Het geschatte IQ van prins Charles (man)

Amerikaanse studenten menen dat ze ongeveer even intelligent zijn als Bill Clinton, bericht Ellen de Bruin.

Als het om intelligentie gaat zijn psychologen niet alleen geïnteresseerd in het meten van het IQ van mensen, maar ook in de ideeën die mensen over hun eigen intelligentie en die van anderen hebben. `Lekentheorieën', noemen de wetenschappers dat – het idee is dat de man in de straat (m/v) in zekere zin ook een psycholoog is die wil weten hoe mensen in elkaar zitten. Alleen, de wetenschapper is een expert en de m/v in de straat is een, tja, leek, vindt de expert. Of in elk geval iemand die zijn theorieën niet op wetenschappelijk verantwoorde wijze kan onderbouwen.

Dat neemt niet weg dat die theorieën wel interessant kunnen zijn. Zo blijkt uit allerlei onderzoek dat mannen zichzelf gemiddeld intelligenter vinden dan vrouwen. Die verwachtingen over het eigen talent kunnen er uiteindelijk toe leiden dat vrouwen daadwerkelijk slechter presteren en dus minder slim lijken dan mannen, ook al verschillen ze in het echt helemaal niet in IQ. In werkelijkheid is er namelijk maar een heel zwak verband tussen de schatting die mensen van hun eigen intelligentie geven en hun score op een IQ-test.

Er valt best een hoop te onderzoeken aan die lekentheorieën, maar je kunt ook overdrijven. Het leek een groep van vijf Britse en Amerikaanse psychologen onlangs interessant om niet alleen lekentheorieën over algemene intelligentie in kaart te brengen, maar ook eens te kijken naar tien ondersoorten van intelligentie, tien talenten zoals voorgesteld door de bekende intelligentiepsycholoog Howard Gardner: verbale, logische/wiskundige, muzikale, lichamelijke, ruimtelijke, interpersoonlijke, intrapersoonlijke, naturalistische, spirituele en existentiële intelligentie. De echte brainwave van het Brits-Amerikaanse onderzoeksteam was echter om ook intelligentieschattingen over beroemdheden te onderzoeken. De wetenschappers kregen 571 Britse en Amerikaanse studenten zo ver om de intelligentie van prins Charles, Tony Blair, Bill Gates en Bill Clinton te beoordelen, hetgeen leidde tot een merkwaardige brij aan `ontdekkingen', desondanks gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift European Psychologist.

Een greep: de studenten beschouwden zichzelf (een IQ-schatting van 113 – het gemiddelde is altijd 100) intelligenter dan prins Charles (109), minder intelligent dan Tony Blair (118) en Bill Gates (129), en ongeveer even intelligent als Bill Clinton (112). Van Blair (121) en Clinton (119) werd vooral de verbale intelligentie erg hoog ingeschat; van Microsoft-topman Bill Gates werd vooral verwacht dat hij wiskundig/logisch (133), ruimtelijk (118), en verbaal (117) onderlegd is. Prins Charles had helemaal geen uitschieters.

De onderzoekers geven toe dat ze het zelf ook een beetje dom vinden dat ze geen beroemde vrouwen in het rijtje hadden opgenomen – in dit type onderzoek worden verschillen in IQ-schattingen voor mannen en vrouwen momenteel als het meest interessant beschouwd. Helaas: vergeten, volgende keer beter!

Vier van de vijf onderzoekers waren van het mannelijk geslacht.