: de lokale middelbare school, een beurs voor een stagiaire bij de National Institutes of Health, beurzen aan zijn oude college in Gettysburg, Pennsylvania. Hij heeft de katholieke kerk op één mijl van hun huis helpen herbouwen en er is een Jaeger Room in het lokale kinderziekenhuis.

Hij: ,,Natuurlijk hoeven we zo niet te wonen. Vroeger waren anderen rijk. Nu zijn wij aan de beurt. Dit is de Amerikaanse droom.'' Zij: ,,Het is cliché, maar soms merk je dat het eenzaam aan de top is. Rijkdom is een tweesnijdend zwaard. Onze broers en zusters beoordelen ons scherper. Beide families hebben voortdurend meningen over wat wij zouden moeten doen of laten.''

Hij ziet een parallel met de plaats van Amerika in de wereld. ,,Dit is onze tijd. De Britten en de Duitsers waren de baas in de negentiende eeuw, Napoleon probeerde het ook. Nu zijn wij bijzonder. Misschien hebben de Chinezen het over een eeuw wel voor het zeggen. Iedereen wil dat wij politieman zijn; Napoleon en Hitler deden dat heel anders. Het aparte van de Verenigde Staten is dat wij niet expansionistisch zijn – in tegenstelling tot de Europeanen in de 19e eeuw. Wij proberen Irak niet over te nemen. Wij willen alleen maar stabiele handelsverhoudingen.''

Het land ligt nu boven, net zoals de Jaegers zelf. ,,Dat is de mobiliteit van een vrije samenleving. Bush is met een zilveren lepel in zijn bek geboren. Ik ben nog steeds maar een klein mannetje.'' De villa van Bill Gates aan de andere kant van het land is inderdaad vier keer zo groot. Maar John Jaeger beschrijft zijn plaats zonder onvrede. Zijn huis – en het buitenhuis met boot aan het water bij Annapolis – onderstrepen wat hij heeft bereikt. Nu maar het beste er van maken. En van dit huis genieten. Op hun kerstfeest waren 150 mensen. Het voelde toch nog een beetje leeg, herinneren de Jaegers zich, terwijl het souterrain niet eens werd gebruikt. Gelukkig zet de mevrouw die iedere week de planten water komt geven, altijd een boeket neer. Karen heeft geen groene vingers, bekent zij. De verse bloemen staan bijna altijd in de keuken, want daar is het met z'n drieën het gezelligst.